Onenigheid in kabinet over verkoop PTT

DEN HAAG, 23 FEBR. In het kabinet is een conflict uitgebroken over de verkoop van de staatsaandelen PTT. CDA-minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) wil de opbrengst besteden aan investeringen in de infrastructuur.

PvdA-minister Kok (financiën) wijst deze eis af. Hij wil het geld zonodig gebruiken om het financieringstekort te verkleinen. Kok weet zich daarbij gesteund door premier Lubbers.

Niet bekend

Kok houdt er rekening mee dat het financieringstekort in 1994 tot 8 miljard gulden kan oplopen. In een reactie op de eis van Maij-Weggen liet Kok vanmiddag weten dat hij de opbrengst van de PTT-verkoop mogelijk voor een deel zal gebruiken om het tekort te verminderen. Zo hoeft het kabinet minder te bezuinigen.

Maij-Weggen verklaarde vanochtend dat zij daar niets voor voelt. In hun conflict worden beide ministers gesteund door hun fracties in de Tweede Kamer. Woordvoerder Wester van de CDA-fractie verklaarde dat dergelijke eenmalige opbrengsten moeten worden gebruikt ter versterking van de economie. “Het is duurzaam geld van de samenleving dat ook duurzaam moet worden besteed.” Het Tweede-Kamerlid Melkert van de PvdA zei vanmiddag echter niet te willen uitsluiten dat de PTT-gelden worden gebruikt om het financieringstekort te verminderen.

Net als de CDA-fractie vindt Maij-Weggen dat er vooral moet worden bezuinigd op consumptieve investeringen (uitkeringen, subsidies) en niet op produktieve investeringen. “Er is in ons land grote behoefte aan investeringen in de infrastructuur, zowel op het gebied van rail, wegen als waterwegen.”

De minister wijst erop dat alleen al de regio's Amsterdam en Rotterdam elk meer dan 10 miljard gulden nodig hebben voor hun infrastructuur, in het bijzonder het openbaar vervoer. Verder wijst ze erop dat ook buiten de Randstad behoefte is aan wegen, waarvoor nu geen geld is, zoals de A73 in Limburg, de A50 in Noord-Brabant, de A27 in Flevoland en verbindingen van het Westen naar Twente.