"Moslims en Serviërs nooit meer broeders'

ZVORNIK, 23 FEBR. De moord op tientallen Servische Bosniërs in Kamenica in het oosten van Bosnië maakt het volgens de leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, “onmogelijk” dat Serviërs en moslims “ooit nog als broeders kunnen leven”.

Karadzic zei dit bij de herbegrafenis van 38 mensen wier lichamen in massagraven bij Kamenica werden gevonden kort nadat de Serviërs eerder deze maand dat gebied op de moslims hadden heroverd. Servische pathologen hebben na onderzoek vastgesteld dat twee van de slachtoffers zijn doodgeschoten; de anderen zijn doodgeslagen en sommigen zijn gefolterd. Bij een van de lichamen ontbrak het hoofd; bij vele andere waren de handen of enkels met prikkeldraad gebonden. Volgens de Serviërs ging het om boeren uit het dal.

De herbegrafenis - waarvoor de reis van een VN-konvooi met hulpgoederen voor de belegerde moslims van Gorazde een dag werd uitgesteld - werd bijgewoond door tweeduizend Serviërs. In een toespraak omschreef Karadzic de slachtoffers als “onze martelaren, die op afschuwelijke manier om het leven zijn gekomen”. “De laatste mogelijkheid voor moslims en Serviërs om ooit nog als broeders in Bosnië te leven is tenietgedaan door wat ze jullie hebben aangedaan toen ze jullie aderen doorsneden en jullie ledematen braken”, aldus Karadzic. Volgens hem zijn bij de strijd in het dal van de Drina 1.250 Serviërs gedood door Kroaten en moslims. “Zij voeren een offensief tegen de Serviërs. Wij voeren geen tegenoffensief uit omdat we vrede willen. De Serviërs hebben het recht zich te verdedigen en (de Bosnische president) Izetbegovic te verslaan”, aldus de leider van de Bosnische Serviërs. “Het is heel moeilijk over de toekomst van de (vredes)besprekingen te praten wegens deze moorden, maar we zijn bereid het overleg voort te zetten en een eerbare vrede te zoeken. We zullen alles doen behalve onze eer en de belangen van ons volk verraden.”

(Reuter)