Major wil relatie met Clinton herstellen

LONDEN, 23 FEBR. De Britse premier, John Major, heeft een opmerkelijke politieke manoeuvre gemaakt om niet op voorhand zijn eerste bezoek aan de Amerikaanse president, Bill Clinton, te bederven. Aan de vooravond van zijn vertrek naar Washington, vandaag, dat van Britse zijde bedoeld is ter bevestiging van de "speciale betrekkingen' die Londen met Washington denkt te hebben, distantieerde Major zich gistervond van de Brits-Conservatieve steun aan de verkiezingscampagne van George Bush. Majors woordvoerders zeiden gisteravond dat de Britse premier daarvan niet had geweten, daarmee de schuld van verzuurde betrekkingen met het Clinton-kamp op de schouders van partijvoorzitter Norman Fowler schuivend.

Sinds president Bush het Witte Huis moest verlaten is het met de relatie tussen Bill Clinton en de Britten niet goed gegaan. De aankomende president liet in december zijn irritatie over de Brits-Conservatieve inmenging in de Amerikaanse verkiezingscampagne al duidelijk blijken door een ontmoeting met Major af te wijzen, omdat hij het “te druk” had. De adviezen van Majors partijbureau aan het Bush-kamp en de behulpzaamheid van het Britse ministerie van binnenlandse zaken bij het opsporen van eventuele ongerechtigheden uit Clintons verleden in zijn jaar studie in Oxford, zijn de winnaar van de Amerikaanse verkiezingen duidelijk in het verkeerde keelgat geschoten.

Zakelijk gezien zijn er drie obstakels die bij de besprekingen tussen Clinton en Major aan de orde moeten komen: de geschillen over handelstarieven, de aanpak van het probleem-Bosnië en de plannen van de Amerikaanse president om een vredesgezant naar Noord-Ierland te sturen in de persoon van de politicus Tom Foley.

President Clinton accentueerde het eerste punt door vandaag de Europese vliegtuigindustrie de schuld te geven van massale ontslagen (23.000 op een totaal van 98.000) bij Boeing. Met name de verborgen subsidies aan Europa's Airbus wekken de gram van de president en doen de spanningen tussen Washington en de hoofdsteden van Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje opnieuw hoog oplopen.

Wat Bosnië betreft: het hoofd van Clintons denktank, Will Marshall van het Progressive Policy Institute, zei dit weekeinde tegen de Britse pers dat Clinton boos was over de manier waarop de Britten zich het recht toegeëigend hebben om het beleid ten aanzien van Bosnië te dicteren door inzet van een beperkte troepenmacht voor humanitaire hulpverlening alleen.

Wat Ierland betreft wil Major er vooral op aandringen dat Clinton niet een vredesbemiddelaar stuurt, maar een feitenverzamelaar.