La Dolce Vita

ITALIË HEEFT zich lange tijd als het land van La Dolce Vita kunnen presenteren. Een land met mooi weer, een overweldigende culturele erfenis, een politiek systeem dat de grote communistische partij van de macht wist af te houden, een bloeiende industrie die de wereld verraste met fraai vormgegeven produkten en een sociaal leven dat wat de elites betrof weliswaar naar een soort decadentie neigde, maar een, zo leek het, aangename en onschuldige variant.

Italië was bovendien het land dat enthousiast de Europese eenwording omhelsde, trots lid was van de prestigieuze Groep van Zeven rijkste landen, Groot-Brittannië economisch leek in te halen en in de jaren tachtig een zorgeloze toekomst leek te hebben.

Natuurlijk, Italië was ook het land waar direct ten zuiden van Rome de Derde wereld begon, waar cliëntelisme het politieke leven bestuurde, waar het politieke geweld in de jaren zeventig hooggeplaatste slachtoffers maakte, waar het ambtenarenapparaat niet al te efficiënt werkte, waar de mafia onuitroeibaar was en waar de subsidies uit de Brusselse EG-ruif niet nauwgezet werden besteed. Maar deze verschijnselen leken tot de eigenaardigheden van het land te behoren die op den duur, met het voortschrijden van de moderne tijd en de Europese integratie, zouden kunnen verdwijnen.

Nu is Italië het land geworden waarvan het politieke en economische fundament door en door verrot is wegens corruptie en andere onoirbare gedragingen van de politieke en economische voormannen. Binnen twee weken zijn de ministers van justitie, financiën en volksgezondheid, en de leider van een van de belangrijkste regeringspartijen gedwongen af te treden wegens corruptieschandalen en zijn invloedrijke captains of industry om dezelfde reden gearresteerd. Het Italië van La Dolce Vita loopt dood.

Daarmee is Italië echter niet verloren. Integendeel. De niets en niemand ontziende onderzoekingen naar corruptie zijn een teken van hoop. Een samenleving die deze zuivering wil doorstaan kan gelouterd opnieuw beginnen.

Een ander teken van hoop zijn de successen die worden geboekt in de strijd tegen de mafia. Juist het feit dat de strijd tegen corruptie en mafia op hetzelfde moment wordt gevoerd en effect lijkt te sorteren vormt een gunstig perspectief voor de redding van het land.

DE ITALIAANSE situatie doet denken aan de ontwikkelingen in Oost-Europa. Zoals de aflegging van het moreel en politiek corrumperende systeem daar tot een nieuw type democratische samenleving kan voeren, zou dat in Italië ook kunnen gebeuren. En wellicht met meer succes omdat Italië veel langer deel uitmaakt van de Westerse politieke traditie.

De gevaren voor deze vermetele operatie liggen, niet verwonderlijk, voor Italië op hetzelfde vlak als in Oost-Europa: in dat van politieke opportuniteit en fragmentatie. De opmars van de protestpartij Lega Norte bergt de kiem in zich van afscheiding: het rijke noorden van het arme zuiden. En dat zou de onontkoombare hervormingen van het politieke stelsel ernstig kunnen verstoren. La Dolce Vita bestaat niet.