ING behoort in de optie-eredivisie

Aandelen in de financiële sector sloten vorige week rond de hoogste koers in de afgelopen twaalf maanden. Zo'n rit naar boven stimuleert de optie-lust van beleggers. Met een call, zo luidt een redenering, profiteer je voor weinig geld van (nog) hogere koersen. Helaas komen kopers die aarzelen vaak te laat in de markt om iets te verdienen. Misschien levert een dwarse benadering van de werkelijkheid meer op.

Neem de ING Groep, bankier en verzekeraar. Het aandeel sloot gisteren op een top van 64,40. In de call juli 65 gingen 2753 contracten om. Dat zijn Philips-achtige omzetten. ING groeit uit tot een van de betere fondsen; waarden waar altijd wat in te doen is. Vorig jaar was de groep na Philips en Koninklijke Olie het meest verhandelde aandelenfonds. Hoog tijd dus om de Internationale op te nemen in de eredivisie van de Optiebeurs waar Akzo, KLM, Koninklijke Olie, Philips en Unilever al jaren in spelen. Dat houdt in: notering van meerjarige contracten met een looptijd van ten hoogste vijf jaar. De bankverzekeraar (en beleggers) heeft daar qua beurswaarde en reputatie meer recht op dan KLM en Philips.

Door de toegenomen (optie)omzet zal dit aandeel steeds meer, weliswaar tijdelijk, beïnvloed worden door actieve beleggers en handelaren in opties en periodieke expiraties. Wellicht als gevolg daarvan bevat de koers een portie luchtige optiewinst. Hoeveel precies, valt nauwelijks te becijferen. Alleen te benaderen door vergelijking met andere fondsen.

Collega-bankverzekeraar Amev, nummer 26 op de optie-ranglijst en daarom vrij van optiesmetten, staat ook op een top. Maar bereken je voor beide de stijging vanaf de laagste koers in 1992, dan komt Amev (vanaf 51,00) op circa 30 procent en ING (vanaf 41,90) op 50. Een aanzienlijk verschil, maar beleggers willen dat betalen, hoewel de geschatte winst per aandeel van Amev hoger ligt.

Stel dat ING zo'n vijf gulden of meer aan lucht bevat, dan kan een niet-aandeelhouder daarvan profiteren door puts te kopen. Wie niet veel wil betalen en vertrouwt op een spoedige, flinke reactie, kan voor 30 cent de april put uitoefenprijs 60 gulden (aandeel 64,40) kopen. De overeenkomstige juli kost circa een gulden. Twee opties voor ongeduldige speculanten.

Geduldige beleggers kunnen overwegen vooruit te denken en vast iets kopen wat nu uit de gratie lijkt. Bijvoorbeeld de januari put 1996 (loopt nog drie jaar) uitoefenprijs 55 op 210 gulden per contract van 100 aandelen. Eind januari deed die optie 400 gulden en het aandeel 57,60. Geen spectaculair verschil. Zie deze optie liever als een verzekering voor later aan te kopen aandelen op een lager koersniveau.

Niet iedereen wil afwachten. Elke dag uitstel maakt kopers in spé onrustig, bang om iets te missen van de koerswinst en het dividend, in dit geval iets meer dan 3 gulden. Opties bieden een middenweg tussen geduld en ongeduld. Dat gaat zo.

De ING put juli 65 levert schrijvers ongeveer 300 gulden aan onbelaste premie op, net zoveel als het dit jaar uit te keren belaste dividend. Samen met de voornoemde januari 1996 put 55 (voor 210 gulden) combineer je een verzekering met mogelijk een bezit, als de put wordt uitgeoefend en de schrijver moet kopen op 65 gulden of op 62 als de ontvangen premie van 3 gulden mee wordt gerekend. Dit alles zonder kosten. Ideaal is het niet. Zeker niet wanneer men veronderstelt dat het aandeel enigszins overgewaardeerd wordt. Bovendien vraagt de bank of commissionair een bedrag in contanten voor het verschil tussen de koopplicht op 65 gulden en de dekking op 55 gulden. Het kan ook anders.

Schrijf niet de juli 65, maar de oktober 60 voor 220 gulden. De koopplicht ligt dan op 60 gulden en de verzekering weer op 55 gulden. Ook voor deze spread is dekking vereist. Totdat men moet kopen, als het zo ver komt tenminste, ontvangt men rente op de beschikbare koopsom. Dit lijkt een zinnig alternatief. Was dat eind januari ook zo?

De lange put 55 deed toen 4 gulden (aandeel 57,80) en de korte oktober 60 5 gulden, een voordelig verschil van 1 gulden. Het verschil was dus iets gunstiger, omdat de korte optie in de afgelopen weken sneller in waarde daalde, van 5,00 naar 2,20, dan de lange, die van 4,00 naar 2,10 daalde. Gaat het aandeel spoedig weer dezelfde weg terug, dan levert het schrijven van de oktober 60 straks (met de nu gekochte januari) een gunstig geheel op.

Conclusie: de koop van de lange put lijkt op dit moment een goede strategie. Het schrijven van de korte put komt later aan de orde.