Ich bin ein Ausländer Granta 42, Krauts! Penguin, ...

Ich bin ein Ausländer Granta 42, Krauts! Penguin, 256 blz.ƒ27,80

Literatuur is een weldaad voor de mens Argus, nr.2. Spuistraat 210, 1012 VT Amsterdam. 76 blz.ƒ8. Rossinant, nr.2. Postbus 94721, 1090 GS Amsterdam. 47 blz.ƒ7,50

Ich bin ein Ausländer

Even lekker provoceren: Granta zette met felrode letters "Krauts!' op het omslag. Moffen! dus, onder een foto van een op een muur gespoten hakenkruis. Pas als je het blad helemaal openslaat en omgekeerd plat legt zie je dat er naast de swastika een hamer en sikkel zijn afgebeeld. Het Britse Granta wil met dit nummer "het ongemakkelijke antwoord vinden op de eenvoudige vraag: wat is het nieuwe Duitsland eigenlijk?'. Het gaat om het rechts-extremistische geweld, en het siert dit op zeer grote schaal verspreide literaire tijdschrift dat het vooral aan Duitse schrijvers opinies vroeg. Vier niet-Duitsers staan tegenover tien auteurs uit het oosten en het westen van het herenigde Duitsland. Heinrich Böll, die de hereniging niet meer meemaakte, opent met een ongepubliceerd stuk uit 1949 over de Duitse doelmatigheid dat in zijn nalatenschap ontdekt werd. Der Spiegel had het in augustus 1992, en het bezit met zijn vier alineaatjes genoeg kracht om elke Duitse chauvinistische opschepper even tot zwijgen te brengen.

Hans Magnus Enzensberger vergelijkt in "The Great Migration' vreemdelingenhaat met kribbige ongemakkelijheid die een treinreiziger voelt als hij de bank of coupé die hij voor zichzelf had gedacht opeens moet delen met een andere passagier, een indringer. Met meer dan twintig miljoen immigranten in West-Europa is er dus heel wat latente kribbigheid, maar de boot is, anders dan sommige politici beweren, nog lang niet vol. Bovendien, zegt Enzensberger droogjes, Amerika heeft het instromen van 34 miljoen mensen in de vorige eeuw toch ook doorstaan. Xenofobie is niet typisch Duits maar helaas universeel, aldus Enzensberger, alleen valt het van Duitsers meer op. “De oorzaken daarvan zitten in het onevenwichtige zelf-bewustzijn van de Duitsers. Het is een feit dat Duitsers elkaar niet kunnen velen, zelfs zichzelf niet: kijk naar de emoties die oplaaiden bij de Duitse eenwording. Doen die mensen aan als het slag dat klaarstaat om hun naasten lief te hebben?” De Duitse zelfhaat blijkt volgens de als steeds zeer lezenswaardige essayist uit de vreemdelingenhaat, en ook uit zijn tegenovergestelde die blijkt uit buttons voor solidaire Duitsers met "Ich bin ein Ausländer' of "Buitenlanders, laat ons toch niet met de Duitsers alleen'. Enzensberger besluit zijn rationele, kalme beschouwing met een felle aanval op de mensenjagers die door de politieke - en politiemacht veel te toegeeflijk worden bejegend. “As far as the barbarians are concerned, we need not expect them at the gates. They are always already with us.”

Van Christa Wolf bevat "Krauts!' een verhaal over Duitse vluchtelingen in mei 1945, van de Nederlandse Ian Buruma, die werkt aan een boek over oorlogsherinneringen in Duitsland en Japan, een artikel over Buchenwald. Zijn Duitse gids in 1991: “Hier hebt u de typisch Duitse mentaliteit. Goethe's eik: cultuur en romantiek. Het crematorium: barbarisme. De dierentuin: gevoeligheid.” Buruma concentreert zich op de totaal andere manier waarop sinds het verdwijnen van de DDR Buchenwald's geschiedenis geschreven wordt.

De vrolijke noot is van Doris Dörrie - vragen aan Duitse paren over hun liefdesleven; Monika Maron scheldt op de Oostduitsers; en een hapsnap bijdrage komt van Günter Grass: “Kan het zijn dat de wederzijdse koelheid tussen Duitsers geleid heeft tot de huidige, schandalige xenofobie tegen die andere vreemdelingen die we buitenlanders noemen?”

Niet overslaan: Nuha Al-Radi's dagboek uit Bagdad tijdens de geallieerde bombardementen; en Haruki Maurakami's fantastische verhaal over een Japanse moeder, een Lederhosen, en een echtscheiding.

Granta 42, Krauts! Penguin, 256 blz.ƒ27,80

Literatuur is een weldaad voor de mens

Er zijn interessante nieuwe literaire bladen van de Amsterdamse universiteiten: Rossinant krijgt financiële steun van de Vrije Universiteit en Argus wordt gemaakt aan de Universiteit van Amsterdam. Beide verschijnen viermaal per jaar en zijn nu aan het tweede nummer toe.

Rossinant noemt zich "een tijdschrift voor woord- en beeldkunsten' en presenteert elk kwartaal een themanummer. "Lege plekken, blinde plekken' staat op stapel, nu ligt "Waan' voor. Over elk thema wordt in Perdu een lezingenavond georganiseerd, helaas net vóórdat iemand het tijdschrift heeft kunnen inzien. "Waan en verbeelding' was op 12 februari. Kunst van geestelijk gestoorden is in, zo blijkt wel uit tentoonstellingen, afstudeerprojecten en onlangs zelfs een veiling. Waan in de beeldende kunst wordt in Rossinant belicht door Marion Wester (Philip Akkerman), Hans Buitelaar en Marcel Harlaar (Adolf Wölfli), Annemieke van Eupen (Duchamp en de Belg Panamarenko), en Odette Veldman, die een schets van de ontwikkeling van de krankzinnigenzorg illustreerde met afbeeldingen van de gek in de kunst ("Hoe zal Saddam Hussein straks afgebeeld gaan worden').

Schrijvers in dit waan-nummer zijn J.Bernlef, Wolfgang Frommel, Philippe Djian en Bernard-Henry Lévy. Dorinde van Oort schrijft over zichzelf en "zoete wanen'. “Mijn generatie, de na-oorlogse, houdt haar jeugd-waan nog steeds aardig in stand. Wij waren jong, we zijn jong gebleven, en we zijn nog lang niet met jong-zijn klaar. Al zijn onze kinderen ruimschoots volwassen,...”. De allerzoetste waan, die het leven draaglijk maakt, is volgens de schrijfster "de waan van de dagelijksheid'.

Wat betreft de artikelen: die zijn onderhoudend, keurig, meer niet. Alleen Nettie Krull probeert in haar stuk over Betty Blue en Djian wat verder te komen dan een klein wijs lesje. Rossinant is aardig, maar gaat niet erg diep.

Cultureel tijdschrift Argus lijkt meer te ambiëren. Het ziet er volwassener uit en weet een uit acht professoren en wetenschappelijk medewerkers bestaande Redactieraad achter zich. Ook hier niet alleen maar literatuur - in het tweede nummer tevens architectuur, muziek en film - en ook hier een hinderlijk gebrek aan oorspronkelijk literair werk. De liefhebber moet het met één gedicht van Jan Eijkelboom doen - zijn toelichting erbij verzoent een beetje - en met een slappe "feuilleton' van Marck Burema.

Onno Blom sprak met Adriaan Morriën (80), wiens Verzamelde Gedichten een dezer dagen verschijnen, over bomen, ouderdom ("De vergankelijkheid is er bij mij met de paplepel ingegoten'), vrouwen, en vooral zijn poëzie - “Literatuur is een weldaad voor de mens”.

Annette Prins onderzocht de botsing tussen idealen en werkelijkheid in Le Corbusiers flatgebouw "Unité d'habitation' (1968) in de Franse stad Firmini, die voor meer dan de helft leegstaat. Misschien is de samenleving niet rijp voor Le Corbusier, misschien zou de flat in een hele Corbusierstad hebben moeten staan, of misschien maakte hij gewoon een "wereldvreemd flatgebouw'.

Verder: de geestverwantschap van Schönberg en Kandinsky, een stukje uit Karel Dibbets' proefschrift over de Nederlandse geluidsfilm, en een boeiend artikel van Murat Aydemir over het slechte karakter van de verkrachter en kannibaal Don Juan in "Consumptie, consummatie en Don Giovanni'.

Argus, nr.2. Spuistraat 210, 1012 VT Amsterdam. 76 blz.ƒ8. Rossinant, nr.2. Postbus 94721, 1090 GS Amsterdam. 47 blz.ƒ7,50