Het net van corruptie wordt uit elkaar getrokken; In Italië is bijltjesdag aangebroken

Het rot in het Italiaanse politieke en maatschappelijke systeem zit heel diep. De arrestatie van de derde man van Fiat heeft ook de aanbodkant van de corruptie nu schrijnend aan het licht gebracht, nadat eerder de aandacht vooral was gevallen op de vraagzijde, de politici.

ROME, 23 FEBR. In Italië is bijltjesdag begonnen. Eén voor één verdwijnen toonaangevende politici en topondernemers van het toneel, veelal begeleid door een luid applaus van het publiek.

De crisis als gevolg van de corruptieschandalen is allang niet meer louter politiek, maar raakt vrijwel alle dragende elementen van de hele samenleving. Politici, ondernemers, ambtenaren en partijbestuurders waren met elkaar verbonden in een vlechtwerk van corruptie, dat nu langzaam maar zeker uit elkaar wordt getrokken.

Daarmee is de Italiaanse samenleving op drift geraakt. De oude garde raakt in diskrediet, maar er staat geen nieuwe klaar: de heterogene groep protest- en oppositiepartijen heeft als enige gemeenschappelijke programmapunt dat het zo niet langer kan.

Volgens een opiniepeiling die het weekblad L'Espresso gisteren publiceerde, zouden de twee grootste regeringspartijen, christen-democraten en socialisten, samen bijna een kwart van hun zetels verliezen ten opzichte van de parlementsverkiezingen van tien maanden geleden. Het is voor iedereen duidelijk dat het huidige parlement geen weerspiegeling meer is van de samenleving.

Zo groot is het gevoel van crisis, zo groot is de woede en de onvrede over de systematische en wijdverbreide corruptie die aan het licht is gekomen, dat hier en daar de neiging bestaat om het parlement niet meer serieus te nemen. Het zijn toch maar stemmen uit een besmet verleden. Tekenend is dat de voorzitter van de Senaat, Giovanni Spadolini, gisteren met veel nadruk zei dat de legitimiteit van een democratisch gekozen parlement niet ter discussie mag staan.

Maar het is alleen nog maar een kwestie van tijd totdat er vervroegde verkiezingen worden gehouden. Zoveel mensen zijn er de afgelopen maanden gesneuveld dat een nieuw electoraal mandaat nodig is.

De afgelopen maanden is de aandacht vooral uitgegaan naar de vraagkant van de corruptie, de politieke partijen die geld nodig hadden om draaiende te blijven of om de leiders eens lekker op vakantie te kunnen laten gaan. De socialistische leider Bettino Craxi, jarenlang de toonaangevende politicus, is anderhalve week geleden gesneuveld. Belangrijke politici als Gianni De Michelis en Giovanni Goria zitten nu op een zijspoor. Ex-minister van justitie Claudio Martelli, lang beschouwd als de vernieuwer binnen de socialistische partij, is afgetreden op verdenking van betrokkenheid bij corruptie, al is nog veel in deze zaak onduidelijk en is Martelli afgetreden om een belangentegenstelling tussen de justitie en de minister van justitie te voorkomen. Tientallen andere minder belangrijke politici zijn de afgelopen maanden gearresteerd of formeel beschuldigd.

Sinds een paar weken komt ook de aanbodzijde van de corruptie meer in het nieuws. Topmanagers van de drie grootste concerns in Italië zijn betrokken bij het schandaal. In een aantal gevallen zijn ondernemers het slachtoffer geworden van politici die geld vroegen voor een contract, maar zij hebben er ook vaak van geprofiteerd. Met een koffertje geld kochten zij zich een monopoliepositie. Het smeergeld werd doorberekend in de prijs, en uiteindelijk ging de rekening naar de fiscus.

De arrestatie gisteren van de nummer drie van de Fiat-groep, Francesco Paolo Mattioli, en van een andere topmanager van de groep, Antonio Mosconi, heeft hier opnieuw de aandacht op gevestigd. Mattioli, de financieel directeur van Fiat, is beschuldigd van corruptie in zijn hoedanigheid van president van het bouwbedrijf Cogefar-Impresit, sinds 1989 onderdeel van de Fiat-groep. Mosconi was een topmanager bij Cogefar voordat hij Toro verzekeringen, een ander onderdeel van de groep, ging leiden. Beiden worden ervan beschuldigd meer dan twee miljoen gulden aan steekpenningen te hebben betaald voor het contract voor de aanleg van een derde metrolijn in Milaan.

Fiat is het grootste particuliere bedrijf van Italië. Alleen de staatsholding IRI is nog groter. Vorige week is de president daarvan, Franco Nobili, ondervraagd als ex-manager van Cogefar, voordat het bedrijf in handen van Fiat kwam. Hij wordt ervan verdacht steekpenningen te hebben betaald in ruil voor een gigantische kostenoverschrijding bij de aanpassing van het stadion van Rome voor de Wereldkampioenschappen voetbal van 1990.

Ook de president van de staatsholding ENI, Gabriele Cagliari, is betrokken geraakt bij een corruptie-affaire. De Romeinse justitie vermoedt dat er op grote schaal smeergeld is betaald bij een geruchtmakende transactie van 1989, toen de ENI de chemische fabrieken van het concern Montedison (onderdeel van de Ferruzzi-groep) kocht nadat hun poging tot samenwerking was mislukt. De ENI heeft daarbij een prijs betaald die volgens velen excessief hoog was. Ook Raul Gardini, ex-president van Ferruzzi en door de familie aan de kant gezet omdat hij te fel van leer trok tegen de politici achter de ENI, is in deze affaire gehoord.

Dat staatsbedrijven als het elektriciteitsbedrijf ENEL, verschillende openbaar-vervoersbedrijven en de ANAS, de wegenbouwer van de staat, betrokken zijn geraakt bij de corruptie-affaire, was geen grote verrassing. De regeringspartijen hebben de staatsbedrijven consequent ook voor eigen doeleinden gebruikt. Maar de rol van grote concerns als Fiat en Ferruzzi en van honderden minder prominente ondernemers laat zien dat de rot in het systeem niet alleen de politiek treft.

De valutamarkten reageerden meteen op de arrestatie van de Fiat-topmanagers met een sterke koersval van de lire. Het gevoel bestaat dat er nog van alles kan gebeuren. Italië raakt stuk voor stuk zijn ankers kwijt. President Oscar Luigi Scalfaro wordt steeds belangrijker als stabiele, bindende factor. Premier Giuliano Amato heeft internationaal veel krediet voor de sanering van de economie die hij gang heeft gezet. Maar binnen Italië blijft hij een produkt van de oude partijen, en die dreigen hem mee te slepen in hun val.

Personen: Francesco Paolo Mattioli. Financieel directeur van de Fiat-groep en president van Cogefar-Impresit, een bouwbedrijf van Fiat. Gearresteerd op verdenking van corruptie door Cogefar bij de aanleg van de derde metrolijn in Milaan.

Gianni De Michelis. Ex-minister, laatstelijk van buitenlandse zaken. Vice-secretaris van de socialistische partij. Beschuldigd van een aantal gevallen van corruptie in zijn machtsbasis, de noordoostelijke regio Veneto.

Giovanni Goria. Vrijdag afgetreden als minister van financiën. Christen-democraat. Zijn naam is in verband gebracht met het bankroet van een kleine spaarbank in zijn politieke machtsbasis Asti, een stad in Piemonte, in Noordwest-Italië.

Francesco De Lorenzo. Vrijdag afgetreden als minister van gezondheid. Liberaal. Beschuldigd van het kopen van stemmen met overheidsbanen.

Bettino Craxi. Ex-partijleider van de socialistische partij. Afgetreden wegens een reeks beschuldigingen van corruptie bij de uitvoering van openbare werken in Milaan.