GROOT-INQUISITEUR

Het diepzinnige verhaal van Dostojevski over “Christus en de Groot-Inquisiteur” kan op verschillende manieren geïnter- preteerd worden. Eén ervan, die ik tot nu toe in de discussie in deze krant heb gemist is deze: waarom verdedigt de inquisiteur zich zo omstandig? Er is toch niemand die hem aanvalt? Christus zwijgt en blijft zwijgen.

Maar het kan zijn dat het geweten van de inquisiteur door de aanwezigheid van Christus is wakker geschud. Terwijl hij zijn betoog houdt, vraagt hij zich wellicht af of het wel zo barmhartig is de leer van Christus te vervangen door die van de kerk. Ik ben geen theoloog, de inquisiteur was het waarschijnlijk wel; ik kan mij voorstellen dat op die vraag ontkennende antwoorden mogelijk zijn. De mensen zijn ook niet vrij om Christus te volgen. De verbrande ketters hebben dat ondervonden. Zijn zij wel barmhartig behandeld?

En is alles wat hij doet wel alleen in het belang van de mensen of is hij er eigenlijk op uit de macht van de kerk te beschermen?

Al deze vragen kunnen er toe leiden dat de inquisiteur worstelt met zijn geweten. Als men het zo ziet, wordt het ook aannemelijk dat Christus begrijpt wat er in hem omgaat en dat hij (C) afscheid neemt met een (Russische) kus op de mond van de inquisiteur.