Fuchs over tekort Haags museum; "Verantwoordelijk, niet schuldig'

ROTTERDAM, 23 FEBR. Rudi Fuchs, tot voor kort directeur van het Haags Gemeentemuseum, zegt zich “verantwoordelijk, maar niet schuldig” te voelen aan de aldaar ontstane tekorten.

Hij spreekt van een “tragisch misverstand”.Volgens Fuchs hebben hij en andere museummedewerkers er bij herhaling schriftelijk en mondeling bij burgemeester en wethouders van Den Haag op gewezen dat het museum over te weinig geld beschikte om zijn brede taak naar behoren te vervullen.

“Ik heb ook een beleidsnota gemaakt waarin ik heb aangegeven wat er zou moeten gebeuren”, aldus Fuchs. “Ik verwijt de wethouder dat ik niet serieuzer ben genomen met mijn klachten, dat het de verkeerde kant opging. Ik heb vanaf mijn aantreden in 1987 voortdurend tegen B en W gezegd dat wat wij met het museum wilden, niet kon met het beschikbare budget.”

Fuchs zegt wel begrip te hebben voor de wethouder, die hij de door haar gevraagde cijfers niet kon verschaffen vanwege de “volstrekt ontredderde financiële verslaglegging en administratie.” Door de chaotische administratie zijn de tekorten over 1992 nu pas naar boven gekomen. Fuchs: “Ik heb de wethouder ook een aantal keren gezegd dat de administratie moest worden verbeterd. Die was ouderwets en ingewikkeld en is pas de laatste jaren geautomatiseerd. Dat werkte echter niet goed. Ik heb in 1991 een organisatiebureau ingeschakeld, dat met een plan van aanpak is gekomen. Daar was een half miljoen per jaar voor nodig, de dienst Kunst en Cultuur zei dat ze dat niet kon betalen”.

Om de problemen op te vangen heeft de gemeente vorig jaar een interne "controller' ingesteld en een kredietbeheerder. De administrateur is vervangen. Er is volgens een woordvoerster van de gemeente een bedrijfsplan opgesteld waarin onder andere sprake is van een bestedingsstop en uitstel van het tentoonstellingsprogramma.

Bij het geschatte tekort over 1992 van 2 tot 3,5 miljoen, gaat het volgens Fuchs om bruto-bedragen, die nog niet definitief zijn vastgesteld. Onduidelijk is welk bedrag door het museum zelf is uitgegeven. Fuchs: “Vaak gaat de helft of meer aan andere gemeentelijke posten op, die de museumdirecteur niet kan benvloeden, zoals personeelskosten, of renteberekening. Wat wel duidelijk is, is dat we de laatste jaren het aantal bezoekers te hoog hebben ingeschat, zodat we dus te weinig inkomsten hebben gehad”. De gemeente onderzoekt nu hoe groot de tekorten zijn en hoe ze zijn verdeeld. De uitslag daarvan bepaalt hoe of overschrijdingen door de gemeente dan wel door het museum zelf moeten worden gecompenseerd.

Fuchs wijst erop dat het museum, dat nu een budget heeft van 12 miljoen per jaar, vanaf 1982 drastisch heeft moeten bezuinigen. “Het totale budget is met ongeveer 25 procent ingekompen. Daar komt bij dat de laatste jaren de prijzen in de hele kunstsector, voor bijvoorbeeld transport of drukken, enorm zijn gestegen”, aldus Fuchs. Het museum had zich volgens hem geleidelijk aan de nieuwe financiële omstandigheden moeten aanpassen door taken af te stoten of anderszins in te krimpen. “Ik heb berekend dat, als je het museum op een normale wijze wilt laten functioneren, er structureel een miljoen per jaar bij moet. Zo niet, dan moet je voor een miljoen inkrimpen. Ik heb wel eens voorgesteld, en daar ontstond toen grote commotie over, om het kostuummuseum stil te leggen, of de collectie moderne kunst. Je moet uit een aantal activiteiten kiezen, maar die keuze wil niemand maken. Het resultaat dat er niet eerder tot besluitvorming is gekomen ligt nu voor ons.”