Fabre staat chaos toe in frivool deel van streng stuk The sound

Voorstelling: The sound of one hand clapping van Jan Fabre door Ballet Frankfurt. Choreografie, regie, vormgeving: Jan Fabre. Muziek: Eugeniusz Knapik, Bernd Alois Zimmerman, The Doors. Gezien: 15/2, Oper, Frankfurt. Nog te zien: 27 en 28/4 (aanv. 20.00u), Stadsschouwburg, Antwerpen. Res.: 09-3232.483.800.

In 1987, op de toenmalige Documenta, bracht de Belgische theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre The Dance Sections uit. De voorstelling was een reeks ijzige, strikt symmetrische dansposen. Naar aanleiding van de Secties verzocht William Forsythe, artistiek leider van het Ballett Frankfurt, Fabre een ballet voor zijn gezelschap te maken. The sound of one hand clapping ging eind 1990 in première en was slechts zes maal te zien. Ik zag het afgelopen week pas toen het eindelijk werd hernomen in Frankfurt, als voorbereiding op twee uitvoeringen in april, in Antwerpen dat dan culturele hoofdstad van Europa is.

Vlak na The sound of one hand clapping, in het voorjaar van 1991, kwam Sweet Temptations uit. Die voorstelling verraste me zeer. Anders dan in al zijn vroegere werk leek Fabre chaos te scheppen in plaats van orde. Er was nog steeds volop symmetrie, maar daarnaast liet de estheticus Fabre zijn fanatieke beheersing van het toneelbeeld ook varen, en renden de spelers kris kras door elkaar heen, schreeuwend en zwalkend, als in een bacchanaal. Op de klanken van Iggy Pops Lust for life gaven zij zich over aan verleidings- en paringsrituelen: seks was tot deze voorstelling een onbekend fenomeen in het zo afstandelijke theaterwerk van Fabre.

Althans dat dacht ik, maar The sound of one hand clapping blijkt de ontbrekende schakel. Het stuk bestaat uit drie delen, waarvan het eerste en het laatste passen in Fabres vertrouwde traditie van strenge, minutieus uitgedokterde patronen. In het eerste deel neemt een groot aantal dansers de elementaires posities uit de academische dans aan: beide armen omhoog, één omlaag voor de borst, de tweede erbij, wisseling van standbeen, waarna het geheel herhaald wordt. Op de klanken van een door het Silesische Kwartet live uitgevoerd muziekstuk van Fabres favoriete componist Eugeniusz Knapik (schepper ook van de partituren van zijn opera's) maken twee dansers regelmatig precies gelijktijdige tours en l'air. Aan weerszijden bevindt zich op een stoel een in een harnas gehulde speler, sinds de Danssecties een vertrouwd beeld, evenals het monochroom blauwe achterdoek. Fabre-muze Els Deceukelier, van oudsher spil van iedere voorstelling, is de enige niet-danser. Zij ligt in amechtige poses voor op het toneel.

Het laatste deel heeft dezelfde sfeer als het eerste, alleen voert dan slechts één danseres, uiterst langzaam, de posen uit. Ze begint in het midden van het toneel en eindigt aan de rand ervan, daarmee de voorstelling besluitend.

“Bis!” riep iemand in de zaal bij de donkerslag, als ironisch commentaar op de tergende traagheid van het slotdeel. Het tempo en de strengheid ervan zijn inderdaad knellend - na de losse frivoliteit van het middengedeelte van The sound of one hand clapping.

Want dat middenstuk is de brug naar Sweet Temptations: het bruist van leven, actie, improvisatie misschien wel, al is dat het laatste waar ik een kunstenaar als Fabre van zal verdenken. Dit deel, waarin de muziek van The Doors overheerst, maakt The Sound tot een feest, waarop men de drie muziekinstrumenten die in de lucht hangen, vleugels, als een vanzelfsprekende en gebruikelijke versiering ervaart. De spanning in dit deel ontstaat door de suggestie van chaos, die evenwel zicht- en voelbaar zorgvuldig georganiseerd is.

Ik heb afgeleerd bij Fabre alles te willen duiden, hij heeft zo zijn obsessies. De vleugels horen daar sinds kort toe, de harnassen al langer, net als de scharen die in het eerste en laatste deel dreigend boven het toneel hangen en de "honden'-scène wordt misschien ook een Leitmotiv. In Sweet Temptations renden de spelers, blafgeluiden makend, een kwartierlang op handen en voeten heen en weer, in het daarvoor gemaakte The Sound is van dat tafereel vooralsnog een zwak rudiment zichtbaar. Ze tillen wel al af en toe een been op. Om te plassen.