Computer helpt bij opsporen van "witte' uitkeringsfraude; Hobbyist ontwikkelde programma dat nu veel gebruikt wordt

De gemeente Utrecht maakte vorige week bekend acht miljoen gulden terug te vorderen van mensen met een uitkering die andere inkomsten hebben verzwegen. Deze "witte fraude' wordt opgespoord door de gegevens van de belastingdienst te vergelijken met die van de sociale dienst. Computerdeskundige Laros heeft een programma gemaakt dat hierbij helpt.

MAARSSEN, 23 FEBR. In een nieuwe woonwijk bij Maarssen gaat E.D. Laros vóór de trap op. In de als kantoor ingerichte slaapkamer ligt zijn zoon op de grond, waar hij twee kabels van een computer met elkaar verbindt. Laros gaat zitten achter zijn bureau en start het programma dat hij heeft gemaakt om het sociale diensten makkelijk te maken hun eigen gegevens met die van de belasting te vergelijken.

Laros Software, begonnen als een hobby, is in vijf jaar tijd uitgegroeid tot een viermans bedrijf. Laros schrijft de programma's samen met een partner en twee vertegenwoordigers geven demonstraties aan geïnteresseerde gemeenten. Iedereen heeft daarnaast nog een andere baan. Ook de vrouw van Laros werkt mee in het bedrijf; zij beantwoordt de telefoontjes van klanten.

Van beroep is Laros beheerder van een middelgroot computersysteem. Vijf jaar geleden merkte hij dat de Maarssense sociaal-rechercheurs op een omslachtige manier hun dossiers bijhielden. Hij dacht dat het beter kon, en schreef met behulp van het database-programma Oracle een administratiesysteem. De rechercheurs vonden het handig en inmiddels hebben meer dan vijftig teams het programma gekocht. Vorig jaar juli presenteerde hij zijn oplossing voor het opsporen van uitkeringsfraude, Sofi-controle, dat snel aansloeg.

Sinds enige jaren krijgen gemeenten van de belastingdienst een opgave van mensen die behalve hun uitkering ook inkomsten uit arbeid hadden, de zogenoemde samenloopgevallen. De sociale diensten controleren of die gegevens overeenstemmen met hun eigen administratie. Iedereen die naast zijn uitkering geld verdient, moet dat eens per maand schriftelijk aan de dienst melden zodat het bedrag gekort kan worden op de uitkering. Wanneer iemand verzuimt zijn bijverdiensten te melden, is er sprake van "witte fraude'.

De lijst met "samenloopgevallen' van de belastingdienst kan in grote gemeenten duizenden namen bevatten. Dat maakt de vergelijking met wat in het eigen computersysteem bekend is, tijdrovend. Bij veel gemeenten is dan ook een forse achterstand ontstaan. Het programma Sofi-controle van Laros Software versnelt het onderzoek. Sommige grote gemeenten zoals Utrecht, hebben hun automatiseringsmensen zelf een vergelijkingsprogramma laten maken.

Laros mag zich inmiddels marktleider noemen: meer dan dertig gemeenten - waaronder Nijmegen, Bussum, Breda en Den Bosch - hebben zijn pakket, dat op iedere IBM-achtige personal computer draait, aangeschaft. Ook Groningen, eind vorig jaar in het nieuws met het opzienbarende resultaat van een handmatig onderzoek naar uitkeringsfraude, gaat binnenkort het programma gebruiken.

De belastingdienst krijgt zijn gegevens van de werkgevers, die opgeven aan wie zij loon hebben betaald. Ook de uitkeringsinstanties sturen informatie naar de belasting. Die selecteert per gemeente de mensen die zowel een uitkering als looninkomsten hadden. Zo'n lijst kan op papier staan - waar een computer niets mee kan - of op een diskette.

Op diskette staan de verschillende gegevens per belastingbetaler op een vaste plaats. Als je het programma van Laros hebt verteld dat het sofinummer bijvoorbeeld op positie 23 van de eerste regel staat, het loonbelastingnummer van de werkgever op positie 1 van regel 3 en dat de volgende zaak op regel 5 begint, leest de computer de gegevens en ordent ze in overzichtelijke formulieren. Iets soortgelijks moet gebeuren met de informatie uit het eigen computersysteem van de sociale dienst. Het programma voegt vervolgens de informatie uit beide bronnen samen.

Op de diskette van de belastingdienst staan onder meer de naam en het loonbelastingnummer van de werkgever(s), het sofinummer van de belastingbetaler en zijn persoonlijke gegevens. Ook het soort inkomsten (uitkering, dienstbetrekking, pensioen, dienstplicht, en dergelijke), begin- en einddatum van het dienstverband en het aantal gewerkte dagen zijn bekend.

Uit de computer van de sociale dienst komen onder meer sofinummer, naam, adres, geslacht, burgerlijke stand, de behandelende ambtenaar van de sociale dienst, het uitkeringstype en de opgegeven inkomsten. Het sofinummer in beide bestanden, maakt de koppeling mogelijk.

Het soficontrole-programma laat meteen zien of er overlappingen in uitkering en looninkomsten zijn. “Maar het gaat erom of die inkomsten zijn opgegeven op de maandelijke briefjes, zodat de sociale dienst heeft kunnen korten”, zegt Laros.

Vanachter de personal computer roept een ambtenaar van de sociale dienst de gegevens van een uitkerinsgerechtigde op het scherm en kan eenvoudig vaststellen of alle inkomsten bekend zijn. Klopt het, dan wordt zo'n zaak meteen uit het bestand verwijderd. Klopt het niet, dan moet bij de werkgever worden gevraagd of de gegevens kloppen. De brief met het verzoek om een loonopgaaf is met één druk op de knop door het programma te maken. “Dat is een van de tijdsbesparingen”, zegt Laros, “en daar is het om begonnen.”

Als een gemeente het te veel werk vindt alle zaken individueel te controleren, kan het programma fijne of grovere zeven op de verzameling loslaten. Bijvoorbeeld door een overzicht te maken van alle mensen die meer dan 3.000 gulden naast hun uitkering hebben verdiend of van degenen die een totaal inkomen hadden van meer dan 30.000 gulden. Laros: “Als je op het scherm ziet dat iemand volgens de belasting 50.000 gulden heeft verdiend, weet je dat er iets aan de hand is.”

Het zou eenvoudiger zijn de bij beide instanties opgegeven inkomsten te vergelijken en alleen te kijken naar de zaken waar dat niet overeenstemt. Maar dat blijkt niet mogelijk. “Door al die verschillende kortingsregels per samenlevingsvorm en per uitkeringssoort is zoiets niet in de rekenregels van het programma vast te leggen”, aldus Laros. “Bijvoorbeeld bij een eenoudergezin mag twee jaar lang worden bijverdiend, pas daarna wordt honderd procent gekort. Maar als iemand na 1,5 jaar ophoudt met werken, houdt hij de resterende vrijstelling tegoed.”

Bovendien heeft elke gemeente een andere manier gevonden om de gegevens in de computer te zetten. “Pas na de vereenvoudiging van de uitkeringen, volgend jaar, wordt het eenvoudiger dit te automatiseren”, zegt Laros.

Wat zijn programma wel kan, is de bij de belasting opgegeven inkomsten toetsen aan een norm-inkomen dat voor een van de meer dan twintig te onderscheiden uitkeringstypen geldt. De computer selecteert dan alleen zaken waar dat bedrag wordt overschreden.

Als er sprake blijkt van fraude, kan de behandelaar met een druk op de knop de brief met de verplichte informatie voor het Centraal Bureau voor de Statistiek produceren. Met een andere knop rolt er een papieren of elektronisch dossier uit voor de sociale recherche.

Voor de rechercheurs zijn "witte zaken' eenvoudig: alle bewijzen liggen op tafel. Zwart geld is niet bij de belasting bekend en ook fraude met samenlevingsvormen is alleen na langdurig veldonderzoek vast te stellen.

Slechts de uitkeringstrekker die belasting en premies betaalt over zijn inkomsten, loopt door de vergelijking tegen de lamp. Want de vestzak ontdekt wat in de broekzak zit. En de computer zorgt er met programma's als dat van Laros voor dat zoiets met steeds minder inspanning is vast te stellen.