BREAD AND BUTTER PUDDING

Op het gebied van toetjes zijn de Engelsen moeilijk te overtreffen.

Van niets kunnen ze nog iets sjeuïgs maken. Zinnige zuinigheid ligt ten grondslag aan de wijdvertakte familie van de brood-en-boterpudding waarvan de klassieke kabinetpudding wel de meest verheven telg is. Oneindig zijn de variatiemogelijkheden voor deze smeuïge pudding die ooit zijn oorsprong vond in een sneetje oud brood besmeerd met boter, geweekt in gezoete melk, opgepoft in de pan en - indien aanwezig - verrijkt met een lepeltje zelfgemaakte jam. Het geheim van een goede brood-en-boterpudding is dat het brood lang moet weken in de melk alvorens in de oven te gaan. Voor velen is dit wellicht het begin van een nooitgedroomde romance met een inspirerende verschijning uit Engelse puddingkringen, waarvan het einde nooit in zicht komt zolang er brood, cake en brosse beschuitjes liggen te verkommeren in kabinet en voorraadkast.

Voor 4 porties:

75-80 gram oud casinobrood zonder korst

40 gram boter

3 eetlepels suiker

3 deciliter volle melk

2-3 sinaasappelschilletjes

1 ei

2 1/2 eetlepel witte rum

voor de saus

1 1/2 deciliter water

30 gram suiker

1 eetlepel aalbessengelei

1 theelepel (2 1/2 milliliter) citroensasp

4 eetlepels witte of donkere rum

Doe het brood in een foodprocessor en laat het mes draaien tot het brood tot middelfijn broodkruim is getransformeerd. Snijd de eventueel achtergebleven witte binnenhuid weg van de sinaasappelschilletjes. Snijd de schilletjes overlangs in ragfijne sliertjes en deze tot minuscule stukjes (gruis). Breng de melk met de suiker, boter en 3/4 eetlepel van de fijngesneden sinaasappelschilletjes aan de kook. Doe het broodkruim in een kom, giet het hete melkmengsel erbij en laat het geheel 1 uur weken (en afkoelen). Klop het ei los met de rum en roer dit door het afgekoelde broodmengsel. Vet een (bol)ronde vuurvaste kom (van 1/2 liter inhoud) royaal in met boter (of gebruik 4-6 kleine vuurvaste bakjes) en giet het puddingmengsel in de kom. Laat de pudding 40 minuten in een voorverwarmde oven (180 graden celsius) garen. (De pudding is gaar wanneer een metalen spiesje "schoon' in en uit kan gaan.)

Maak intussen de saus. Breng het water met de suiker aan de kook en laat het mengsel 10 minuten zachtjes doorkoken op halflaag vuur. Roer de aalbessengelei door de siroop tot hij is gesmolten. Roer tot slot het citroensap en de rum door de saus; laat de saus afkoelen zodat zij lichtstroperig wordt.

Neem de pudding uit de oven, laat hem 5 minuten bekoelen, haal een mesje langs de rand en stort de pudding voorzichtig op een platte schaal. Lepel iets van de saus over de pudding om het blanke oppervlak een kleurtje te geven. Serveer de rest van de saus apart.