Advocaten: wijzigen gratieregeling "oliedom' en "incidentenpolitiek'

AMSTERDAM, 23 FEBR. "Incidentenpolitiek', zo omschrijft de Amsterdamse advocaat en hoogleraar strafrecht aan de Rijksuniversiteit Limburg, prof.mr. Th. de Roos, het voornemen van de minister van justitie om te bestuderen of de gratieregeling voor veroordeelden moet worden gewijzigd. Bij een wijziging van een "buitengewoon rechtsmiddel', zoals het gratieverzoek, mag men niet "over één nacht ijs gaan', aldus De Roos, omdat anders de rechtsbescherming in het gedrang kan komen. De Roos is voorzitter van de vereniging van strafrechtadvocaten en zit in de adviescommissie voor het strafrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Afgelopen vrijdag werd tot woede van het openbaar ministerie in Amsterdam een man vrijgelaten omdat zijn gratieverzoek nog niet was behandeld. Hij had gratie verzocht voor een straf die hem in 1991 wegens drugdelicten was opgelegd. Vorige maand was de man veroordeeld tot acht jaar voor zijn betrokkenheid bij een omvangrijke XTC-zaak.

De procureur-generaal van het Amsterdamse gerechtshof, mr. R. Behling, heeft inmiddels bij de minister van justitie aan de bel getrokken. Hij vindt dat de gratieregeling wordt misbruikt. Volgens artikel 559 van het Wetboek van strafvordering heeft een gratieverzoek schorsende werking wanneer iemand niet in voorlopige hechtenis zit. Een veroordeelde die een oproep krijgt zich bij een gevangenis te melden om zijn straf uit te zitten kan een gratieverzoek indienen. Hij krijgt dan automatisch uitstel.

Bij een gratieverzoek moet het rechterlijke college dat de straf heeft uitgesproken advies uitbrengen. Soms zijn verscheidene rechterlijke colleges in het geding. Ook moet een reclasseringsrapport worden opgemaakt. Daardoor kan het uitstel vele maanden duren. Volgens Behling proberen mensen vooral in zaken de georganiseerde misdaad betreffende “met alle kracht en macht van de mazen in de wet gebruik te maken en dat kan de bedoeling van de wetgever niet zijn”.

De verdediger van de vrijgelaten man, de Utrechtse advocaat mr. P. Doedens, noemt de wens van Behling om de schorsende werking van de gratieregeling op te heffen “oliedom”. “Er hoeft helemaal geen nieuwe regeling te komen. Ze kunnen toch tellen bij het OM? Ze wisten wanneer mijn cliënt zijn straf uitgezeten zou hebben en dat er een verzoek om gratie lag.” Doedens wijst erop dat het gratieverzoek bij het hof is terechtgekomen waar ook Behling zit. “Behling moet bij zijn eigen collega's in de la kijken wat daar allemaal ligt. Als er bij het openbaar ministerie fouten worden gemaakt moet niet zo'n regeling worden veranderd, Behling moet zijn eigen apparaat op de helling zetten!”

Ook De Roos vindt dat Behling de hand in eigen boezem moet steken. “Een verwijzing naar de georganiseerde misdaad doet het altijd goed, maar kijk in godsnaam ook naar je eigen apparaat. Daarbij is het toch niet zo gek dat er wel eens een foutje wordt gemaakt. Je moet de bulk van je zaken in de gaten houden. Wanneer het in één geval misschien wat ongelukkig is uitgepakt, moet je dan allerlei regels gaan veranderen?”