Ter Beek ligt onder vuur van wetenschappers...

Als minister Ter Beek (defensie) donderdagavond in de Julianakazerne in Den Haag was geweest, was hij vast heel somber geworden.

Op een zeer goed bezocht seminar, georganiseerd door de vereniging van academisch gevormde reserve-officieren van de landmacht (ROAG), lag zijn in december gepresenteerde Prioriteitennota zwaar onder vuur. Er bleef weinig van heel, niet alleen van de keuzes die de nota voor de Nederlandse strijdkrachten maakt, maar ook van de uitgangspunten die daaraan ten gronslag liggen.

Dat gebeurde op geheel verschillende manieren. Hoofdthema van de avond was de vraag waar de grens ligt van militaire interventies. In de eerste plaats waren daar de wetenschappers prof. Voorhoeve, van het Nederlands instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, en dr. Siekmann van het Asserinstituut. Voorhoeve betoogde dat er veel conflicten smeulen in Europa en dat Nederland wel heel dapper een luchtmobiele brigade formeert en in de Prioriteitennota vastlegt dat het op vier plaatsen tegelijkertijd in de wereld aan VN-acties wil kunnen deelnemen, maar dat de politieke wil in Nederland en in de rest van Europa om in te grijpen in bijvoorbeeld Joegoslavië, uiterst klein is gebleken. Herstructurering van de strijdkrachten in de richting van VN-behoeften, is dan verspilde moeite.

Siekmann stelde vast dat het instrument van vredeshandhaving, waaraan ook Nederland bijdraagt, in Joegoslavië duidelijk een nogal bot instrument is gebleken. De strijdende partijen laten zich er in het geheel niet door beïnvloeden, terwijl de situatie voor de VN-soldaten tamelijk gevaarlijk wordt omdat ze als vredessoldaten zonder opdracht dwingend op te treden verhoudingsgewijs licht bewapend zijn.