"Redenering is gelijk aan die van Hitler'

Uit het radiojournaal van Radio Vaticaan, donderdag 18 februari 1993

(Inleiding) “Nieuwe polemieken in Nederland en in heel Europa over het plan van de regering in Den Haag om de euthanasie van terminale zieken uit te breiden tot misvormde pasgeborenen. Van de vrijwillige euthanasie, die vorige week door het Nederlandse parlement is goedgekeurd, zou men dus overgaan naar onvrijwillige euthanasie. De Federatie van Nederlandse artsen heeft het voorstel van het kabinet vergeleken met de methodes voor raciale zuivering die door de nazi's zijn gebruikt. Uit een onderzoek dat in opdracht van de regering is verricht, blijkt dat in 1990 de onvrijwillige euthanasie in zeker duizend gevallen is toegepast tegenover 2.300 gevallen waarin de dood op verzoek van de patiënt is bewerkstelligd. Over deze kwestie hebben we de mening gevraagd van monseigneur Elio Sgreccia, expert in bio-ethiek, geïnterviewd door Sergio Centofanti.

(Sgreccia:) “Dit is de logica van de gelegaliseerde euthanasie en van de filosofie daarachter: als je eenmaal de grens van het respect voor het menselijk leven hebt overschreden, ga je van de vrijwillige euthanasie naar die welke wordt opgelegd omdat die beantwoordt aan een criterium van utilitarisme, wat betekent dat alle levens die een economische ballast vormen voor de samenleving worden geëlimineerd. Natuurlijk krijg je de rillingen van een soort samenleving en een soort cultuur die steunt op deze logica.”

Sommigen hebben Hitler in herinnering geroepen.

“De voorstanders van euthanasie, zoals ook die van selectieve abortus, van misvormde foetussen, zijn beledigd als iemand Hitler in herinnering roept. In werkelijkheid is de conclusie dezelfde, namelijk dat menselijke levens worden geëlimineerd die als onnuttig worden beschouwd voor dat soort samenleving. In de ogen van Hitler waren de joden of de geesteszieken (...) niet nuttig, en voor dit soort samenleving - die hedonistischer zijn vergeleken met Hitler, die fanatiek nazist was - geldt dezelfde redenering: we zijn nog altijd in de sfeer van het utilitarisme.”