Rechter: Ritzen fout bij afzetten faculteitsbestuur

DEN HAAG, 22 FEBR. Minister Ritzen (onderwijs en wetenschappen) heeft vorig jaar december ten onrechte ingestemd met het afzetten van het bestuur en de raad van de faculteit bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Dit heeft de voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State, mr. P.J. Boukema, vanochtend bepaald.

Boukema, wiens motivering nog niet is vrijgegeven, schorste de ministeriële beslissing met ingang van 15 maart. Eind januari schorste de ambtenarenrechter in Rotterdam ook al het besluit van het college van bestuur om decaan prof.dr. G.G.J.M. Poeth af te zetten. Het ministerie en het college wilden vanmiddag geen commentaar geven.

Poeth werkte aan een ingrijpende financiële schoning bij zijn faculteit en de daaraan verbonden Rotterdam School of Management (RSM). Hij verbood onder meer extra privé-betalingen aan de Erasmus-docenten bij de RSM. Het college zette Poeth, het faculteitsbestuur en de faculteitsraad, aangetreden in september 1992, op 8 december officieel af wegens jarenlange “verwaarlozing van het bestuur”. Minister Ritzen bekrachtigde dit besluit. Maar in feite wilde het college vooral een einde maken aan de omstreden interne naspeuringen van Poeth en aan de publiciteit over "bijklussende' hoogleraren.

Of de afgezette bestuurders en raadsleden in hun functie terugkeren, is onduidelijk, gelet op de geringe bereidheid daartoe van het college van bestuur. De onderhandelingen tussen Poeth en het college verlopen uiterst moeizaam. De Tweede Kamer-commissie voor onderwijs en wetenschappen wilde vorige week woensdag beide partijen horen, maar op aandrang van het college werden deze hoorzittingen uitgesteld.

Mr. Boukema achtte overigens het faculteitsbestuur en de faculteitsraad in hun verzoek de beslissing van het college te verwerpen niet ontvankelijk, omdat zij volgens de rechter eerst intern op de universiteit beroep hadden moeten aantekenen. Deze kwestie is echter van ondergeschikt belang doordat de rechter wel de ministeriële bekrachtiging heeft geschorst.

De uitspraak van vanochtend is evenals de eerdere uitspraak van de Rotterdamse ambtenarenrechter een “voorlopige voorziening” wegens het spoedeisende karakter van de zaak. De decaan, het bestuur en de raad van de faculteit hebben in totaal veertien procedures tegen het universiteitsbestuur en de minister aangespannen.