"Q zou nooit een korte broek dragen'

“In de loop der jaren heb ik een gedetailleerde achtergrond voor die figuur kunnen opbouwen, door steeds weer een andere das te dragen”, zegt Desmond Llewelyn over zijn rol als Q in de James Bond-films. “Al mijn oude school- en clubdassen heb ik al eens omgedaan. Zelfs de das van Trinity College in Cambridge, waar mijn zoon is afgestudeerd. Uit die kledingstukken heeft men kunnen aflezen dat Q rugger en cricket heeft gespeeld en dat hij bovendien heeft geroeid. Hij woonde ook een tijdje in Wales; dat zie je aan de Newport Rugger-das.”

Desmond Llewelyn wacht deze dagen op een telefoontje over de nieuwe Bond-film die nu, na een hiaat van drie jaar, in voorbereiding is. Albert Broccoli, de producent achter de achttien eerdere films in de reeks, heeft inmiddels zijn rechtszaak over de Bond-rechten tegen MGM gewonnen en kan aan nummer negentien beginnen. De nu 78-jarige acteur hoopt dat hij daarin opnieuw Q mag spelen, de man die telkens weer op hautaine toon aan Bond de toepassingen demonstreert van de nieuwste technologische snufjes waaraan de films een groot deel van hun populariteit danken.

Hij verscheen voor het eerst als Q in 1963, in de tweede Bond-film, From Russia with love. Daarvóór, in Doctor No, droeg zijn personage de naam Major Boothroyd en werd gespeeld door Peter Burton. Ze kenden elkaar: Llewelyn, met een achtergrond in repertory theatre, oorlogsdienst in de Royal Welsh Fusilliers en vijf jaar gevangenschap in Duitsland, trad samen met Peter Burton op in de uit 1950 daterende film They were not divided. De regisseur was Terence Young. “Gelukkig voor mij was Peter niet beschikbaar voor de tweede Bond-film. Toen Terence, die het zou regisseren, mijn naam kreeg gesuggereerd, moet hij hebben gedacht: beter de duivel die je al kent! Ik hoefde niet eens auditie te doen.” In het scenario stond: "Ask Major Boothroyd to come in'. Omdat het om een andere acteur ging, herschreef Young die zin in: "Q branch has got some equipment together'.

Llewelyn, in Wales geboren maar begiftigd met een keurig Engelse tongval, voelt veel affiniteit met de piepkleine rol. Want laat ons eerlijk zijn: als er in totaal ongeveer dertig uur aan Bond-avonturen op film is vastgelegd, verschijnt Q in totaal zo'n dertig minuten in beeld. Niettemin is de tengere, oude gentleman in het grijze visgraatpak internationaal een bekend gezicht, vooral sinds de Bond-films op video verschenen.

“Vroeger deed ik er nog andere films en televisieseries naast. Sinds de video's er zijn, krijg ik echter bijna geen ander werk meer. Iedereen ziet me alleen aan als Q. Ik ga wel met regisseurs praten die mijn agent hebben verteld dat ze me voor een rol willen hebben. Maar eigenlijk willen ze alleen maar over Bond praten. Ze hebben geen enkele belangstelling voor mij als acteur in hun film. Iemand zei eens: we zouden je dolgraag willen gebruiken, maar we kunnen toch niet zomaar Q binnen laten lopen? Terwijl ik verdorie een acteur ben; ik kan een baard of een snor opzetten, en zelfs met een Welsh accent praten. Ik blijf maar hopen dat ik op een dag de kans krijg om iets anders te doen.”

De rol van Q heeft hem nooit rijk gemaakt. “Ik denk dat Diamonds are forever de eerste van de Bond-films was waarin ik meer dan één scène had. En je wordt per dag betaald. Als ik een scenario lees met drie of vier scènes voor Q, dan denk ik: nu ga ik wat geld verdienen. Maar onze regisseurs zijn zo vlot dat ze, als die scènes in de studio worden opgenomen, er allemaal binnen drie dagen op staan.”

Hoewel zijn werk geen vetpot is, maakt Llewelyn toch geen verbitterde indruk. Hij geniet zichtbaar van zijn status als "ster' en staat op de bres voor de integriteit van de figuur. “Ik heb altijd moeilijkheden gehad, omdat er zoveel verschillende schrijvers zijn, en die hebben allemaal een ander idee over Q. Ik heb vreselijk moeten vechten om Q niet in een korte broek te laten lopen. Kijk, in Thunderball kon hij zoiets dragen omdat hij nog vrij jong was en naar de Bahama's ging. Nu is hij ouder en hij heeft een lange staat van dienst. Hij zou beslist geen korte broek dragen. In de laatste film, Licence to kill, wilden ze me in een oerwoudpak in een chic hotel laten opduiken. Ik zei: of course not! Hij is net uit Londen overgevlogen. Hij is een oude man en hoofd van de Q-afdeling. Als je hem per se grappig wilt maken, kan hij misschien een bolhoed op. Maar hij móet een net pak aan. Q is boven alles een efficiënte ambtenaar met een gevoel voor technologie.

“Toen ik met de rol begon, deed ik mijn scène en ging ik meteen naar huis. Ik begrijp nog steeds niet wat ik over al die technische snufjes te zeggen krijg, maar toen ik voor het eerst naar Amerika ging om promotie te maken voor Diamonds are forever, wilde ik er toch iets over kunnen opmerken. Ik heb dan ook alles over de schrijver Ian Fleming en zijn Bond-creatie gelezen. Nu ben ik een redelijk expert in deze dingen. Ik kan desgewenst urenlang kletsen over de Bond-films.”