Nederlandse lange rente handhaafde dalende lijn

ROTTERDAM, 22 FEBR. De afgelopen week lieten de koersen van Nederlandse staatsleningen wederom een duidelijke stijging zien.

De stijging van de 30-jaars staatslening, waarbij op één dag het effectief rendement met 0,1 procent daalde, leidde voor die lening tot een hoogste koers van dit jaar van 106,45 procent. Hierdoor ligt het effectief rendement van de meeste staatsleningen langer dan 2 jaar rond de 7 procent of lager. Ten opzichte van de laagste koers van dit jaar noteerde de 30-jaars lening ruim 5 procent hoger. Gezien de grote rentegevoeligheid van deze obligatie leidt een rentedaling van de 30-jaars lening tot een sterkere koersstijging dan een vergelijkbare rentedaling voor de 10-jaars obligatie. De 30-jaars lening is nagenoeg twee maal zo gevoelig voor renteveranderingen als de 10-jaars lening.

Eind vorige week kon worden geprofiteerd van het gunstige, negatieve geldgroeicijfer uit Duitsland, dat een renteverlaging mogelijk lijkt te maken. De daling van de 10-jaars rente onder grens van 7 procent èn onder de Duitse rente kon worden vastgehouden; het absolute renteniveau eindigde op 6,75 procent. De stijging van de 30-jaars lening is deels toe te schrijven aan het goede sentiment op de Nederlandse obligatiemarkt. Daarnaast speelde het strippen van de 30-jaars lening een rol, waarbij beleggers elke coupon en de aflossing los kunnen aanschaffen. Omdat vorige week de handel in "strips' begon zagen enkele marktpartijen zich genoodzaakt hun shortposities, waarmee ze speculeerden op een rentestijging, terug te draaien. Deze extra vraag, gevoegd bij de vraag naar de lening om deze te kunnen strippen, leidde tot de uiteindelijke koersstijging. Tot nu toe is zo'n 2 miljard gulden van de 30-jaars lening "gestript'.

Van de zijde van de Nederlandse regering kwam voor de obligatiemarkt minder positief nieuws. Vice-premier Kok gaf namelijk aan dat het terugdringen van het financieringstekort enigszins zou kunnen worden getemporiseerd. De redenen liggen in hoger dan verwachte (werkloosheiduitkerings) uitgaven en tegenvallende (belasting) inkomsten. De regering zou volgens Kok momenteel meer prioriteit moeten geven aan het stimuleren van de economie dan aan het terugdringen van het financieringstekort, hoewel de regering bij haar beleid nog steeds zou moeten uitgaan van een afnemend tekort.

Voor de obligatiemarkt kan dit ten eerste een groter aanbod van staatsleningen betekenen, ten tweede tot een hogere inflatie leiden en ten derde een langzamere aanpassing aan de EMU-criteria tot gevolg hebben. Dit laatste kan vooral het vertrouwen van buitenlandse beleggers schaden.

Internationale obligatiemarkten

Niet alleen in Nederland en Duitsland lieten de obligatiemarkten stijgingen zien. De belangrijkste obligatiemarkten in Europa volgden het goede voorbeeld. In Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken daalde het rendement met 7 tot 20 basispunten. Alleen België en de Zuid-Europese landen moesten een beurt voorbij laten gaan. Italië kampt met een politieke vertrouwenscrisis. Ook België is tegenwoordig uit de gratie bij de internationale beleggers. Daar betreft het gebrek aan vertrouwen met name de munt en de overheidsfinanciën, die er door de politieke problemen van de laatste tijd niet gezonder op zijn geworden.

In de Verenigde Staten gaf het optreden van president Clinton de obligatiemarkten een flinke positieve impuls. De handelaren en beleggers hebben vertrouwen in de plannen, die Clinton officieel presenteerde in zijn eerste "State of the Union'. Deze plannen bevatten voor obligatiemarkten dan ook veel positief nieuws. In de eerste plaats is alles erop gericht de overheidsschuld terug te dringen. Een lagere schuld leidt, via een lager aanbod van staatsleningen, in het algemeen tot hogere prijzen. In de tweede plaats behelzen de plannen forse belasting-verhogingen. Men verwacht dat hierdoor het economisch herstel vertraagd zal worden, waardoor inflatoire tendensen voorlopig geen kans krijgen. Bovendien verkleinen deze maatregelen de kans dat de Federal Reserve Board middels verhogingen van de korte rente aan de rem zal trekken.

Al met al daalde het rendement op de 10-jaars staatsleningen met ruim 20 basispunten, naar 6,18 procent. Een basispunt is één honderdste van een procentpunt (0,01). Vier tot acht maanden geleden, in aanloop naar de verkiezingen, reageerden de Amerikaanse obligatiebeleggers verschrikt op de zich telkens vergrotende kansen dat er een nieuwe democraat in het Witte Huis gekozen zou worden. Sinds hij echter daadwerkelijk gekozen is, heeft de obligatiemarkt goede tijden meegemaakt. De 30-jaars rente is in 4 maanden tijd met 60 basispunten gedaald naar 7,0 procent. Dit komt grofweg overeen met een koersstijging van ruim 4 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco