Kabinetswijziging in Zuid-Afrika

JOHANNESBURG, 22 FEBR. President De Klerk heeft zijn kabinet ingrijpend gewijzigd met het oog op de eerste niet-raciale verkiezingen in Zuid-Afrika, die mogelijk begin volgend jaar worden gehouden. Hij benoemde twee kleurlingen en een Indiër tot minister. De Klerks Nationale Partij hoopt bij de verkiezingen de meerderheid van de stemmen in deze twee bevolkingsgroepen te verwerven.

De nieuwe ministers kregen geen zware portefeuilles. Abe Williams werd minister van sport, Jac Rabie minister van bevolkingszaken en de Indiër dr. Bhandra Ranchod, voormalig ambassadeur bij de EG, minister van toerisme. In de jaren tachtig nam president Botha de leiders van het kleurlingen- en Indiër-parlement in zijn kabinet op, maar zij kregen niet het beheer over een ministerie.

De Klerk haalde geen zwarte minister het kabinet binnen, hoewel dat tevoren was verwacht. De president verklaarde dat hij na overleg met mensen uit de zwarte gemeenschap en daarbuiten had besloten dat de benoeming van een zwarte minister “averechts zou werken in het huidige delicate stadium van de onderhandelingen”. Het Afrikaanse Nationale Congres heeft de verschuivingen binnen het kabinet afgekeurd als “een leeg gebaar van verzoening”.

Vier oudgedienden van de Nationale Partij verlaten het kabinet: minister Gene Louw (defensie), Org Marais (ambtenarenzaken en toerisme), Louis Pienaar (binnenlandse zaken en milieu) en Jacob de Villiers (regio's en landzaken). Van de nieuwe ministers krijgt Danie Schutte de belangrijke portefeuille van binnenlandse zaken. Hij wordt daarmee verantwoordelijk voor de voorbereiding van de verkiezingen. De minister van justitie, Kobie Coetsee, neemt tevens de portefeuille van defensie op zich.