Jevgeni Svetlanov nu al beroemd bij het Residentie Orkest; De hogeschool van het dirigeren

Jevgeni Svetlanov, de nieuwe chef-dirigent van het Residentie Orkest, is in minder dan een week in ons land beroemd geworden. De aankomst van Svetlanov, vorige week zondag op Schiphol, was die avond een prominent item in het NOS-Journaal, "happy news' vlak na een reportage over de ellende in Joegoslavië. Drie miljoen kijkers zagen hoe de in sjofele vrijetijdskleding gestoken Russische dirigent tot zijn verrassing door zijn orkestleden werd begroet met een stukje uit de Serenade van Dvorák. Svetlanov kreeg een nieuwe Haagse dirigeerstok aangeboden en hij reageerde nuchter met te hopen dat hij het orkest nog beter zou kunnen maken, in ieder geval niet slechter.

Zijn bijna algemene bekendheid, nog voor de 64-jarige Svetlanov afgelopen vrijdagavond zijn eerste noten in zijn nieuwe functie in Den Haag had gedirigeerd, lijkt een triomf van geraffineerd pr-management. Maar het publicitaire succes - uitzonderlijke en herhaalde aandacht bij tv, radio en in kranten - kwam niettemin bijna als vanzelf en leek vooral gebaseerd op een welgemeend en bijna naïef euforisch gevoel van het Residentie Orkest. Toen de Vereniging van Vrienden dinsdag een kennismakingsbijeenkomst met Svetlanov organiseerde, zaten er zeker 1400 belangstellenden in de Dr. Anton Philipszaal.

Op het podium geïnterviewd door Han Reiziger (VPRO) met projectie van de beelden van twee camera's op een groot scherm, vertelde Svetlanov over zijn jeugd en zijn dirigentencarrière, die veertig jaar geleden, in 1953 begon met een rampzalige uitvoering van een door hemzelf geschreven stuk. Al op vijfjarige leeftijd kwam Svetlanov in het Bolsjoitheater, was gefascineerd door het orkest, vooral de tuba, en zwaaide hij met zijn armpjes als een dirigent. De tuba vindt hij nog steeds de basis van het orkest, trouwens.

Als kind stond Svetlanov in het Bolsjoi op het podium als figurant: via de vingercamera van Margreet Dolman zagen we hem op een foto in een boek als een kozakje. Er werd een Russische documentaire over Svetlanov getoond, er werd een door hem gecomponeerd stuk voor piano en klarinet gespeeld: een weemoedige prelude en een virtuoos jazzy scherzo. “Ik ben gek op jazz, klassieke jazz.” Als hij zijn muziek hoort, dan trilt zijn onderkaak, net als op andere momenten van grote emotie. Svetlanov zegt vooral veel onbekende en onuitgevoerde Russische muziek te willen spelen: “Ik wil een propagandist zijn van componisten.”

Ook de Haagse orkestleden zijn ècht dol met Svetlanov. Ze schonken hem een paar hengels en morgen gaat het halve orkest in Scheveningen scheep om samen met de nieuwe baas te gaan vissen op zee. Ook de dames van het kantoor gaan mee.

De vreugde over de komst van Svetlanov moet veel Haags leed definitief verdringen. Het Residentie Orkest hoopt met aanstelling van Svetlanov nu eindelijk lange jaren van vele en akelige onderlinge ruzies achter zich te hebben gelaten en weer te gaan werken aan een respectabele toekomst. Twee artistiek leiders - Jan Taat en Theo Muller - waren snel na hun aantreden alweer weg. Directeur Van der Meer - de bouwer van de eigen Dr. Anton Philipszaal - stapte op. Twee dirigenten verdwenen. Vaste gastdirigent Alain Lombard was na lange jaren van dienst van de ene dag op de andere gedesillusioneerd vertrokken. En Hans Vonk - elf jaar chef-dirigent - stapte op na knallende ruzies, deels in het openbaar uitgevochten.

Sindsdien werd het orkest geleid door een eindeloze rij gastdirigenten, van wie Svetlanov in oktober 1991 er één was. Hij baarde veel opzien, onder andere door een keer tijdens een concert van zijn rostrum af te stappen en de violisten van dichtbij met een gebaar van heftig vibrato aan te sporen nog vervoerender te spelen. Zijn concerten bleken ware evenementen en al de volgende maand was Svetlanov gecontracteerd. Die slagvaardigheid van het Residentie Orkest bleek achteraf een gouden greep, want ook andere, aanzienlijk rijkere buitenlandse orkesten hadden belangstelling voor de dirigent, die jarenlang verbonden was aan het Moskouse Bolsjoi-theater, uiteindelijk als chef-dirigent, en die sinds 1965 de chef was van het Russische Staats Symfonie Orkest.

De nieuwe chef-dirigent Jevgeni Svetlanov wordt in Den Haag ook in ander opzicht extra gewaardeerd ten opzichte van zijn directe voorgangers, Van Otterloo en Vonk. De aanspreekvorm van Svetlanov is nu opgetrokken tot het prestigieuze maestro. "Welkom, maestro Svetlanov' staat nu in grote letters op de Dr. Anton Philipszaal, zó dat Svetlanov het ook vanuit zijn kamer in het Pullman Hotel ernaast kan zien. In het programmablad van het Residentie Orkest wordt maestro Svetlanov gezien in de reeks van grote dirigenten (maestro's) die de afgelopen 90 jaar voor het orkest hebben gestaan: Arturo Toscanini, Pierre Monteux, Leopold Stokowski, Carl Schuricht, Otto Klemperer, Charles Münch, Carlo Maria Giulini, Antal Dorati, Leonard Bernstein en Bruno Maderna.

De Haagse hartelijkheid miste zijn uitwerking niet: Svetlanov liet orkestdirecteur Bert van den Akker weten dat hij nu al meer aandacht had gehad dan in zijn hele carrière totnutoe. De opzet was daarmee gelukt. Want het was vorige week erg noodzakelijk de nieuwe chef-dirigent in korte tijd met extra attenties te overladen en emotioneel aan het orkest te binden, omdat hij in dit eerste seizoen bij het Residentie Orkest slechts twee weken aanwezig is en daarin niet meer dan vijf concerten leidt: drie in Den Haag en twee in Utrecht.

In het volgende seizoen zal Svetlanov zo'n veertien weken in Den Haag verblijven en pas dan heeft het Residentie Orkest ècht een chef-dirigent met wie wordt gewerkt, onder andere aan plaatopnamen, waarover met verschillende maatschappijen wordt onderhandeld. De publieke aandacht voor Svetlanov en het Residentie Orkest wordt nu dan ook maximaal uitgebuit: volgende week maandag maakt het orkest in zijn aanwezigheid het programma voor het komende seizoen bekend. Volgende week dinsdag wonen koningin Beatrix en prins Claus een concert van het Residentie Orkest bij ter gelegenheid van het bezoek van de Israëlische president Herzog aan ons land. En volgende week woensdag - veel vroeger dan anders - begint de campagne voor de verkoop van de abonnementen voor het nieuwe seizoen.

Het is nu van het grootste belang dat de Dr. Anton Philipszaal bij ieder concert een maximaal publiek trekt. Het vloeit niet alleen voort uit het nieuwe zakelijker kunstbeleid van minister d'Ancona maar het is ook nodig om de nieuwe chef-dirigent te kunnen betalen. De Vereniging Vrienden van het Residentie Orkest heeft zich dan wel garant gesteld voor drie ton, maar het zou prettig zijn als dat bedrag niet hoeft te worden aangesproken.

Volle zalen zorgen voor fikse inkomsten en het concert van aanstaande zaterdag moet nog veel meer opbrengen. Door dat concert met een niet echt uitzonderlijk programma - de Zesde symfonie van Mahler - tot "Gala' te promoveren, kon de toegangsprijs worden opgetrokken tot 100 gulden. Maar zelfs bij Svetlanovs eerste concert, afgelopen vrijdag, zat de zaal toch net niet helemaal vol, ondanks alle publiciteit.

Wat vorige week ontbrak op de lessenaar van Svetlanov was de rode ventilator, die de snel verhitte dirigent nogal eens gebruikt om zichzelf af te koelen terwijl hij zijn musici aanvuurt. Toen Svetlanov in november vorig jaar met zijn Russisch Staats Symfonie Orkest in het Utrechtse Vredenburg optrad, was deze "sventilator' nog in vol bedrijf. Terwijl de dirigent zich lucht liet toeblazen, produceerde zijn orkest onvoorstelbare hoeveelheden extatisch geluid, vooral in Skrjabins Derde symfonie.

Svetlanovs eerste Haagse concert, afgelopen vrijdag, had een heel ander karakter. De exuberantie maakte plaats voor een ingetogen les in het spitsen van de oren. Het orkestspel was buitengewoon geacheveerd, de klankkleuren bleken weloverwogen geschakeerd en afgewerkt, de ontwikkelde volumes waren vrijwel steeds bescheiden. De uit 1866 daterende vierdelige Tweede symfonie ("Antar') van Rimski Korsakov - aandoend als citaten uit Wagners Ring met daardoorheen een voorstudie van Sheherazade - leek zo aangepakt op vier allengs intensere aanlopen naar iets dat tenslotte net niet kwam.

Ook de vertolking van Brahms Eerste symfonie - voller en warmer van klank - toonde Svetlanov in de eerste plaats als een consciëntieus afgevaardigde van de componist en niet als een eigenzinnig interpreet. Dat kan anders en Svetlanov heeft meer in reserve, maar hij wilde kennelijk niet nog meer de aandacht op hemzelf gevestigd zien. Het is heel gemakkelijk om hier met wat extra gebaar meer oppervlakkige furore en meeslepend effect te veroorzaken. Svetlanov was deze keer echter vooral uit op methodische zorgvuldigheid, discipline en het etaleren van goede smaak: de hogeschool van de dirigeertechniek. Niet zozeer de opmerkelijk fraaie, in rustige tempi genomen en uitzonderlijk evenwichtige uitvoering drong zich op maar de muziek zelf: meer Brahms dan Svetlanov, maar wel dankzij Svetlanov. Het eerste concert van het Residentie Orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov wordt 23 febr, 20.00 uur uitgezonden door de NCRV op Radio 4 en verschijnt ook op cd.