Japan is niet langer een land in wederopbouw

Het ziet ernaar uit dat Azië een blijvende groei van economie en welvaart tegemoet kan zien ondanks de stagnatie van de wereldeconomie. De versterking van de industriële basis van Azië - de grondslag van iedere gezonde economie - creëert steeds meer hoogwaardige industrie en beter betaalde banen. Deze belangrijke nieuwe ontwikkelingsfase maakt van deze dynamische regio een vooraanstaand producent en consument van goederen en diensten op de wereldmarkt. De lange-termijnprognoses voor de Aziatische groeimarkt zijn gunstig, niet alleen voor de regio maar ook voor de wereldeconomie als geheel.

Er wordt wel gezegd dat de veranderingen in Europa, Amerika en elders zullen leiden tot een "nieuwe economische wereldorde'. Ondanks problemen en tegenslagen (zoals vorig jaar), blijven de landen van de EG krachtig streven naar verwezenlijking van dat belangrijke gemeenschappelijke doel: een verenigd Europa. Ik bewonder de overtuiging en de moed die de Europeanen daarbij aan de dag leggen, en voel mij geïnspireerd door hun collectieve bereidheid om een deel van hun soevereiniteit en nationale belangen op te offeren aan het gemeenschappelijk belang.

Het onlangs ondertekende Noordamerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) toont aan dat ook de Verenigde Staten bereid zijn bepaalde eigen belangen ondergeschikt te maken aan de totstandkoming van een verruimde regionale markt. Hoewel het NAFTA-akkoord nog moet worden geratificeerd door het nieuwe Congres in Washington, en hoewel de nieuwe president zegt het verdrag op enkele punten te willen wijzigen, zullen de Amerikanen het uiteindelijk wel in een of andere vorm accepteren.

Nu zijn er mensen - in Japan en de rest van Azië - die samenwerkingsverbanden als EG en NAFTA als onheilspellende voortekenen zien. Zij stellen het streven naar regionalisering gelijk aan de oprichting van protectionistische grenzen. Ze vrezen een wereld van economische "vestingen' en een nieuw isolationisme. Ik zelf zie het positiever in.

Deze eerste fase van regionale marktverruiming is juist een krachtige, welkome stap op de weg naar het ontstaan van een wereldomspannend geheel van onderling verweven markten. De regionale fase is slechts een etappe in een lange reis; de eindbestemming is mondialisme. Maar als we zouden blijven steken in regionalisme dat ontaardt in protectionisme, dan betekent dat natuurlijk dat we geen enkele vordering hebben gemaakt.

Veertig jaar geleden stond Japan nog maar aan het begin van de wederopbouw van zijn industrie en markteconomie. Die dagen van wederopbouw waren moelijk, want we moesten de kwaliteit van onze industrieprodukten drastisch verbeteren om op de wereldmarkt te kunnen concurreren. We moesten het negatieve imago dat onze produkten bij de consumenten hadden, zien weg te nemen - herinnert men zich nog wat "made in Japan' destijds betekende? Wilden we onder die omstandigheden slagen, dan moesten we een maatschappelijk en politiek klimaat scheppen waarin de nadruk zou liggen op produktie en besparingen door tegengaan van consumptie en door aansporing van de beroepsbevolking tot vlijt, offervaardigheid en inventiviteit. Aangezien de mens eigenlijk de enige natuurlijke "hulpbron' was waarover Japan in overvloed beschikte, was de ontginning en exploitatie van deze hulpbron Japans enige concurrentievoordeel.

Ik wil duidelijk maken waar het niet is veranderd, terwijl dat wel had gemoeten. De formule voor Japans economische succes, hoe effectief en juist die in de jaren vijftig, zestig en zeventig ook was, is thans acceptabel noch verdedigbaar. Dat gegeven heeft me er, precies een jaar geleden, toe gebracht een artikel te schrijven voor een Japans maandblad, getiteld "Japans management in gevaar'. Daarin wees ik het Japanse bedrijfsleven op de dringende behoefte aan heroverweging en verbetering van de behandeling van zijn “belanghebbenden” - een term waarmee ik werknemers, aandeelhouders, zakelijke relaties, klanten en de plaatselijke samenleving aanduid. Onze oude stelregel, opoffering tot elke prijs, is volgens mij een belangrijke oorzaak van de kritiek die Japan krijgt van andere landen. Ondernemend Japan moet inzien dat het land niet langer in wederopbouw is, en een meer mensgericht type bedrijfsvoering tot ontwikkeling brengen. In het verleden genoten verdeling van lasten en opoffering prioriteit - maar moet thans niet ook verdeling van de opbrengst meer nadruk krijgen?

Er was kritiek op en instemming met mijn betoog. Maar het belangrijkste was dat het een noodzakelijke discussie op gang bracht. Na een jaar van veel praten en nadenken heb ik besloten opnieuw een stuk te schrijven voor hetzelfde maandblad, dit keer onder de titel "Gedachten over een nieuwe opzet van de vrije wereldeconomie'. Het is belangrijk te beseffen dat Japan zich niet alleen door hard werken in nog geen halve eeuw heeft kunnen herstellen. Een cruciale factor - die echter voor velen als vanzelfsprekend geldt - was dat Japan en vele andere landen al die tijd een veilig bestaan leidden en toegang hadden tot de grootste vrije markt ter wereld, dank zij de Verenigde Staten. Dat land stelde na de Tweede Wereldoorlog zijn enorme markt open voor goederen uit alle landen en zorgde voor een betrekkelijke vrede door wat wel genoemd wordt de Pax Americana, en daarmee zijn de Verenigde Staten wellicht als enige verantwoordelijk voor de naoorlogse wederopbouw van tal van naties. Thans, na de ineenstorting van de vroegere communistische landen, is er wederom een keerpunt in de geschiedenis bereikt waarop een groot aantal landen in wederopbouw zich willen aansluiten bij de "club' van de vrije wereldmarkt.

De taak van Japan in de wereld aan het eind van de twintigste eeuw is met de VS en andere landen de groei van die vrije wereldmarkt en van de nieuwe economieën die zich erbij willen aansluiten, te bevorderen en te steunen.

Het is thans zaak dat Japan tot het besef komt dat het als haast geen ander land heeft geprofiteerd van het stelsel van vrije markten in de wereld en dat zijn economische succes bepaalde verplichtingen en verantwoordelijkheden jegens die wereld met zich meebrengt. Als Aziatisch land zou Japan bij zijn vervulling van die verplichtingen bijzondere aandacht moeten schenken aan zijn buren hier in de Stille Oceaan.

Terwijl de politieke leiding van Japan zich inzet om het land zo'n nieuw, mondiaal georiënteerd en toekomstgericht aanzien te geven, dienen de belangrijke ondernemers van Japan zich eveneens te bezinnen op een heroverweging van hun traditionele ondernemerspraktijk, vooral waar het gaat om overblijfselen uit de dagen van het "oude, zich herstellende Japan'. Veranderen we die praktijk niet, dan zal een "nieuw Japan' - een Japan dat zich gedraagt naar zijn mondiale verplichtingen en de verwachtingen van andere landen - niet haalbaar blijken.

Wellicht is het daarvoor nodig te gaan denken in de trant van "de heruitvinding van Japan'. Ik heb al vermeld dat sommigen in Japan al klagen over een mogelijke "Vesting Europa' of "Vesting Noord-Amerika'. Ik acht die vrees ongegrond en tamelijk amusant. Want wie naar Japan kijkt met de ogen van de rest van de wereld, kan zich goed voorstellen dat men het dáár juist heeft over een "Vesting Japan'. Voordat Japan zich zorgen mag maken over mogelijke sluiting van markten in het Westen, moet het er eerst op toezien dat het de poorten van zijn eigen "vesting' wijd openzet. De Japanse markt is wellicht niet zo gesloten als sommigen beweren, maar ze is zeker niet zo open als 's werelds tweede economie zou kunnen, om niet te zeggen zou moeten zijn.

Sommigen zullen wellicht menen dat ik mijn land te hard val. Maar ik zou willen dat elke natie zich zo intens en kritisch zou herbezinnen. In deze snel veranderende wereld moeten alle landen - ook die in Azië - voortdurend bezig zijn zichzelf "opnieuw uit te vinden'. Alleen zo kunnen ze telkens een antwoord vinden op de problemen en mogelijkheden die zich aandienen.

Misschien is wat Japan en vele andere landen op het ogenblik missen die bereidheid om het nieuwe, onbekende te aanvaarden en tegemoet te treden. De landen van Azië, ook Japan natuurlijk, moeten de bereidheid stimuleren om nieuwe wegen in te slaan met als doel de mondialisering van niet alleen onze markten maar ook onze mentaliteit. Enkele belangrijke gebieden waarop de eerstkomende tijd nieuw denken is vereist: Het openstellen van markten voor niet alleen buitenlandse produkten, maar ook voor nieuwe ideeën, denkbeelden en kennis uit andere landen.

Het scheppen van een stabiel, open klimaat dat buitenlandse investeerders aanmoedigt en hun gelijke kansen biedt. Cruciale voorwaarden in dit verband, net als voor openheid van de markt, zijn: wederkerigheid en inzichtelijkheid.