Indonesische strijdkrachten hebben zelfvertrouwen terug

JAKARTA, 22 FEBR. De Strijdkrachten van de Republiek Indonesië, kortweg ABRI (Angkatan Bersenjata Republik Indonesia), hebben het politieke jachtseizoen met bescheiden machtsvertoon geopend. Binnenkort benoemt het Volkscongres, formeel de hoogste macht van het land, een president en vice-president. ABRI nam alvast een voorschot op de besluitvorming door stafchef Try Sutrisno voor te dragen voor het ambt van tweede man zonder de parlementaire consultaties met het verkozen staatshoofd af te wachten. Zo hebben de militairen president Soeharto, die al zeker is van een zesde ambtstermijn, voor het blok gezet. Een blijk van herwonnen zelfvertrouwen na een periode van vernedering.

Generaal Harsudiyono Hartas, voorzitter van de ABRI-fractie in het Volkscongres, zei Try Sutrisno te nomineren “met instemming van de kandidaat”. Toch weigert Try, die dezer dagen wordt omstuwd door journalisten, openlijk te zeggen dat hij beschikbaar is. Dat is tekenend voor zijn persoon en positie. Hij is ABRI's keuze voor het vice-presidentschap - gezien Soeharto's gevorderde leeftijd een politieke sleutelpost - maar hij is politiek te kleurloos om deze rol zelf op te eisen. Try is loyaal tegenover zijn eigen ABRI, maar ook jegens zijn president, die hij jarenlang diende als adjudant. Om niet op presidentiële tenen te gaan staan, zwijgt hij over zijn kandidatuur totdat Soeharto zelf het groene licht geeft. Try's koorddanserij is kenmerkend voor de labiele verhouding tussen ABRI en de president.

De strijdkrachten maken aanspraak op een "dubbelfunctie' in de Indonesische maatschappij: zij zijn er niet alleen voor de defensie, maar ook voor de "dynamisering en stabilisering' van de samenleving. In militaire ogen heeft ABRI zijn huidige binnenlandse machtspositie niet wederrechtelijk veroverd, maar is het de legitieme erfgenaam van de Indonesische Revolutie. ABRI beschouwt zichzelf als professionele voortzetting van het guerrilla-leger dat in 1945 spontaan ontstond en dat de vrijheidsstrijd jarenlang op zijn eentje voerde toen de politieke leiders in Nederlandse gevangenissen zaten. In de woelige Soekarno-jaren, zo zeggen de militairen, hebben we de nationale eenheid behoed voor separatistische dreigingen en in 1965 hebben we het land opnieuw gered, ditmaal voor de "avonturen' van de communistische PKI.

Na de coup-poging van linkse kolonels in 1965 besloot het leger de teugels zelf in handen te nemen en schoof het generaal-majoor Soeharto, die de putschisten had uitgeschakeld, naar voren als president. Sindsdien is er veel gebeurd. Soeharto vond een nieuwe machtsbasis in de Golkar, een "anti-partij' van ambtenaren en gepensioneerde militairen, en speelde steeds meer zijn eigen spel. Niet in de laatste plaats ten behoeve van zijn ondernemende familie. Daarmee kwamen er barsten in het bolwerk van de Nieuwe Orde en ontstond verdeeldheid in de ABRI-rangen. Aanhangers en critici van de president kwamen tegenover elkaar te staan. Het centrale leerstuk, de politiek-militaire dubbelrol, bezorgde ABRI een gespleten persoonlijkheid. Enerzijds is het leger trouw aan zijn opperbevelhebber, anderzijds voelt het zich verantwoordelijk voor de binnenlandse gang van zaken.

Soeharto heeft tegenover ABRI een machtig wapen: zijn militaire benoemingsbeleid. Hij wordt vanuit de legertop van advies gediend, maar heeft zijn "presidentiële prerogatief', lees: hij kan zijn eigen gang gaan. Op dit moment is zijn meest vooruitgeschoven man in de ABRI-gelederen luitenant-generaal Wismoyo Arismunandar, een zwager van presidentsvrouw Tien Soeharto. Diens bliksem-carrière lijkt sterk op die van Soeharto zelf: commandant van het militaire district Midden-Java, commandant van de Strategische Reserve (de eenheid die onder Soeharto's leiding een einde maakte aan de kolonelscoup) en, sinds vorig jaar, plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht.

ABRI moest zich na 12 november 1991 herstellen van een zware klap. Het bloedbad in de Oosttimorese hoofdstad Dili was niet alleen een smet op zijn blazoen, het was ook - en is nog steeds - een tere plek in de korpsziel. De strijdkrachten nemen het "de politici' - en meer in het bijzonder minister van buitenlandse zaken Ali Alatas, die hierin gesteund werd door Soeharto - nog steeds kwalijk dat zij ABRI in de hoek manoeuvreerden waar de klappen vielen. Jakarta wilde de internationale impasse om Oost-Timor doorbreken en zo het buitenlandse imago van Indonesië oppoetsen door een parlementaire delegatie uit Portugal tot Oost-Timor toe te laten, en liet het aan ABRI over om deze riskante onderneming te beveiligen. Toen de Portugezen op het laatste moment bedankten zat ABRI ter plekke op een tijdbom.

Nadat het kwaad was geschied - een uitbarsting van frustraties, gevolgd door uitzinnig militair geweld - redde Soeharto 's lands gezicht door het leger op zijn nummer te zetten middels een door hemzelf benoemde onderzoekscommissie. Daarop besloot ABRI zich van alle blaam te zuiveren. De nieuwe regionale commandant bracht Oost-Timor op zijn manier "tot rust', een Militaire Ereraad bracht betrokken militairen voor de krijgsraad en de al zestien jaar voortvluchtige rebellenleider Xanana werd opgepakt. Sudah (zand erover), vinden de militairen.

Aan de vooravond van verschuivingen in de machtselite blijkt ABRI zijn zelfvertrouwen te hebben hervonden. In september kandideerde het Soeharto, bij gebrek aan durf of alternatief, opnieuw voor het presidentschap, maar nu blijkt dat er een prijskaartje hangt aan deze steun: het vice-presidentschap.

Soeharto streelde ABRI's korps-ego vorige week door de, hiërarchisch gezien, meest aangewezen militair tot stafchef te benoemen: de onbesproken bevelhebber van de landmacht, generaal Edi Sudradjat, die zich in het nabije verleden kritisch uitliet over Soeharto's leiderschap. Edi's kansen leken drie jaar geleden, toen een tumor in zijn keel werd verwijderd, verkeken, maar hij heeft zich wonderwel hersteld en weert zich inmiddels geducht op de schiet- en tennisbaan. In Indonesië knaagt zo'n ziektegeschiedenis echter aan iemands machtspositie. Bovendien komt Sudradjat in april in aanmerking voor "functioneel leeftijdsontslag', want dan wordt hij 55. Normaal gesproken kan de actieve-dienstperiode van een hoge officier meermalen worden verlengd, maar dat ligt in handen van de opperbevelhebber.

Binnenkort moet Sudradjat worden opgevolgd als bevelhebber van de landmacht. De man die zich aan de zijlijn warm loopt is een Soeharto-protégé bij uitstek: de "komeet' Wismoyo Arismunandar. Bovendien zijn ook de bevelhebbers van de andere krijgsmachtonderdelen en de politie aan vervanging toe. Voor de in dit eilandenrijk belangrijke marine wedden ingewijden op vice-admiraal Tanto Kuswanto, bevelhebber van de Oostelijke Vloot en, net als Try, een voormalige adjudant van Soeharto. De oude heer moest deze week even incasseren, maar hij is nog lang niet uitgespeeld.