Hoofdverdachte van XTC-bende is vrijgelaten; Door juridische verwikkeling

AMSTERDAM, 22 FEBR. De 39-jarige hoofdverdachte Van E. in een omvangrijke XTC-zaak is afgelopen vrijdag vrijgelaten. Van E. was onlangs tot acht jaar cel veroordeeld wegens zijn aandeel in de grootschalige fabricage en distributie van XTC.

De man is vrijgelaten omdat een gratieverzoek voor een andere straf die hem was opgelegd nog niet was behandeld. Volgens artikel 559 van het wetboek van strafvordering heeft een gratieverzoek schorsende werking wanneer iemand niet in voorlopige hechtenis zit. Met zijn vrijlating is de laatste hoofdverdachte van de "XTC-bende' op vrije voeten. Tegen de straf van acht jaar in deze zaak was hij al in beroep gegaan.

Minister Hirsch Ballin van justitie zal laten bestuderen of een gratieverzoek van een veroordeelde altijd automatisch schorsende werking voor diens gevangenisstraf moet hebben. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie vandaag laten weten. Het ministerie reageert hiermee op een suggestie van procureur-generaal mr. R. Behling van het gerechtshof in Amsterdam. Mr. Behling stelde de schorsende werking ter discussie, naar aanleiding van Van E.'s vrijlating.

Van E. zat aanvankelijk wel voor de XTC-zaak in preventieve hechtenis. Zijn advocaat, de Utrechtse advocaat mr. P. Doedens, ging tegen een verlenging van het voorarrest in appèl. Het faxbericht waarop hij beroep aantekende tegen de verlenging van zijn voorarrest raakte zoek bij de strafgriffie. Het Hof besloot daarop dat Van E. niet voor de XTC-zaak in voorlopige hechtenis kon blijven.

Van E. hoefde echter niet onmiddellijk te worden vrij gelaten omdat er nog een ander vonnis lag. Dat was een straf van 206 dagen die hem in 1985 was opgelegd voor drughandel en een vrijheidsstraf van vier jaar die hem in 1991 was opgelegd wegens drugdelicten. Voor deze laatste straf had zijn verdediger in oktober 1992 een gratieverzoek ingediend. Die straf kan pas worden opgelegd wanneer het rechtelijke college over dat gratieverzoek bij het ministerie van Justitie advies heeft uitgebracht. Omdat deze procedure nog liep moest Van E. afgelopen vrijdag door het Openbaar Ministerie van Amsterdam worden vrijgelaten.

Juni 1992 werd de andere hoofdverdachte in deze zaak, Van D., uit het Huis van Bewaring in Amsterdam opgehaald door twee "nep-agenten'. De derde hoofdverdachte, de Belgische bedrijfsarts L. mocht in maart 1992 de begrafenis van zijn grootmoeder in Hasselt bijwonen. Hij kwam nooit terug. Het Openbaar Ministerie was tegen opheffing van zijn tijdelijke hechtenis. De Amsterdamse raadkamer besliste anders. L. kon na een borgsom van honderdduizend gulden gestort te hebben naar België. Sindsdien is hij spoorloos.

Ook twee financile deskundigen die ervan worden verdacht voor de XTC-bende gewerkt te hebben wisten uit handen van justitie te blijven. Wel zitten nog zes mannen vast die voor hun rol in de organisatie zijn veroordeeld. Volgens een onderzoek van de forensische accountants van de Centrale Recherche Informatiedienst maakte de XTC-bende in minder dan een jaar een omzet van circa driehonderd miljoen gulden.