Het grote keepersprobleem van een balverliefd land; Elf van de zestien clubs uit de Turkse eredivisie hebben buitenlandse doelman; "De clubs geven hun geld uit aan een aanvaller. De miljonairs lopen hier in de spits'

Turkije heeft een immens keepersprobleem. Liefst elf van de zestien clubs uit de hoogste klasse hebben een buitenlandse goalie in dienst, omdat het aanbod van goede doellieden uit eigen land niet toereikend is. Aydinspor, de nummer dertien, heeft zelfs een Algerijn tussen de palen staan.

ROTTERDAM, 22 FEBR. Het is het verhaal van een land met balverliefde voetballers. Niemand wil in het doel bij partijtjes. “Ze willen allemaal de bal aan de voet hebben en trucen”, weet Guus Hiddink, ex-trainer van Fenerbahce uit Istanbul. Hij kon dat goed zien als hij met zijn auto door de stad aan de Bosporus reed. “In elke wijk liggen veldjes met kunstgras. Die zijn dag en nacht bezet. Ze zijn helemaal gek van voetbal in Turkije.”

Hiddink herinnert zich in Istanbul “heerlijke potjes” op doordeweekse dagen tussen oude sterren van Fenerbahce en Galatasaray waaraan hij zelf ook meedeed. “Er was altijd één probleem: we hadden geen keepers. Daar was gewoon niemand voor. Dan sleepten we een paar jeugdkeepertjes er met de haren bij en die zetten we in het doel.”

Het Turkse keepersprobleem is vergelijkbaar met dat van Brazilië. Daar hebben de meeste clubs ook vliegenvangers in het doel. Het nationale team van Brazilië moest het ook in de goede jaren zeventig doen met matige keepers als Felix en Leao. Ook een land als Spanje bulkt niet echt van de goede goalies. In Italië valt het daarentegen wel weer mee. Dat heeft alles met begeleiding en training te maken. Er dienen zich altijd mensen aan die wel willen keepen, ook in Turkije. Volgens de gerenommeerde ex-doelman Turgay Seren hebben de clubs in zijn land echter geen geduld om keepers op te leiden. “Het kost veel tijd, te veel, vinden ze hier.” Hiddink: “Ik heb gezien dat er in Turkije niet gericht met keepers wordt getraind. Ze worden bezig gehouden. Er worden wat lichaams- en grondoefeningen gedaan, dat is alles.”

Het gemis van georganiseerd jeugdvoetbal in Turkije heeft vooral zijn weerslag op de opleiding van keepers. Alleen de grote profclubs hebben naast het A-team nog een elftal met spelers vanaf zestien jaar. Op straat wordt natuurlijk wel veel door de jeugd gevoetbald, maar dat gebeurt voornamelijk op stenen, zand of de door Hiddink genoemde kunstgrasmatjes. Echte grasvelden zijn er niet of nauwelijks te vinden. Dus kan er door een jongen die misschien wel graag keeper wil worden niet eens lekker worden naar een bal gedoken of over de grond worden gerold.

Turgay Seren wordt als de beste Turkse doelman aller tijden beschouwd. Hij keepte in de jaren vijftig, de meest succesvolle periode van het Turkse voetbal. De nu 51-voudige international Seren maakte in 1954 het wereldkampioenschap in Zwitserland mee en stond op 4 mei 1958 in het doel toen Turkije in Amsterdam verrassend met 2-1 van Oranje won. Het was tot nu toe de enige A-interland die beide landen tegen elkaar in Nederland speelde. Een jaar later bij de return in Istanbul (uitslag 0-0) was Seren (“Hoe gaat het met Van der Hart en Wilkes?”) vervangen door Özcan Arkoc van Fenerbahce, die later aan Hamburger SV werd verkocht en met die club de Europa Cup 2-finale van 1968 in De Kuip haalde.

Seren, een autoriteit in het Turkse voetbal, is van mening dat het in heel Europa met de huidige generatie keepers minder is gesteld dan vroeger. “Noem eens een echte topper van nu? Die is er gewoon niet. In Nederland hangen ze toch ook niet voor niets nog steeds aan Van Breukelen? Hij is al 36 jaar.”

Tot zijn verdriet ziet Seren dat de meeste keepers die door de Turkse clubs van buiten de grenzen worden aangetrokken van matige kwaliteit zijn. Daarom is er bijna wekelijks in de competitie niet alleen gestuntel en geblunder van de "eigen' mensen te zien, maar ook van de buitenlanders. Tweederangs, noemt Seren ze. De meesten komen uit het voormalige Joegoslavië, maar er lopen ook goalies uit Bulgarije, Polen, Duitsland en de Oekraïne rond. Bij Aydinspor keept een Algerijn. Seren vindt alleen de Pool Bako van landskampioen Besiktas een goede buitenlandse keeper in de Turkse competitie. “De clubs geven liever hun geld uit aan een aanvaller. De miljonairs lopen hier in de spits. Clubs maken soms grote fouten met het aantrekken van spelers.”

In zijn korte periode bij Fenerbahce verkeerde Guus Hiddink in de gelukkige omstandigheid de beschikking te hebben over de Duitse topdoelman Toni Schumacher die de nadagen van zijn woelige carrière in Istanbul sleet. Ook de Belg Jean-Marie Pfaff (Trabzonspor) was in het Turkse voetbal actief. Hiddink: “Ik had wel één behoorlijk Turkse keepertje, maar ik had het toch niet aangedurfd met hem de competitie te spelen.”

Expert Turgay Seren vindt de sluitpost van de nationale ploeg, Hayrettin Demirbas, wel een goede keeper. De huidige nummer één heeft echter net zoals zijn collega's zijn pieken en zijn dalen. Zo had hij schuld aan alle drie de tegendoelpunten van het uitgeschakelde Galatasaray in de uitwedstrijd van de derde ronde van het UEFA-Cuptoernooi tegen AS Roma en de Turken hebben Hayrettin ook de tweede goal van Nederland in het duel in Istanbul aangerekend. “Gullit maakte die bal mooi af, maar een klassekee- per had zo'n hele lange pass moeten onderscheppen”, aldus Seren. Hij heeft, zegt hij, echter opgemerkt dat Hayrettin de laatste tijd wel zeer constant keept.

De nu 29-jarige Hayrettin Demirbas werd door Galatasaray, één van de Grote Drie uit Istanbul, van Altay Izmir gekocht. De keeper zat geruime tijd achter de Joegoslaaf Simovic op de reservebank voordat hij aan de beurt was om het doel van rood-geel te verdedigen. Daarna verdreef hij ook snel Engin Ipekoglu (eerst Besiktas, nu Fenerbahce) uit de nationale ploeg. Hayrettin speelt woensdag in Utrecht zijn vijftiende interland.

De Nederlander Henk van Ginkel kent Hayrettin goed. Hij heeft in zijn drie jaar als manager bij Galatasaray geconstateerd dat de doelman “een uitstekende prof” is. Van Ginkel: “Ik weet nog dat een paar jaar geleden de toenmalige trainer ook zo nodig een buitenlandse doelman wilde hebben. We zaten in trainingskamp in Nederland en kregen daar een stuk of vijf, zes keepers op bezoek. Een paar Joegoslaven, een Israeliër, Joop Hiele ook nog. Niemand werd gekocht. Ze willen nu eenmaal niet veel voor een keeper uitgeven. Dus moest Hayrettin weer het doel in. En dat deed hij goed. Hij was al die tijd wonderbaarlijk rustig gebleven. Dat vond ik knap van hem.”

Van Ginkel vindt Hayrettin beter dan de genoemde Pool Bako van Besiktas. “Maar ik weet niet of Hayrettin ook in Nederland tot de top zou behoren. Hij is een beetje zoals het hele Turkse voetbal, onevenwichtig en nerveus.” Toch rekenen de Turken woensdag op Hayrettin. Ex-keeper Turgay Seren: “Als Turkije onverwachts een succes mocht behalen tegen Nederland zal dat alleen dankzij Hayrettin zijn.”