Haitink is weer terug: het "debuut' van een nationaal kunstwerk

Bernard Haitink staat woensdag na bijna vijf jaar weer voor het Koninklijk Concertgebouworkest, voor het eerst sinds hij op zondag 17 april 1988 na het dirigeren van Mahlers Achtste symfonie afscheid nam met de woorden “Tot ziens.” Het "weerziens-concert', dat een definitief en officieel eind moet maken aan de jarenlange irritaties tussen dirigent en orkest, wordt een verzoening met een bijna nationaal karakter. De Avro-radio zendt het concert rechtstreeks uit via Radio 4 vanaf 20.05 uur, de Avro-tv zendt dezelfde avond het gedeelte na de pauze (de Eerste symfonie van Mahler) uit vanaf 23.27 uur uur en herhaalt die uitzending op 28 febr. 14.53 uur, beide via Ned 1.

Met het Amsterdamse publiek hoeft Haitink zich overigens niet te verzoenen. Daarmee waren de relaties altijd al uitstekend en dat zijn ze de afgelopen vijf jaar gebleven, telkens als concertgangers en dirigent elkaar weer zagen en elkaar aanhoorden. Want na zijn vertrek uit Amsterdam heeft Haitink al zes keer in het Amsterdamse Concertgebouw gedirigeerd, altijd met uitzonderlijk veel succes. Maar dat was steeds met andere orkesten.

De eerste keer dat Haitink terug was, met het Europees Jeugdorkest op 22 augustus 1989, was de Achtste symfonie van Bruckner slechts een onderbreking van de demonstratief grote bijval voor de dirigent: het begon met een staande ovatie en eindigde met langdurig bravogeroep, het aandragen van bloemen door het publiek, gejuich, jubel, gescandeerd applaus en massaal voetengestamp. In het publiek: koningin Beatrix, prins Claus, ex-premier Van Agt en de Noordhollandse commissaris De Wit.

Na de drie concerten die Haitink deze week leidt, zal hij ook in de toekomst weer met enige regelmaat voor het Concertgebouworkest staan. Voordien, over minder dan twee maanden, op 17 april en dus exact vijf jaar na zijn vertrek, staat Haitink alweer in Amsterdam: met het Europees Jeugdorkest brengt hij onder andere de Negende symfonie van Mahler. En in december is hij weer in Amsterdam met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, net als eind vorig jaar.

Haitink karakteriseerde in een interview dit eerste optreden deze week als gastdirigent bij zijn oude orkest “niet zozeer als een terugkeer; meer als een nieuw debuut.” Telkens opnieuw spreekt Haitink woorden die duiden op de wens tot het nadrukkelijk blijven bewaren van enige afstand: “Er is in die vijf jaar zoveel gebeurd. Het orkest is enorm veranderd. Mensen die ik goed kende zijn weg, andere zijn gekomen. Het zal anders zijn, weer heel interessant, maar ik ben er niet emotioneel onder.”

Ook bij zijn dankwoord, na het in ontvangstnemen van de Erasmusprijs in 1991, liep Haitink al met een enigszins gereserveerde ondertoon vooruit op de gebeurtenissen van deze week. Hij sprak over “jaren van ballingschap” en zei: “Wanneer nu uit dat contact - maar dan op een heel andere basis natuurlijk - weer een band zou kunnen ontstaan, dan zou het niet onmogelijk zijn dat ook ik - wat betreft het Koninklijk Concertgebouworkest - weer een zeer gelukkig mens zou kunnen worden.”

Onwerkelijk lijkt het achteraf dat de gênante reeks conflictjes en communicatiestoornisjes die ontstonden over de omvang en consequenties van Haitinks functie als music director bij het Londense operahuis Covent Garden en later over zijn opvolging, destijds uitgroeide tot "de affaire-Haitink'. Zo weinig feitelijk waren de argumenten en zo mistig de emoties dat de directie van het Concertgebouworkest, twee jaar geleden bij de bekendmaking van het einde aan de affaire en de terugkeer van Haitink als gastdirigent, met geen woord meer kon uitleggen waarover de ruzie nu precies was gegaan.

Haitink treurde soms ook over gebrek aan uitgesproken waardering voor culturele verworvenheden, over het feit dat in Nederland het uitzonderlijk goede voor normaal wordt aangezien. Al was het op het laatste moment, uiteindelijk kwam die officiële erkenning van Haitinks status als een van 's werelds topdirigenten toch in overweldigende mate. Bij zijn afscheid, na zijn laatste concert als chef-dirigent van het Concertgebouworkest, begroette de Amsterdamse burgemeester Van Thijn bij zijn toespraak de scheidende dirigent al eerste en pas daarna de op het balkon zittende prins Claus. “Hoogheid, mag het deze keer in deze volgorde?” De prins beduidde geen bezwaar te hebben tegen dit unieke gebaar.

Van Thijn noemde Haitink “een van de grootste zonen die onze samenleving heeft voortgebracht” en overhandigde hem de Gouden medaille van de stad Amsterdam. Haitink kreeg nog een Gouden medaille van het Concertgebouw NV en werd door de Koningin bevorderd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. In 1990 werd Haitink ere-doctor van de Universiteit van Amsterdam en in 1991 kreeg hij in het Paleis op de Dam de Erasmusprijs (twee ton voor een cultureel doel) uit handen van prins Bernhard, die hem uitriep tot “een monument, een levend nationaal kunstwerk.”