Gevaar Achter Glas

Onderin het gebouw waar wij hier in Minneapolis een appartement huren, is een zwembad.

Soms is er maar één andere bewoner aan het zwemmen als je komt. Is die boven de veertig dan is de kans groot dat hij je gewoon begroet en rustig doorzwemt, is hij jonger dan doet hij alsof hij je groet niet hoort, maakt zijn baantje af en gaat snel weg.

In de lift hetzelfde patroon: de ouderen groeten, de jongeren kijken dwars door je heen als ze binnenkomen en staren tijdens de rit strak voor zich uit. Ze voelen zich niet helemaal zeker over iets.

"Look, I just bought a tomato', zeg ik dan bij wijze van experiment en duw mijn papieren zak met boodschappen in hun richting. Dan springen ze achteruit.

Ik probeer erachter te komen wat er aan de hand is. Waarom doen ze zo schrikachtig? Het klopt ook niet met die haast spreekwoordelijke groet-cultus van dit land, waar vreemden je van verre Hi, how ya doin'? toeroepen. In dit gebouw gebeurt dat haast nooit. Hooguit door een bejaarde.

Het gebouw wordt streng bewaakt. Er is een voorportaal waar bezoekers zich telefonisch moeten aanmelden, en dan kun je op je televisie via kanaal 8 kijken of je hem binnen wilt laten.

Dat alle appartementengebouwen toegangsdeuren hebben die naar buiten open gaan zal ook wel iets met de veiligheid te maken hebben. In de praktijk betekent het dat je altijd twee handen nodig hebt om binnen te komen, en dingen die je draagt dus eerst moet neerzetten. Dat moet je op precies de juiste plek doen, want de deur is sterk geveerd en moet, terwijl je bukt om je spullen op te pakken, met één voet opgehouden kunnen worden, om te voorkomen dat hij, net als je naar binnen gaat, de bagage uit je handen, of, bij een écht sterke veer, jou met bagage en al tegen de grond slaat.

Het gebeurt vrij vaak dat aan de andere kant van die glazen deur mensen staan, bewoners die op een taxi wachten, of hun kleding in orde maken voor ze de -20 graden ingaan.

Ook dan zie je een verschil tussen laten we zeggen 40- en 40+. De meeste ouderen zullen de deur even voor je open duwen. De jongeren niet. Die kijken weg en laten de binnenkomer ploeteren.

Je ziet ze denken: die man móet een sleutel hebben, anders mag hij er niet in. Oftewel: ik ben niet onvréndelijk, ik dien de veiligheid van dit gebouw. Soms stellen ze zelfs hun vertrek nog even uit, om te voorkomen dat de binnenkomer van hun geopende deur kan profiteren.

Als de binnenkomer dan opzettelijk gaat treuzelen raken ze in tweestrijd: ik moet weg, maar als ik nu ga kan die man zo naar binnen. Houdt de binnenkomer dit het langst vol, dan gebeurt er iets vreemds: de bewoner loopt naar buiten, maar doet net alsof hij niet ziet dat de binnenkomer door de deur glipt.

Ineens doet de veiligheid van het gebouw er kennelijk niet meer zoveel toe.

Het vermijden van contact is blijkbaar toch belangrijker dan het vermijden van insluipers.

Maar het állerbelangrijkst is het vermijden van het contact mét de insluiper. Achter het glas vormt hij een theoretisch risico, een potentiële bron van nadeel voor het gebouw als geheel, die zonder direct persoonlijk contact kan worden buitengesloten. Maar zodra de deur opengaat verandert hij in een directe, persoonlijke bedreiging, die vooral niet geprovoceerd moet worden.

De oudere mensen wonen hier voor het comfort, vermoed ik, en de jongeren voor de status. Veiligheid is een illusie, denken de ouderen, het gaat om het idee. Ik lig er krom voor, denken de jongeren, en dan worden ze boos als iemand hún lift of hún zwembad instapt. Of op hún verantwoordelijkheid zonder sleutel binnen probeert te komen. Tegelijkertijd generen ze zich voor die irritatie, en dus doen ze net alsof het niet gebeurt.

En ik vraag me telkens af of ze een vuurwapen hebben of niet.