Geest politiek-maatschappelijke "denktank' dringt door

Naarmate de belangsteling voor de politiek afnam en de complexiteit van maatschappelijke problemen almaar groter werd, ontwikkelden zich steeds meer groeperingen die beoogden de samenleving nu eens vanuit een geheel ander gezichtspunt te bestuderen. Imiddels heeft zich al een vijftal groepen, individuen of afsplitsingen van politieke partijen gemanifesteerd. Het fenomeen van de politiek-maatschappelijke "denktank' is ook in Nederland niet nieuw; enkele jaren geleden sprak onder die titel de huidige voorzitter van de PvdA voor de VPRO-televisie al met vertegenwoordigers uit politiek, bedrijfsleven en wetenschap over de gedroomde samenleving.

Dit weekeinde drong voor het eerst de geest van "het nieuwe denken' via de televisie de huiskamers binnen, en het zal naar het zich laat aanzien beslist niet de laatste keer zijn. Onder het motto “Heeft het politieke systeem zichzelf overleefd?” maakten zondagmiddag in Het Capitool de journalist Jurriaan Kamp van de "Schier-groep' en oud-D66-Kamerlid C. Mertens van de "Groep-Zeevalking' hun opwachting. De twee poogden het PvdA-Kamerlid A. Melkert ervan te overtuigen dat de politieke machinerie waarvan hij deel uitmaakt is vastgelopen. Hoewel Kamp zijn boodschap met beduidend meer helderheid over het voetlicht bracht dan zijn collega-denker, vermochten beiden de "vervreemde kiezer' weinig houvast bieden.

Zowel Zeevalking als Kamp willen de burger directer bij het bestuur betrekken, maar op de vraag van Melkert hoe zij zich dat dan concreet voorstelden bij het reguleren van zaken als milieu, onderwijs of volksgezondheid bleef het antwoord vaag. Mertens betoogde iets over "dwarsverbindingen' teneinde het verkokerde denken te doorbreken en sprak de hoop uit dat in de toekomst “de mensen iets warms voelen” als het gaat over democratie. Kamp vond dat de burger weer moet kunnen begrijpen waar het in het politieke discours over gaat, want “de mensen kunnen heel veel zelf”.

Evenals Mertens en Kamp beoogt oud-staatssecretaris, -wethouder van Amsterdam en -Kamerlid Jan Schäfer vooralsnog niet de oprichting van een politieke partij. Maar ook hij wierp zich enige tijd geleden op als de spil van een discussiegroep, in dit geval een die de politiek in het algemeen en de sociaal-democratie in het bijzonder nieuw leven wilde inblazen. Gisteren was Schäfer te gast in een nieuw interviewprogramma van Ischa Meijer, dat via AT5 slechts wordt verspreid in de regio Amsterdam en omstreken. Dat is jammer, want Meijer toont zich ook hier weer de grootmeester van het vraaggesprek.

Ook Schäfer lag het adagium "dichtbij' en "in overleg met de mensen' in de mond bestorven. Zijn beëdiging als Kamerlid maakte minder indruk op hem dan zijn installatie als wethouder te Amsterdam. Waarom? De gemeentepolitiek is volgens Schäfer directer, staat dichter bij de burger dan de verbureaucratiseerde landspolitiek. “Veel dingen die in Den Haag worden beslist, horen daar helemaal niet thuis.” Met zijn "Democratisch Offensief' wil Schäfer de politiek halen uit de sfeer van de "rokerige vergaderzaaltjes' en ten strijde trekken tegen de ambtenarij en de fractiediscipline van de "meedenkertjes en accountants' in de Kamer.

Dat ook in een pas opgerichte denktank het schisma op de loer ligt, bewees de het adviescollege van Keek op de Week. Sinds gisteren gaan de professoren Hulleman en Spanjaard voort als De Club van Twee, opgericht om de Groep-Kerstens van advies te dienen. De voorzitter van de laatste groep had goed naar Het Capitool gekeken: ook hij streeft naar "dwarsverbindingen' in het maatschappelijk middenveld, maar hier ter “implementatie van behapbare brokjes uit de zingevingsmarkt”. De vraag is of de verschillende denktanks niet juist hun min of meer gelijkluidende boodschappen in één programma moeten verenigen; dat zou pas de zo begeerde deelname en betrokkenheid van "de mensen' bevorderen!