Even gretig als Fanny Blankers-Koen

Dank zij de hallen kan Nederland het hele jaar sporten en zijn er behalve de echte kampioenschappen in het vrije veld ook indoor-kampioenschappen voor jonge atleten. Weliswaar voel je binnen de wind niet door je haren wapperen, zijn de looprondjes de helft kleiner, de bochten krapper en gaat de sprint over zestig in plaats van honderd meter, maar het dak beschermt tegen regen en hagel. Tot er een storm opsteekt.

Zondagochtend verzamelden de deelnemers van het NK indoor atletiek voor junioren zich bij de Houtrusthallen in Den Haag. Zaterdag waren er ruim twintig titels verdeeld, op de tweede wedstrijddag zou nog dertigmaal goud te winnen zijn. Maar ze konden niet naar binnen. De wedstrijden werden eerst een half uur uitgesteld en vervolgens afgeblazen. De storm had een van de glazen panelen in het dak losgeblazen. Dat was op de vloer uiteen gebasten. De verspringbak lag vol glas, scherven stonden rechtop in de baan. Het risico bestond dat de wind de rest van de dag vat zou krijgen op de andere dakpanelen. De hoopvollen keerden huiswaarts en mogen het op 28 maart opnieuw proberen.

Deborah den Boer bleef steken op twee titels en een tweede plaats. Ze kreeg niet de kans het hoogspringen en de 60 meter sprint op haar naam te schrijven. Zaterdag won ze eerst het verspringen met 5.92 meter, een afstand waarmee ze volgende week bij de senioren medaillekansen zou hebben. Vervolgens startte ze slecht in de finale van de 60 horden. Op de tribune hoorde ze twintig minuten later de omroepster de uitslag van de finishfoto voorlezen. Ze balde haar vuisten en mompelde wat krachttermen toen bleek dat ze juist op haar favoriete nummer was verslagen. Deborah den Boer, een Nederlands atletiektalent uit Amsterdam, was woedend op zichzelf. Een tweede plaats! “Ik begrijp het niet. Ik was aan het vliegen, ik bleef hangen.” Aan het einde van de middag won ze soeverein de 200 meter in 24.61 seconden, bij de senioren waarschijnlijk ook goed voor een medaille. Haar vreugde ontlaadde zich op de baan. Ze sprong juichend rond, zocht een teamgenoot om te omhelzen, maar moest het bij met haar tegenstandsters doen. Ze had haar frustratie over de mislukte horden eruit gelopen. Dat is wat haar trainer Adrie Rossen zo bewondert, wat hem al heeft laten roepen dat zijn pupil de nieuwe Fanny Blankers-Koen is: haar gretigheid om op vijf verschillende nummers te willen winnen.

Deborah den Boer is een van de twintig juniorenatleten die door de Atletiekunie zijn uitverkoren voor een speciaal sponsorprogramma. Op het kampioenschap liepen ze trots rond in hun zwart-rode trainingspakken. Herkenbaar en bewonderd door de mindere goden. Ze is zeventien, maar ze heeft - en ze is niet de enige junior - al een kleding- en schoenensponsor die haar van gratis materiaal voorziet. En de sponsor van de bond maakte het haar mogelijk met haar twee trainers vorig jaar voor een trainingskamp naar Lanzarote af te reizen.

Ze heeft zelfs al twee brieven van Amerikaanse universiteiten. Die houden zelfs de Nederlandse ranglijsten in de gaten. Talent wordt gerecruteerd en krijgt een beurs aangeboden. Maar, zo adviseerde trainer Rossen, als Arizona en Nebraska een brief sturen, komt de rest ook wel. Hij heeft zelf een paar jaar doorgebracht op UCLA, de universiteit in Los Angeles.

Voorlopig vermaakt Den Boer zich bij de Nederlandse junioren, moet ze eerst haar schooldiploma's nog halen en laat ze de seniorenkampioenschappen links liggen. Ze kiest nog altijd voor de meerkamp, voor de ontwikkeling tot een complete atlete. Ze moet sterker worden, al die spieren ontwikkelen. Dat ze dan een enkel nummer verliest is de tol die ze betaalt. De anderen specialiseren zich. Maar juist de horden, haar favoriete nummer, had ze willen winnen.

Horden is de basis voor een goede meerkamp. Dat nummer vereist snelheid, afzetkracht, een sprint, een goede start en souplesse. Je moet met je voet de grond willen pakken, je been na een horde weer zo snel mogelijk omlaag drukken. Je mag niet vliegen, niet zweven. Je zou niet moeten springen, maar gewoon doorlopen alsof het obstakel er niet staat. Deborah den Boer was het even vergeten, die zeven seconde. “Ik lijk wel een pupil”, mopperde ze. Ze is een junior, die in Nederland met de senioren mee kan.