Een clown geneest niet, maar lachen is gezond

AMSTERDAM, 22 FEBR. Het zijn geen "lolbroeken' of schreeuwerige "gooi- en smijtclowns', maar tragi-komische figuren die met de kinderen individueel optrekken. Vandaag zijn de eerste twee Cliniclowns in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam begonnen. Ze gaan proberen de angst en spanning van kinderen in het ziekenhuis te verminderen.

In het ziekenhuis voelen kinderen zich "bedreigd'. Alle zekerheden zijn weg - school, vriendjes en familie - en nare prikken of behandelingen komen er voor in de plaats. Ook al zorgt de pedagogisch medewerker voor "leukere dingen' zoals de ziekenhuistelevisie, ziekenhuisschool of spelletjes, het blijft een onwennige omgeving.

Het idee van clownerie in het ziekenhuis is afkomstig uit de Verenigde Staten. In 1987 ontwikkelde prof. M. Katz, hoofd van de kinderkliniek van het Presbyterian Hospital in New York, het concept voor Cliniclowns. De onschuld van een clown zou verlichting kunnen brengen bij de zware therapieën. In zijn kliniek liet hij speciaal voor dit doel opgeleide clowns regelmatig op bezoek gaan op de kinderafdeling. De kinderen reageerden positief: het was een welkome afleiding, er werd weer eens goed gelachen en de bedompte sfeer op de afdeling werd ineens ontspannen of juist heel opgewonden.

De Oostenrijks-Belgisch prinses Stefanie von Windisch-Graetz was onder de indruk van het Amerikaanse initiatief en zij besloot het in Europa te introduceren. Vorig jaar gingen in Wenen de eerste Europese Cliniclowns aan de slag. Na Wenen volgde België en nu voor het eerst officïeel in Nederland.

De Stichting Cliniclowns Nederland werd in september 1992 opgericht. Na een aanloopperiode van enkele maanden zijn er nu twee clowns, een secretariaat op de Veluwe, een farmaceutisch bedrijf dat het project sponsort en een aantal enthousiaste artsen als adviseurs en begeleiders. Eén van hen, P. Sluis, is huisarts in Nieuwkoop en voorzitter van de stichting. Door de Amerikaanse clown/arts Hunter "Patch' Adams raakte hij ervan overtuigd dat de combinatie vriendschap en geneeskunde van zeer groot belang is. “Ik heb nog nooit zo hard gelachen om een collega als om Patch. Zijn therapie bestaat uit humor en hij gebruikt de onschuld van een clown als een vakman. Ik heb gezichten van ouders en kinderen zien opklaren met Patch aan hun bed.”

In het AMC zal een clownsduo twee keer per week kinderen bezoeken op de afdeling oncologie. Het project wordt begeleid door de psychologe A. Hylkema. Zij heeft gekozen voor deze afdeling in verband met de langdurige opname van de ernstig zieke kinderen. “De behandeling voor kinderen met kanker is heel zwaar. Ze worden vaak zieker van de behandelingen dan dat ze zich bij aankomst in het ziekenhuis voelen en dat is moeilijk te aanvaarden.” Op de afdeling zijn zowel baby's als tieners opgenomen. Zij liggen veel in isolatie omdat ze tijdens een kuur niet rond mogen lopen. Deze kinderen hebben volgens Hylkema “recht op een eigen wereld die niet bepaald wordt door artsen en verpleging”. Een arts of verpleger moet bij een patiënt komen voor een prik of voor een maaltijd - daar heeft het kind geen contrôle over - maar het contact met de clowns wordt een kind aangeboden en niet opgedrongen. Dat is een heel belangrijk element van het clownsproject.

Tijdens het proefdraaien in april 1992 gebeurde het wel eens dat een kind niet reageerde of te kennen gaf niets met de clown te maken te willen hebben. Ook voor een clown is dat tòch een afwijzing. “Dat hoort erbij”, vindt Hylkema “een clown moet niet teveel verwachten. Het zijn professionele mensen met een pedagogische of medische achtergrond die met verschillende situaties om kunnen gaan. Hun doel is een vriendschap op te bouwen door middel van spel en fantasie waarbij vooral het kind zich prettig moet voelen.

“De Nederlandse clown Johannes maakte zoveel indruk op een astma-patiëntje in een rolstoel dat de jongen paars aanliep van het lachen omdat de clown zo stuntelig de rubberen handschoenen aantrok en gekke wasgebaren maakte. De jongen moest aan de beademing, maar zodra hij weer kon rolde hij terug naar de clown om hem uit te dagen.

“Het verschil in leeftijd tussen de kinderen bepaalt ook de omgang met de clown. Het kind bepaalt welke rol de clown speelt. Soms is het niet in staat te reageren maar dat betekent niet dat er geen contact is. Er is ook geen sprake van verkapte psychologie. Het blijft een clown en een clown kan niet genezen.”

Maar lachen is wel gezond. Onderzoek van artsen en psychologen wijst op een sterke invloed van emoties, en in het bijzonder van lachen, op ons immuunstelsel. Volgens de Amerikaanse psycholoog Zajonc bepaalt het bewegen van spieren in het aangezicht de snelheid waarmee het bloed zich door de vaten naar de hersenen verplaatst. Dus als de mondhoeken omhoog gaan heeft dat invloed op de fysiologische functies van het lichaam.

Uit Amerika komen ook de verhalen over de clown die verrassende resultaten bereikt: kinderen die zich geheel afsloten voor hun omgeving bleken op te leven door de aanwezigheid van clowns. Een al opgegeven jongetje in een volledige malaise mocht in de laatste weken van zijn leven "meelopen' met de Cliniclown die hem schminkte en trucjes leerde. Of er wordt stellig beweerd dat "kinderen die lachen sneller genezen'. Hylkema: “Dat kan natuurlijk, maar je moet het niet romantiseren. Een clown kan misschien iets anders uit een kind krijgen dan een arts of ouder maar daarmee is de clown nog geen medisch wonder. Ik geloof meer in een wisselwerking tussen de verschillende verzorgers en daar maakt een clown dan deel van uit.” Een clown gaat echter niet mee naar een medisch onderzoek. Dat doet de pedagodisch medewerker die het kind dagelijks begeleidt en die contactpersoon is tussen ouders, artsen en kind. De clown is er voor de "afleiding en de ontspanning'.

De Nederlandse Cliniclowns, Marieke Hoefnagels (35) en Marielle van den Berg (32) hebben een (ortho-)pedagogische achtergrond en volgden verschillende clownscursussen. Door overdrijving en vergroting van karikaturen hopen zij toegang tot de kinderen te krijgen “en niet alleen om ons technisch vernuft te tonen.” Ze waren zenuwachtig maar goed voorbereid.