ANC verenigt sympathisanten

JOHANNESBURG, 22 FEBR. De reünie van oud-strijders tegen de apartheid bracht dit weekeind een illuster gezelschap op het podium in Johannesburg. De wereldkampioen boksen (zwaargewicht) Riddick Bowe uit Amerika, die later zijn handschoenen aan Nelson Mandela gaf, voor “de knock-out van de apartheid”. De Russische oud-wereldkampioen schaken Anatoly Karpov. De door het Zambiase volk weggestemde oud-president Kenneth Kaunda. En Ed van Thijn, burgemeester van Amsterdam.

Als de VIP's van de struggle zaten ze daar, voor een zaal met vijfhonderd vertegenwoordigers van anti-apartheidsorganisaties uit de hele wereld, van Algerije tot Zimbabwe.

Leden van het Nederlandse Komitee Zuidelijk Afrika tot het Centraal Comité van de Organisatie van Revolutionaire Arbeiders in Iran waren naar Johannesburg gekomen voor een weerzien van "comrades', de geuzennaam van aanhangers van het Afrikaanse Nationale Congres (ANC). Van Thijn was er beduusd onder. Met Karpov, “even verlegen als ik”, nam hij de tweekamp Short-Timman nog eens door.

Drie dagen lang praatte het ANC op de Internationale Solidariteitsconferentie zijn sympathisanten uit de wereld bij over beleidskwesties, de onderhandelingen met de regering-De Klerk en de eerste algemene verkiezingen die in zicht komen. Nelson Mandela - hoewel door zijn dokters gedwongen tot twee weken absolute rust wegens uitputtingsverschijnselen - kwam hen speciaal bedanken, “onze vrienden van vijf continenten, die de hoop levend hielden”.

Maar het was meer dan een nostalgisch feestje aan de vooravond van regeringsverantwoordelijkheid. Het ANC heeft zijn overzeese vrienden nog één keer hard nodig, om 140 miljoen rand, ruim tachtig miljoen gulden, bijeen te brengen voor de verkiezingscampagne.

Pag 4: 'Er moet zoveel gebeuren'

Het moet 2.700 "verkiezingsmanagers' opleiden, 210.000 vrijwilligers voor kiezers-educatie, 27.000 waarnemers, een communicatie-systeem opzetten en 94 regionale kantoren installeren. Daarom riep de organisatie de Sietze Bosgra's van de wereld op haar niet in de laatste fase van de strijd in de steek te laten.

Hoffelijk koos het ANC dit moment om zijn instemming met de verdere afschaffing van de laatste sancties tegen Zuid-Afrika aan te kondigen. Hier zaten immers de activisten die van het sanctiebeleid hun levenswerk hadden gemaakt. Het ANC gaat akkoord met de opheffing van de resterende sancties op het gebied van diplomatieke betrekkingen, gouden munten (Krugerrands), handel en handelskredieten, nieuwe investeringen, leningen en financiële kredieten op het moment dat de datum van de eerste verkiezingen is aangekondigd en de zogeheten Overgangsraad is geïnstalleerd. Deze eerste vorm van interim-regering, waarin zwarte partijen het land meebesturen, wordt waarschijnlijk medio dit jaar een feit. Het olie- en wapenembargo van de Verenigde Naties moet volgens het ANC blijven bestaan tot na de verkiezingen, wanneer een regering van nationale eenheid aan de macht komt.

Het bracht iets van opluchting onder de delegatie-leden, van wie velen niet meer precies weten wat wel en niet moet worden geboycot. De geleidelijke opheffing van sancties die het ANC al een paar jaar predikt heeft tot grote onduidelijkheid in activistische gelederen geleid. De EG heeft alle sancties laten varen. Zakendelegaties uit de hele wereld komen al in Zuid-Afrika de mogelijkheid van investeringen peilen. De stap van het ANC is vooral bedoeld om kredieten van het IMF en de Wereldbank te krijgen en de investeerders binnen te laten, want de economie moet snel op gang geholpen.

Vooral de Amerikaanse anti-apartheidsgroepen hebben het moeilijk: veel steden en staten hebben hun eigen sancties tegen Zuid-Afrika. Een vertegenwoordiger van het anti-apartheidsnetwerk in San Francisco deed kond van “een enorme verwarring onder de progressieve krachten in de VS”. Hij had zijn uiterste best gedaan om een ticket naar Johannesburg te krijgen voor een andere maatschappij dan de Suid Afrikaanse Lugdiens (SAL). “We weten niet eens of het al cool is om SAL te vliegen”, riep hij wanhopig uit. Een Britse vertegenwoordiger riep het ANC op om zijn hoofdkantoor in Johannesburg, gekocht van de grote oliemaatschappij, gezien het olie-embargo niet langer meer Shell House te noemen. Hij kreeg luid applaus.

Veel anti-apartheidsstrijders zetten voor het eerst voet in het land dat jarenlang hun leven bepaalde. Ook voor Van Thijn, burgemeester van een "anti-apartheidsstad', was het zijn eerste bezoek. Hij nam deel aan de conferentie, ontmoette zijn collega's van Johannesburg en Kaapstad, voerde gesprekken met ANC'ers en maakte een rondrit door het zwarte township Alexandra, ten noorden van Johannesburg. Van Thijn was beducht voor grote woorden en clichés over het land van tegenstellingen na drie dagen Zuid-Afrika. “Wat me vooral trof was de euforie op de conferentie, het gevoel van nu-gaan-we-regeren, en een dag later het andere uiterste: onder de rook van Johannesburg, een stad waar het goud voor het opscheppen ligt, wonen een half miljoen mensen op een vuilnisbelt. Alexandra was zó macaber, arm, uitzichtloos, zó helemaal niets. We zagen de sporen van het geweld, zelfs van etnische zuivering tussen aanhangers van het ANC en Inkatha. We zagen de intimiderende aanwezigheid van politie en leger - niet bepaald een vorm van de basispolitiezorg waar wij het over hebben. Dan realiseer je je: de apartheid mag wel afgeschaft zijn, maar er moet zo onvoorstelbaar veel gebeuren.”

Van Thijn had een cheque van 30.000 gulden bij zich ten behoeve van de bestrijding van het analfabetisme voor de civic, een soort wijkcomité dat feitelijk de belangrijkste vorm van lokaal bestuur is geworden. “Veel Nederlandse gemeenten zijn verbindingen aangegaan met de civics. We geven ze bescheiden bedragen. Tegelijk hoor je dat de kapitaalvlucht het afgelopen jaar tientallen miljarden bedroeg. Dat kan niet: ze zullen het hier toch zelf moeten oplossen. Zoals West-Berlijn met Oost-Berlijn integreert, zo zal Johannesburg ook voor Soweto en Alexandra moeten zorgen.”

Van Thijn ziet geen rol voor het stadsbestuur om het ANC te helpen bij de verkiezingscampagne. “Dat is een zaak voor de anti-apartheidsbeweging en de politieke partijen die daarachter staan.” Op den duur gelooft hij in normalisering van de verhouding met de stadsbesturen in Zuid-Afrika, wanneer deze in non-raciale verkiezingen zijn aangesteld. “De leuze: "je moet er geweest zijn om te oordelen' heb ik altijd een verwerpelijke gevonden. Je mag best van afstand een oordeel hebben. Maar na twee uur in een township ben ik met terugwerkende kracht gesterkt in de juistheid van ons verzet tegen de apartheid.”

De werkelijkheid als fundament van het oordeel. Had Willem Frederik Hermans, na een jarenlange verbanning onlangs weer toegelaten tot de anti-apartheidsstad, dan toch gelijk om in de jaren tachtig eens zelf een kijkje te nemen in Zuid-Afrika? Van Thijn: “Nee. Dat is een ander verhaal. Het zou hier nooit zijn veranderd als Zuid-Afrika niet door sancties was getroffen. Het punt was niet dat Hermans zich hier wilde oriënteren. In strijd met het besluit tot een culturele boycot van de Verenigde Naties kwamen mensen hier lezingen houden, voorstellingen geven of tennissen. Als iedereen dat had gedaan, had het verwerpelijke regime hier nog steeds gezeten. Maar goed, de spons is erover. Ik heb zelfs Hermans' Boekenweekgeschenk bij me. Ik vind dat ik het in ieder geval voor het Boekenbal gelezen moet hebben.”