Amato wijzigt kabinet; Communisten willen niet meeregeren

ROME, 22 FEBR. In een poging te voorkomen dat de politieke problemen in Italië zich vertalen in nieuwe druk op de lire heeft premier Amato gisteren een herschikking doorgevoerd in zijn kabinet, bedoeld om de plaatsen op te vullen van de twee ministers die vrijdag zijn afgetreden.

Het is nog onduidelijk of deze herschikking voldoende is om het kabinet te laten overleven na de golf van corruptieschandalen die steeds meer politici meesleurt en die met name de traditionele regeringspartijen, christen-democraten en socialisten, in diskrediet heeft gebracht.

Amato had zaterdag de ex-communistische Democratische Partij van Links gepolst of deze bereid was zitting te nemen in zijn kabinet. PDS-leider Achille Occhetto wees die uitnodiging af, met als argument dat het kabinet-Amato in zijn ogen teveel steunt op de oude garde van christen-democraten en socialisten. Hij pleitte voor de vorming van een overgangskabinet om vervroegde verkiezingen voor te bereiden.

De nieuwe ministers worden in brede kring gewaardeerd. De christen-democraat Beniamino Andreatta, de nieuwe minister van begroting, geldt als een bekwaam econoom die zijn voorstellen nooit ondergeschikt heeft gemaakt aan de belangen van de partij. Andreatta komt op de plaats van Franco Reviglio, die naar Financiën verhuist, op de plaats van de vrijdag afgetreden Giovanni Goria. Goria trad af na aanhoudende beschuldigingen in de media dat hij in 1976 betrokken is geweest bij het frauduleuze bankroet van een spaarbank in zijn politieke machtsbasis Asti, een stadje in Noordwest-Italië.

Ook Raffaele Costa, de nieuwe minister van gezondheid, heeft veel lof gekregen voor de felle manier waarop hij misstanden binnen de bureaucratie aan de kaak heeft gesteld. Costa liet medewerkers posten bij ministeries om te turven hoe vaak ambtenaren boodschappen gingen doen in werktijd, hoeveel ze te laat kwamen en hoeveel ze te vroeg weggingen. Hij heeft ook een felle campagne gevoerd tegen de onwil van veel overheidsinstanties om telefonisch informatie te geven. Costa volgt zijn partijgenoot Francesco De Lorenzo op, afgetreden nadat zijn vader is gearresteerd wegens corruptie. De Lorenzo wordt ervan verdacht stemmen te hebben gekocht in ruil voor de belofte van overheidsbanen.

Het effect van de face-lift met deze twee prominente ministers wordt deels teniet gedaan doordat Amato er niet in is geslaagd om minister van industrie Giuseppe Guarino te vervangen. Guarino is een tegenstander van de privatiseringsplannen van Amato, die volgens de premier en volgens financiële deskundigen een hoofdelement vormen in de strategie van het kabinet om het internationale vertrouwen in het land en zijn munt te herstellen. Volgens berichten in de Italiaanse pers heeft ook president Oscar Luigi Scalfaro er bij Guarino op aangedrongen om af te treden. Zijn macht is nu beperkt door de benoeming van een nieuwe minister zonder portefeuille, ex-bankier Paolo Baratta. Deze moet toezicht houden op de uitvoering van de privatiseringsplannen.

De herschikking van gisteren was de tweede wijziging in het kabinet in korte tijd. Tien dagen geleden is Giovanni Conso, ex-president van het Constitutionele Hof, benoemd tot minister van justitie, na het aftreden van de socialist Claudio Martelli. Tegen Martelli loopt een onderzoek op verdenking van betrokkenheid bij het frauduleuze bankroet van de Banco Ambrosiano, in 1982. Vorige week hebben verscheidene getuigen volgens persberichten tegen de Milanese rechters die het onderzoek uitvoeren, gezegd dat Martelli niet betrokken was bij de Zwitserse bankrekening waarop de Banco Ambrosiano smeergeld voor de socialistische partij heeft gestort.

Premier Amato had vrijdag gezegd dat hij nieuwe ministers wilde hebben voordat de valutamarkten vanmorgen zouden opengaan. De lire opende inderdaad wat sterker dan afgelopen vrijdag, maar verloor opnieuw aan waarde na het bericht dat de financiële manager van het autobedrijf Fiat, de grootste particuliere onderneming van het land, is gearresteerd. De verdachte is Francesco Paolo Mattioli, algemeen beschouwd als de nummer drie van Fiat, na president Gianni Agnelli en managing director Cesare Romiti.