Winsterosie Pioneer neemt verder toe

De crisis in de wereld van de consumentenelektronica breidt zich verder uit.

De Japanse producent Pioneer heeft zijn winst in het derde kwartaal, dat eindigde op 31 december, met maar liefst 60,8 procent zien inzakken van 12,5 miljard yen tot 4,91 miljard yen (72,1 miljoen gulden). Daarmee is duidelijk dat de winsterosie zich heeft voortgezet. In de eerste helft van het op 1 april begonnen boekjaar 1992/93 ging de winst nog “maar” achteruit met 44 procent. De omzet daalde in het derde kwartaal met bijna tien procent tot 167,5 miljard yen (2,46 miljard gulden).

Net als bij de andere audio- en videofabrikanten wordt Pioneer getroffen door de economische teruggang in de wereld. Daarnaast komt het duurder worden van de Japanse yen hard aan. Een hogere koers van de yen zorgt voor moeilijkheden bij de uitvoer. De marges in Noord-Amerika en Europa staan daardoor onder druk, zo meldt Pioneer.

In de eerste negen maanden noteerde Pioneer een winstdaling van ruim 50 procent. Het resultaat daalde tot 12,5 miljard yen (184 miljoen gulden). Pioneer zag de omzet over de eerste negen maanden dalen met 2,5 procent. De onderneming probeert de kosten terug te brengen. De aankondiging dat Pioneer aan dertig leidende functionarissen heeft gevraagd met vervroegd pensioen te gaan, zorgde in Japan voor opschudding. Tot voor kort was het vrij ongebruikelijk dat grote concerns banen schrapten.

Pioneer is niet het enige bedrijf in de branche dat minder geld verdient. Philips, Grundig en Sony zien hun resultaten eveneens sterk zakken door de dalende vraag naar elektronicaprodukten.

Philips komt op 4 maart met de jaarcijfers. Analisten wachten met spanning af hoe Philips het in het laatste kwartaal van 1992 heeft gedaan en hoe groot de reorganisatiekosten zijn geworden. De afdeling consumentenelektronica draait al enige jaren met verlies en door de felle concurrentie in de audio-videosector staat het water in die Philips-tak tot de lippen.