Weer twee ministers in Italië afgetreden

ROME, 20 FEBR. Het gevoel dat Italië het einde van een tijdperk doormaakt is verder versterkt door het aftreden gisteren van twee ministers, beschuldigd van bankfraude en het kopen van stemmen.

Hun besluit kwam gisteren een paar uur na een debat in de Senaat over het aftreden van de socialistische minister van justitie Claudio Martelli, vorige week. Amato zei tijdens het debat dat er een lynch-stemming in het land hangt; volgens hem wordt er geprobeerd alle politici van de traditionele partijen onderuit te halen.

Een paar uur later stuurde minister van financiën Giovanni Goria, een christen-democraat, hem een brief dat hij opstapt, wegens de aanhoudende “ongegronde beschuldigingen” dat Goria betrokken is geweest bij het failliet in 1976 van een kleine spaarbank in de Noorditaliaanse stad Asti, zijn politieke machtsbasis. Tegen de scheidende minister van financiën, in Italië minder belangrijk dan de minister van de schatkist, loopt overigens geen justitieel onderzoek.

Vlak daarna werd het aftreden bekend van minister van gezondheid Francesco De Lorenzo, lid van de kleine Liberale partij. Tegen hem loopt een onderzoek op verdenking van het kopen van stemmen. De Lorenzo besloot af te treden nadat 's ochtends zijn vader was gearresteerd op verdenking van corruptie. Hij zei slachtoffer te zijn van een hetze.

De positie van premier Giuliano Amato wordt nu steeds moeilijker. Amato, die de afgelopen maanden een aantal belangrijke hervormingen in gang heeft gezet en is begonnen aan een structurele sanering van de overheidsfinanciën, heeft laten weten dat hij wil doorgaan. Hij kreeg gisteravond steun van de christen-democratische leider Mino Martinazzoli. Maar de aanhoudende corruptieschandalen hebben de roep om een grondige vernieuwing versterkt. Steeds meer wordt gepleit voor een zakenkabinet dat vervroegde verkiezingen moet voorbereiden.