Wapenleveranciers op jacht in M-Oosten

Meer dan 350 wapenfabrikanten uit circa 30 landen hebben de afgelopen week deelgenomen aan een grote wapententoonstelling in Abu Dhabi, in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Onder de bezoekers waren veel ministers van defensie, onder wie de Franse, de Russische en de Iraanse, die niet alleen nieuw materieel kwamen inspecteren maar vooral de eigen waar aan de man moesten brengen. Want als gevolg van het einde van de Koude Oorlog zijn veel wapenindustrieën in grote problemen gekomen. Met des te meer kracht wordt nu de verkoop aan met name het Midden-Oosten gestimuleerd, een gebied waar de conflicten schijnbaar onoplosbaar en de honger naar wapens dus onstilbaar blijven.

De Iraakse overval op Koeweit heeft de landen in het Golfgebied vooral op hun eigen onveiligheid gewezen, als rijke maar relatief dun-bevolkte en dus zwakke staten in een boze buitenwereld. Dat Irak nu onder toezicht van de Verenigde Naties van zijn massavernietigingswapens wordt ontdaan, stelt hen niet gerust. Eens zal aan die VN-activiteit een eind komen, en dan zet het Iraakse leiderschap onmiddellijk alles op alles om zijn bewapening weer op peil te brengen. “Irak heeft sterke strijdkrachten nodig om zich in een gevaarlijke wereld te verdedigen”, zei eerder deze maand de Iraakse minister van militaire industrialisering, het departement dat in de jaren tachtig zo behendig Iraks gigantische arsenaal, van chemische wapens via ballistische raketten tot superkanonnen, verzamelde en een nucleair en biologisch wapenprogramma op poten zette. “Irak is een macht in het gebied en het heeft legitieme defensie-behoeften.”

Irak is niet de enige bedreiging. Wat te denken van Iran? Iran heeft een sterk leger nodig om zich in de wereld te handhaven, aldus president Rafsanjani. “We leven in een wereld waarin we militaire macht niet kunnen veronachtzamen, omdat de rechten van een weerloze natie worden vertrapt.” Hij voegde er geruststellend aan toe dat Iran in het geval van een conflict prioriteit geeft aan onderhandelingen, “maar de werkelijkheid is zodanig dat als we defensieve paraatheid missen, de vijanden onze oproep tot onderhandelingen als zwakte zouden uitleggen”.

Iran hééft de nodige conflicten, bij voorbeeld met de VAE over de eilandjes Abu Musa en de grote en Kleine Thunb aan de ingang van de Golf, die het nog onder de sjah bezette. Maar een oproep tot onderhandelingen zal in de VAE niet gauw uit Irans zwakte worden verklaard. Niet alleen beschikt het bijna 60 miljoen inwoners tellende Iran over een enorm overwicht in mankracht (ruim 500.000 militairen tegen de 44.000 van de VAE), ook is het na afloop van de oorlog tegen Irak in 1988 in hoog tempo wapens gaan aanschaffen. Enerzijds ter vervanging van in de oorlog verloren materieel, anderzijds ter ondersteuning van zijn openlijk geambieerde positie als regionale mogendheid in concurrentie met Irak en het in mankracht zwakke maar wel zwaar bewapende Saoedi-Arabië.

Irans wapenaankopen spreken zo tot de verbeelding dat in de Verenigde Staten al de vergelijking met het Iraakse bewapeningsprogramma in de jaren tachtig wordt gemaakt. De aanhoudende berichten over een nucleair bewapeningsprogramma (door Teheran voortdurend en met kracht tegengesproken), een chemische-wapenprogramma en een ballistische-rakettenprogramma, de aanschaf van grote aantallen relatief geavanceerde oorlogsvliegtuigen in Rusland en China, de aankomst van de eerste van drie in Rusland bestelde onderzeeboten en in het algemeen zijn militaire samenwerking met op dit gebied schimmige landen als China en met name Noord-Korea hebben in de VS zelfs pleitbezorgers doen opstaan voor een normalisering van de relaties met Irak.

Met deze gevaren in het achterhoofd zijn de Arabische Golfstaten koortsachtig aan het werk om hùn verdediging extra te versterken, na een lichte afname van de wapenaankopen vóór 1990. Onmiddellijk na de bevrijding van Koeweit in februari 1991 is even gedacht aan een regionaal pact, dat zou kunnen putten uit de mankracht van Egypte en Syrië. Maar de Golfstaten hebben ook de nodige onderlinge conflicten, en uiteindelijk heeft men meer vertrouwen in het Westen. Dus: véél Westerse wapens, die men immers tijdens de oorlog tegen Irak in actie heeft gezien, plus defensie-akkoorden die in geval van nood uitzicht bieden op hulp uit het Westen.

Zo hebben de VAE deze week tijdens de wapententoonstelling de aanschaf van 436 Franse tanks bekendgemaakt, ter waarde van ongeveer 3,5 miljard dollar over tien jaar. Koeweit had enkele manden tevoren voor de Amerikaanse M1A2-tank gekozen, en er 236 van besteld voor een waarde van ongeveer 4 miljard dollar, opleiding van de bemanningen en reserve-onderdelen inbegrepen. De Britten, die zo tweemaal hun hoop de bodem ingeslagen zagen om hun Challenger af te zetten, onderhandelen op hun beurt over de levering van honderden pantservoertuigen aan Koeweit. Saoedi-Arabië, dat ook nog naar tanks uitkijkt, kocht in de Verenigde Staten 72 gevechtsvliegtuigen van het zeer geavanceerde type F-15S.

Het is niet meer dan een greep uit de recente hoogtepunten: de Britten leveren volgens Jane's Defence Weekly jaarlijks voor 2 miljard pond aan de regio, 10 keer zoveel als aan Noord-Amerika, Europa en Zuidoost-Azië. De VS leveren ongeveer tweemaal zoveel als de Britten, Rusland en Frankrijk elk de helft van wat de Britse industrieën in het Golfgebied afzetten.

Niet alleen het rijke Golfgebied blijft zich bewapenen - dat geldt voor het hele Midden-Oosten. Zoals Saoedi-Arabië wapens blijft aanschaffen uit angst voor Iran en Irak, en Teheran daar weer op reageert, zo heeft iedereen wel een potentieel agressieve buur. Voor veel landen speelt Israel die rol, en aangezien de joodse staat zelf zeer zwaar bewapend is, voelen die buren zich genoodzaakt zelf ook zoveel mogelijk wapens aan te schaffen, en vice versa. In (ex-)commmunistische landen (Syrië, een van de landen waaraan het Westen in principe niet levert) of bij dezelfde leverancier als Israel (Egypte).

De (ex-)communistische landen, Rusland, China en Noord-Korea voorop, leveren graag en aan iedereen die maar betaalt. Hun vliegtuigen, tanks, raketten en andere produkten zijn wel wat minder geavanceerd en wat minder nauwkeurig, maar zoveel doet dat er ook weer niet toe. Raketten, de beruchte Scud bij voorbeeld, worden als terreurwapens gebruikt en dan is nauwkeurigheid absoluut geen vereiste. Integendeel.

Deze landen maken er geen geheim van geen enkele moeite te hebben met de proliferatie van wapens in het Midden-Oosten en alleen maar te denken aan de werkgelegenheid in eigen land. De toenmalige Tsjechoslowaakse regering liet in 1991 weten het ook niet leuk te vinden 200 tanks te leveren aan Syrië, maar daartoe te zijn genoodzaakt omdat tienduizenden banen in de wapenindustrie op het spel stonden. De Russische regering was wat dat betreft ook heel duidelijk toen Washington klaagde over de verkoop van de onderzeeboten aan Iran: met dit soort leveranties moesten de economische hervormingen worden betaald. Op de wapententoonstelling in Abu Dhabi verzekerde een Russische topfunctionaris dat Moskou van plan was méér onderzeeboten en andere marineschepen aan Golfstaten te gaan verkopen in het kader van het Russische streven de wapenexport naar het Midden-Oosten te vergroten. Oman, Koeweit en de VAE hadden al belangstelling getoond, zei hij.

Maar ook de Westerse wapenindustrie is door het einde van de Koude Oorlog in moeilijkheden gekomen, en ook daar staan veel banen op het spel, en dus voelen de verschillende regeringen zich in hun onderlinge concurrentie gedwongen in hun leveranties steeds verder te gaan, restricties te laten vallen die vroeger werden gehanteerd. Daarbij gaat het dan om officiële regeringspolitiek, niet om het oogluikend toestaan van formeel verboden leveranties - zoals de onderdelen van het superkanon aan Irak door Britse bedrijven - of het doorslippen van verboden waar - zoals de Westerse bijdragen aan Iraks nucleaire programma of de Duitse levering van een complete gifgasfabriek aan Libië. Westerse regeringen leveren niet meer hun oude spullen, maar steeds geavanceerder materieel. President Bush, vice-president Quayle en minister van defensie Dick Cheney lobbyden persoonlijk bij de Koeweitse koninklijke familie om de M1A2-tank te verkopen, een versie die nog niet eens bij het Amerikaanse leger in dienst was.

Voor de wapenindustrie heeft dit het voordeel dat de tegenpartij van de recipiënt ook weer hoogwaardiger moet worden uitgerust. Een voorbeeld is de verkoop van de F-15S door de VS aan Saoedi-Arabië, een levering die, volgens de bekendmaking van het Witte Huis niet lang voor de presidentsverkiezingen, 47.000 banen moest redden. Het was de eerste maal dat een Arabisch land geavanceerd materieel kreeg voordat Israel erover beschikte. Maar Bush verzekerde Israels "kwalitatieve voorsprong' te zullen handhaven, en Jeruzalem kreeg vervolgens - onder andere - ruimere toegang tot hoogwaardige technologie.

En dan overweegt Washington de verkoop van een super-geheime spionage-satelliet aan de VAE, zodat het landje tijdig op de hoogte kan worden gesteld van Iraanse troepenbewegingen. De voorstanders wijzen erop dat de VAE zich anders zullen wenden tot een Franse fabrikant.

Als onze bondgenoten toch van iemand wapens kopen, “wil ik graag dat wij die iemand zijn”, zei de Amerikaanse Democratische senator John Glenn recentelijk. Maar er wordt ook gewaarschuwd tégen de ongebreidelde wapenverkopen. Cheney maakte vorige maand alleen bezwaar tegen de Russische leveranties, maar de toenmalige minister van buitenlandse zaken James Baker zei in de zomer al dat “de tijd is gekomen om de stroom wapens naar een gebied dat al over-gemilitariseerd is te verminderen”.

Sinds de oorlog tegen Irak hebben de Middenoosterse landen volgens de Britse Saferworld Foundation al weer voor 35 tot 45 miljard dollar wapens besteld. Dat is prettig voor de wapenindustrie. Maar een recent rapport van het Amerikaanse Congres waarschuwt dat “voortzetting van wapenleveranties om binnenlandse en economische redenen eerder dan om redenen van buitenlandse politiek, de wapenwedloop in het Midden-Oosten zal versnellen, het vredesproces in het Midden-Oosten zal tegenwerken en inspanningen zal dwarsbomen om diplomatieke liever dan militaire oplossingen te vinden voor regionale twisten”. Volgens de opstellers, onder wie de nieuwe voorzitter van de Huiscommissie voor buitenlandse betrekkingen, Lee Hamilton, zouden restricties op wapenleveranties de Amerikaanse wapenindustrie weliswaar 3 miljard dollar per jaar kosten, maar 10 miljard dollar aan defensiekosten uitsparen doordat het oorlogsgevaar zou afnemen.

Sinds de bevrijding van Koeweit zijn in het Golfgebied onder andere conflicten opgelaaid tussen Qatar en Saoedi-Arabië, Jemen en Saoedi-Arabië en Iran en de VAE. Verder heeft Egypte een strook omstreden Soedanees grondgebied bezet, duurt de burgeroorlog in Zuid-Soedan voort en zijn Turkije en Israel voortdurend militair actief in respectievelijk Noord-Irak en Zuid-Libanon. De ontwapeningsbesprekingen in het kader van de multilaterale vredesbesprekingen over het Midden-Oosten hebben daarentegen nog niets opgeleverd.