Spoorwegen verregaand zelfstandig

DEN HAAG, 20 FEBR. Het kabinet is gisteren akkoord gegaan met een verregaande verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Vanaf volgend jaar mogen de NS zelf de tarieven vaststellen.

De overheid stelt waarschijnlijk een maximum aan de tariefstijging van 10 procent per jaar. Ook kunnen de spoorwegen beslissen onrendabele lijnen af te stoten. De overheid kan zulke lijnen dan via een contract met de spoorwegen in stand houden.

Volgens minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) betekent de verzelfstandiging dat “de NS nu een normaal bedrijf worden”. De infrastructuur en de exploitatie zullen in de nieuwe opzet worden gescheiden. De overheid neemt de verantwoordelijkheid over de infrastructuur, de NS ontfermen zich over de exploitatie. De scheiding is nodig, omdat de EG het monopolie van spoorwegmaatschappijen wil doorbreken door ook andere maatschappijen op het spoorwegnet van een land toe te staan.

Het kabinetsbesluit sluit nauw aan bij de adviezen van de commissie-Wijffels. Vorig jaar zomer kwam deze commissie onder leiding van Rabo-topman Wijffels tot de conclusie dat de NS met het oog op verzelfstandiging in vier aparte eenheden moeten worden opgedeeld: reizigersvervoer, goederenvervoer, infrabeheer en capaciteitsmanagement. Onder dit laatste verstaat de commissie toewijzing van het spoorwegnet aan de NS of andere maatschappijen. Voor aanleg en onderhoud van het spoorwegnet trekt de overheid jaarlijks ongeveer een miljard gulden uit.

Belangrijk onderdeel van het kabinetsbesluit is dat de exploitatiesubsidie, nu nog zo'n 450 miljoen gulden per jaar, vóór het jaar 2000 wordt afgebouwd. De spoorwegen zullen zelf de tarieven mogen vaststellen. De overheid houdt waarschijnlijk vast aan een maximale verhoging van 10 procent per jaar, zoals ook met de PTT is overeengekomen. Maij-Weggen zei te verwachten dat het eerder zal gaan om een verhoging van zo'n zes procent, 2 à 3 procent boven de stijging van de kosten van levensonderhoud.

De minister meent dat het kabinet en de NS wel “de wederzijdse verplichting” hebben om de kosten van het autogebruik gelijke tred te laten houden met die van het reizen per trein. Presi dent-directeur R. den Besten van de NS onderstreepte dat “een te grote tariefstijging niet in het belang van de spoorwegen is, want dan prijzen we onszelf uit de markt”.

Volgens Maij-Weggen gaat het “nadrukkelijk niet om een bezuinigingsoperatie”. De 450 miljoen gulden die het rijk nu aan de exploitatie besteedt, wordt straks gestoken in de infrastructuur, waaronder de aanleg en verbetering van stations. Wel zal de overheid vanaf het jaar 2000 de NS om een bijdrage in de kosten van de infrastructuur vragen.

De spoorwegbonden hebben terughoudend op het besluit gereageerd. Zij vrezen dat een grotere doelmatigheid bij de NS ten koste zal gaan van het personeel.