Sociocratie poging om de democratie te vervolmaken; Tientallen voorbeelden zijn er te geven van het tekortschieten van het democratische systeem

“De massa's zouden nooit in beweging zijn gekomen als de democratie hun geen stem had gegeven”, luidt een kernzin in Heldrings column over het fascisme (Dezer Dagen van 15-1). Mee eens? Niet mee eens?

Eigenlijk is het niet zo interessant je met de vraag bezig te houden in hoeverre de democratie voorwaarde is geweest voor het ontstaan van het fascisme. Aan de democratie kleven wel meer onvolkomenheden. Sinds enkele weken zit in Washington een nieuwe president te puzzelen hoe hij alle kostbare beloften, die hij de kiezers wel moest doen om te worden gekozen, nu met goed fatsoen kan omzeilen en niettemin een veelbelovende president blijken. Tientallen voorbeelden zijn er te geven van het tekortschieten van het democratische systeem. Is de democratie dan niet de best denkbare organisatievorm voor de samenleving? Nee, dat is ze niet, hoe gelukkig je ook kunt zijn met het feit dat je niet in een andere maatschappijvorm hebt hoeven opgroeien.

Het is vrij ongebruikelijk ten aanzien van de democratie te komen aanzetten met voorstellen tot verfijning en aanscherping. Een referendum of een gekozen burgemeester zijn oplossingen die aan de structuur zelf niet raken, terwijl het om de structuur gaat en nergens anders om. Het is de structuur die het gedrag van mensen bepaalt. Wil men dat mensen hun straat niet laten verloederen, dat er geen oude dames van tasjes worden beroofd, geen treincoupé's aan diggelen worden geslagen, geen afgewerkte olie in het putje wordt geloosd, geen rivierlandschappen worden bedorven met nodeloze dijkverhogingen, dan is de allereerste voorwaarde dat de huidige methode van besluitvorming verbetert. Dat bant zeker niet al het kwaad uit de wereld, maar het verbetert wel het instrumentatirum van de samenleving.

In de dissertatie van de Rotterdamse ondernemer G. Endenburg (Sociocratie als sociaal ontwerp) wordt een verruimd instrumentarium gepresenteerd. Het behelst een verfijning van de democratische methode; het sleutelt aan de structuur van de besluitvorming.

Het ontwerp laat vier basisregels zien.

Regel een: Het consentbeginsel regeert de besluitvorming. Een besluit wordt pas genomen wanneer niemand daar een beargumenteerd bezwaar tegen heeft.

Regel twee: De plek waar de besluitvorming plaatsheeft is de kring (functionele eenheid). In een kring worden drie taken, te weten leiden, uitvoeren en meten, aan de kringleden gedelegeerd.

Regel drie: Kringen van verschillende niveaus worden met een dubbele koppeling aan elkaar gehecht.

Regel vier: Het kiezen van personen voor functies en taken gebeurt na een open discussie, met consent.

Het sociocratisch organisatie-ontwerp geeft aan ieder individu een sleutelrol bij het nemen van beleidsbesluiten. De grondgedachte is dat voor een mens niets zo onverdraaglijk is als niet te worden gekend, niet te worden opgemerkt, een "niemand' te zijn. Ontkenning van mensen is de kern van veel dat er mis gaat in leven en samenleven, of we het nu hebben over drop-outs, over verslaafden, mensen in de WAO, verguisde minderheden of gewoon maar mensen op de werkvloer, die domweg moeten doen wat de baas zegt.

Door letterlijk iedereen een plek te garanderen in de beleidsbepaling (natuurlijk in de organisatie waar hem die plaats toekomt omdat hij er functioneert) en hem gelijkwaardig te maken aan alle anderen door middel van het consentprincipe (het principe van "geen bezwaar'), wordt het onmogelijk te regeren over iemands hoofd heen.

Met nadruk zij gezegd, dat het gaat om het bepalen van beleid. Bij de uitvoering blijft de gangbare autoritaire wijze van besluitvorming gehandhaafd, maar dan binnen de grenzen die beleidsmatig en met consent zijn aangegeven. Beleidsbesluiten worden genomen in kringen (functionele eenheden), op het niveau waar het beleid straks ook wordt uitgevoerd. Waar een beleidsbesluit de competentie van de kring te boven gaat, omdat het te belangrijke gevolgen heeft voor de rest van de organisatie, komt het op het bord te liggen van de naasthogere kring.

De niveaus in een sociocratische organisatie zijn verbonden met een dubbele koppeling. Er zijn altijd ten minste twee mensen uit een kring die in een naasthogere kring mede het beleid bepalen. De één is de door de hogere kring aangewezen leidinggevende, de andere een gekozen afgevaardigde. Aldus gekoppeld kan het kringproces onbelemmerd voortgang vinden door de hele organisatie en is er ook een voortdurende informatiestroom van onder naar boven en omgekeerd. Endenburg experimenteert al zo'n twintig jaar in het eigen bedrijf met ca. 130 werknemers met dit ontwerp. Het blijkt daar te werken.

De Rotterdamse hoogleraar bedrijfskunde, prof. dr. H.J. van Dongen, rekent de sociocratie tot "de meest gesofisticeerde organisastiemethoden' van dit moment. Weinigen realiseren zich dat we met het huidige organisatiesysteem voor onze samenleving een ontoereikend en achterhaald instrument in handen hebben. Al gaat de democratie dan ook een stap verder dan de autocratische besluitvorming, per slot van rekening is de uitkomst autoritair: de "baas' beveelt de "knecht'. Natuurlijk stopt de baas zijn oren niet dicht voor wat de knecht terugroept ("inspraak'), maar uiteindelijk ligt de beslissingsmacht bij de baas en weet de knecht altijd maar één ding zeker: dat hij ontkend kàn worden.

Als dit nu de structuur is waarmee onze samenleving wordt gestuurd, wordt het dan niet eens tijd in te zien dat dat een anachronisme van jewelste is? Zet de vliegende evolutie van de informatiemaatschappij de hiërarchische piramide niet nu al op zijn kop? Nu we ons bewust worden dat verandering in organisaties en samenleving in feite de enige constante vormt, denken wij toe te kunnen met een structuur die in zijn lineariteit alle verandering tegenhoudt en zelfs verbiedt. En die zonneklaar geen partij is voor alle snelle en slimme vogels die in grijze circuits goede sier maken met al het onvoorspelbaar veranderlijke in onze dynamische wereld.

Van utopie of luchtkasteel is in de sociocratie dus geen sprake. We worden eenvoudig geconfronteerd met de noodzaak de democratie zo te herstructureren, dat we de grote menigte "verliezers' in de samenleving binnen het kamp van de winnaars halen en een einde maken aan de verspilling van zoveel "human resources'. Dat hoeft niet van vandaag op morgen in heel Nederland of nog grootschaliger. Het zou beter zijn te beginnen met kleine experimenten in bijvoorbeeld een deelgemeente of wijkraad, om eens te zien het werkt wanneer niemands argument meer onder het vloerkleed kan worden geveegd; wanneer we openlijk praten over elkaars mogelijkheden om een functie goed te vervullen; wanneer voorstellen van "gewone mensen' niet worden "meegenomen', zoals dat heet, maar structureel in het beleid worden ingepast.