ORKESTBESTEL

“Gespeend van enig creatief denken en los van de werkelijkheid”, aldus J.C. Molijn over het advies van de commissie-Lamers (NRC Handelsblad, 2 februari). Zijn argumenten zijn echter weinig overtuigend.

Het gaat in eerste instantie over het opheffen van een orkest en wellicht een operagezelschap, een triest gegeven dat uiteraard commotie genereert, maar het gaat niet aan om daar de commissie-Lammers verantwoordelijk voor te stellen.

Molijn laat zich niets wijs maken: “Het gaat hier”, zo betoogt hij, “natuurlijk alleen maar om het redden van de zaal in Enschede, neergezet in een tijd waarin elke burgemeester meende het nieuws te moeten halen met een megalomaan bouwwerk”. Hij vervolgt schrijft onjuistheden over de bezettingsgraad van de zaal, de interesse uit het "achterland' en vervlecht daarin terloops de suggestie dat het aanbod louter uit - en dan ook nog ondermaatse - operavoorstellingen bestaat. Dat dit onzin is, kan iedereen die de culturele bijlage van deze krant leest, bevestigen. “Enschede ligt zo excentrisch en daarvanuit reizen is zo kostbaar dat het aanbeveling verdient om het gebied buiten de Randstad te laten bedienen vanuit het nabije buitenland - Keulen en Bochum worden genoemd - in Europees verband”. Nog afgezien van het feit dat, in Europees verband, Arnhem en Enschede heel wat mindere excentrisch liggen dan bijvoorbeeld Leidschendam, vraag ik mij af of dit wel zo kostenbesparend zou zijn, als het al realiseerbaar is.