Oehoe, oehoe

U denkt misschien: nu zal hij wel over de mogelijkheid van een uitgebroken leeuw beginnen. Want dat had ik zelf ook gedacht. Wat is het nut van een nacht in de dierentuin als je niet hier of daar een handvol kinderangst kunt wegwerken?

Een koud kunstje trouwens. Het zou echt geen moeite kosten deze wandeling op te fleuren met de schaduw van een gorilla of het ritselen van een krokodil. Maar zo was het niet. Ik mag niet eens zeggen dat ik me veilig voelde. Het punt van veiligheid was gewoon niet aan de orde. In feite had ik de hele tijd een gewaarwording alsof me zojuist iets leuks was verteld. Dat je nergens in Rotterdam zo op je gemak zou rondlopen als hier, bij voorbeeld.

We liepen in het holst van de nacht door Blijdorp en een oehoe riep oehoe en ik vroeg me af hoelang de oehoe al oehoe geroepen had voordat iemand op de gedachte kwam hem oehoe te noemen. Dat zachte in zijn stem, die zweem van verlegenheid... een enorme uil toch.

Het werkelijke gevaar van die nacht zat hem in de mist, die kil en onverschillig samenpakte. Maar dat was het gevaar van de snelweg, heen en terug. Hier in de tuin was het alleen maar een bevochtiging van de duisternis, een parelgrijs omhulsel voor przewalskipaarden, twee of drie vage gestalten. Even stil als wij en zeker zo nieuwsgierig.