NOG IS ZUID-AFRIKA NIET VERLOREN

Na Apartheid door Sebastian Mallaby 284 blz., Amber 1992, vert. Paul Syrier (After Apartheid 1992), f 39,90 ISBN 90 5093 161 8

Het boek van de pas 28-jarige Sebastian Mallaby, correspondent in zuidelijk Afrika van het Britse weekblad The Economist, komt als geroepen. Minder dan twee jaar na de vrijlating van Nelson Mandela en de legalisering van het ANC, en waarschijnlijk aan de vooravond van een multiraciale overgangsregering, schreef hij een glasheldere analyse van de vooruitzichten die Zuid-Afrika momenteel heeft.

Na Apartheid is zo verfrissend omdat Mallaby duidelijke taal spreekt zonder moralistisch te worden. Waar hij mensen - zwart of blank - betrapt op onrecht of misleidende redeneringen, legt hij daar onomwonden de vinger op, maar hij valt de lezer niet lastig met nodeloze preken, die de Nederlandse literatuur over Zuid-Afrika vaak zo onleesbaar maken.

Mallaby leeft tussen hoop en vrees. Hij betoogt - in december 1991 wel te verstaan, toen hij zijn boek afsloot - dat de twee belangrijkste machtscentra van het land, de Nationale Partij van president F. W. De Klerk en het Afrikaanse Nationale Congres van Nelson Mandela, het uiteindelijk wel eens zullen worden over een modus vivendi. Begin 1993 lijkt die prognose nog steeds gerechtvaardigd. Maar Mallaby beklemtoont dat de onvermijdelijk door zwarten gedomineerde nieuwe regering met reusachtige problemen zal worden geconfronteerd. Niet de minste daarvan is dat onder de zwarten zulke hoge verwachtingen leven.

De erfenis van de apartheid zal in Zuid-Afrika nog lang aanwezig zijn. Zo zal de zwarte meerderheid, voorspelt Mallaby, moeilijk kunnen wennen aan het feit dat ze zelf stevig de handen uit de mouwen moet steken om te kunnen delen in de welvaart. Decennia lang geloofden de zwarten, daarin begrijpelijkerwijs aangemoedigd door hun leiders, dat er als vanzelf een heerlijk tijdperk zou aanbreken vanaf de dag dat ze het politiek voor het zeggen zouden hebben. Dan zouden ze in een oogwenk even rijk en welvarend worden als de 4,5 miljoen blanken in het land.

Alles werd ondergeschikt gemaakt aan het verwerven van de politieke macht en de strijd tegen de blanke hegemonie. Er werd gestaakt, er werd geijverd voor een economische boycot, er werd soms gevochten, er werd uit alle macht geprobeerd het blanke Zuid-Afrika onregeerbaar te maken. ""Maar onregeerbaarheid is, als ze eenmaal tot beleid is verheven, verschrikkelijk moeilijk weer ongedaan te maken', stelt Mallaby somber vast.

DISCIPLINE EN ONTZAG

Met praktische vragen, zoals hoe je moet regeren of hoe je de economie het beste kon leiden, hield de anti-apartheidsbeweging zich nauwelijks bezig. Door hun moeizame maar heroïsche strijd tegen het blanke bewind waren ze als het ware vrijgesteld van het denken over de toekomst. Discipline en ontzag voor leiders werd al evenmin bevorderd. Hoezeer die eigenschappen zijn geërodeerd, is de laatste paar jaar gebleken tijdens de golf van geweld die het land heeft overspoeld, zowel in de vorm van misdaad als in tribale onlusten.

Na 1990, toen de ontwikkelingen in Zuid-Afrika in een stroomversnelling raakten, begon het de zwarte leiders te dagen dat de meerderheid van de bevolking ook na het aantreden van een zwarte regering in armoede zou blijven leven. Er kon geen sprake van zijn dat de nieuwe regering zich eenvoudigweg alle rijkdommen van de blanken zou toeëigenen om onder de bevolking te verdelen. Dat zou de doodsteek voor de economie zijn, die het met dalende goudopbrengsten en dalende investeringen toch al zwaar te verduren had. Niet alleen zou er bij onteigening een uittocht van welgestelde blanken komen, ook zou het buitenland volstrekt niet meer geneigd zijn tot investeringen. Bovendien was er lang niet genoeg geschoold zwart personeel om de blanken te vervangen. Hoe de economie dan wel moet worden geleid, is voor het ANC overigens nog steeds een open vraag.

Mallaby wijst bovendien op de enorme handicap voor de nieuwe regering in de vorm van de structurele armoede op het platteland, mede veroorzaakt door het ouderwetse systeem van gemeenschappelijk landbezit onder de zwarten. Dit systeem, waarbij elke familie een stukje land kan krijgen via zijn stamoudste zonder dat zij ooit het recht heeft om dit te verkopen, beschermt veel boeren die niet doelmatig produceren. Boeren die wel efficiënt produceren, kunnen hun areaal nooit uitbreiden. Velen trekken gefrustreerd naar de steden. Mallaby legt uit dat de kans op wijziging van dit stelsel niet groot is: de zwarten zijn zeer aan hun voorvaderlijke grond gehecht en staan die niet makkelijk af. Ook de blanke Afrikaners voelen zich trouwens sterk met hun grond verbonden.

Nog een reusachtig probleem voor welke regering dan ook is aids, dat zich ook in Zuid-Afrika in een hoog tempo verspreidt. Mallaby haalt een functionaris van een levensverzekeringsbedrijf aan die schat dat in het jaar 2000 tien miljoen Zuidafrikanen met het HIV-virus besmet zullen zijn. Juist de seksueel actiefste leeftijdsgroep, die doorgaans ook het belangrijkste is voor de economie, dreigt zware klappen op te lopen. De bestrijding van deze plaag zal handen vol geld vergen.

Ondanks de kolossale obstakels waarvoor Zuid-Afrika zich geplaatst ziet, heeft het land volgens Mallaby wel degelijk mogelijkheden om uit de huidige malaise omhoog te kruipen. Het aardige van Na Apartheid is dat het verhaal doorspekt is met vergelijkingen met andere Afrikaanse landen. Mallaby wijst erop dat de Zuidafrikanen in de jaren negentig niet meer dezelfde fouten hoeven te maken als veel andere Afrikaanse staten na hun onafhankelijkheid in de jaren zestig. Begin niet met al te ambitieuze projecten die door hun mislukken slechts tot moedeloosheid leiden, is volgens hem de voornaamste les.

Hoopgevend is dat het nieuwe Zuid-Afrika met duidelijke voordelen start. De infrastructuur is er oneindig veel beter dan in vrijwel alle andere Afrikaanse staten, de bevolking is er gemiddeld veel meer ontwikkeld, en er is aanzienlijk meer levensvatbare industrie dan elders. Tot zijn genoegen ziet Mallaby bovendien dat de gematigden in zowel het blanke als het zwarte kamp duidelijk de overhand hebben, waardoor samenwerking mogelijk blijft. Afgeschreven is Zuid-Afrika nog allerminst.