Middeleeuws midwinterfeest schudt Zwitsers wakker; De Wilde Man in Bazel

Nergens ter wereld lijkt zo'n contrast te bestaan tussen het natuurlijke landschap en het menselijk gemoed als in Zwitserland. Wonend in een omgeving die wordt gedomineerd door ijzingwekkende bergen, sneeuwstormen en lawines hebben de Zwitsers de naam de meest keurige en tamme ingezetenen van Europa te zijn. Op dit volk van bankiers, chocoladefabrikanten en koekenbakkers zou de tijd geen vat hebben en zouden natuurkrachten geen indruk maken.

Maar zijn de Zwitsers echt zo braaf? Niet tijdens de midwinterfeesten; dan dringt de Wilde Man de bewoonde wereld binnen om te dansen en mens en natuur uit hun winterslaap te verlossen.

Het is de Dag van de Griffioen. We staan 's ochtends op het terras van café Spitz, dat uitzicht geeft over de Rijn en de brug die de twee delen van de stad Bazel, Klein-Bazel en Groot-Bazel, met elkaar verbindt. Aan onze kant van de Rijnoever, die van Klein-Bazel, heerst grote opwinding. De scholen hebben vrij gekregen en het ziet zwart van de mensen. Het wachten is op de intocht van de Wilde Man of "Wild Maa', die op een vlot de Rijn komt afzakken.

Bij de steiger waar het vlot moet aanleggen staat een opmerkelijk ontvangstcomité opgesteld. Witgepruikte en goudgebiesde trommelaars met in hun midden twee fantastisch gekostumeerde heraldische figuren, de Leeuw of "Leu' en de Griffioen of "Vogel Gryff'. Vooral de Griffioen heeft een indrukwekkend masker. Zijn lange vogelhals torent boven alles uit.

Als eindelijk het vlot met de Wilde Man de bocht om komt beginnen Leeuw en Griffioen vreugdedansjes te maken om hem te verwelkomen. De Wilde Man op het vlot is ook druk in beweging. Hij maakt woeste sprongen en schermt met een ontworteld denneboompje, dat de hele dag zijn onafscheidelijk attribuut zal blijven. De Wilde Man roept trouwens helemaal het beeld op van tot leven gekomen vegetatie. In zijn vunzig groene hansop met om zijn hoofd en heupen een bladerkrans vol rode appels en met zijn angstaanjagende koperen masker, omkranst door woeste haren, is hij een ware wouddemon.

Wanneer het vlot aanmeert doopt de Wilde Man de wortels van zijn denneboompje in de Rijn en besproeit de toeschouwers met het rivierwater. Niettemin wordt hij onverschrokken besprongen zodra hij een voet aan wal zet. In een mum van tijd zijn al zijn appels "geplukt'. “Vandaag is alles vruchtbaarheid”, lacht een heer. Wie zo'n begeerde appel krijgt, kan binnen een jaar een kind verwachten en ook de douche van Rijnwater heeft een evidente symbolische betekenis van dezelfde strekking.

Dit vrolijke en zegenbrengende feest is overigens uitsluitend een aangelegenheid van Klein-Bazel, en weerspiegelt de onmin die al eeuwen lang tussen de twee stadsdelen bestaat. De Wilde Man is een passend antwoord op de "Lällenkönig' van Groot-Bazel, een in steen uitgebeiteld, spottend lachend koningshoofd, met een losse tong die mechanisch aangedreven op de slagen van de klok wordt uitgestoken naar de overzijde van de rivier, richting Klein-Bazel.

Nadat Griffioen, Leeuw en Wilde Man elkaar hebben begroet - de Wilde Man zorgt ervoor steeds zijn rug naar Groot-Bazel gekeerd te hebben - begint hun omgang door Klein-Bazel. Tot diep in de nacht trekken ze gedrieën de stad door in een karavaan van narren, trommelaars en fluiten.

De Griffioen, Leeuw en Wilde Man horen thuis in de wereld van de middeleeuwen. Ze komen veelvuldig voor als heraldische emblemen. In Klein-Bazel dragen ze de wapens van de drie gilde-genootschappen die een centrale rol speelden in het politieke en economische leven van de stad. Al in de vijftiende eeuw wordt het "oude gebruik' van gilde-optochten genoemd, waarin ook deze drie wapendragers figureren.

Maar ook nu is de rol van de gilden niet uitgespeeld in Bazel. Het hele feest wordt door hen georganiseerd (voor afwisselend 13, 20 en 27 januari) en gefinancierd. Voor de huizen van vooraanstaande gildeleden wordt steeds halt gehouden en de drie heraldische figuren maken er om beurten een dansje. Opvallend is hoe traditiegetrouw hun kostuums en maskers zijn gemaakt. Geen plastic, synthetische stoffen of andere innovaties: het zijn volmaakte kopieën van de voorbeelden uit de zeventiende eeuw die in het museum staan opgesteld.

Het feest draagt een ambigue karakter. Enerzijds een etalering van het prestige van de gilden, anderzijds een volksfeest met zeer oude, rurale en voor-Christelijke wortels. Dit laatste is vooral bewaard gebleven in de figuur van de Wilde Man, die een dubbelrol vervult als dienstbare wapendrager én als ongetemd creatuur van het bos. Als de personificatie van de groeikracht van de natuur trad hij op in de midwinter- en lente-feesten die vroeger in heel Europa werden gehouden. Soms werd hij gepaard aan "Koning Winter', in Zwitserland wel de "Mieschmann' genoemd. In feesten, die aanvankelijk een sterk sacrale betekenis hadden, werd de winter verjaagd en de lente welkom geheten.

In een zaaltje bovenin het Museum voor Volkskunde in Bazel staat nog zo'n oude Mieschmann opgesteld. Hij draagt een adembenemend kostuum van lege slakkehuizen: de schrale wintertijd kon niet beter worden verbeeld. Ook andere regionale varianten van de Wilde Man, met ruw gesneden houten maskers, vogelnesten en opgezette eekhoorns in het haar, werpen de bezoeker demonische blikken toe. Mijn reisgenoot, die in Bazel antropologie studeerde, vertelt hoe zijn hoogleraar de gewoonte had Afrikaanse gasten naar dit zaaltje mee te nemen. Steeds weer reageerden ze verbaasd en bijna opgelucht: wat in het eigen land als achterlijk was gaan gelden bleek in het moderne Europa iets om trots op te zijn.

In de loop van de geschiedenis raakten deze heidense midwinterfeesten steeds meer gekerstend en gefatsoeneerd. Ze worden getransformeerd tot kinderfeesten als Sint-Maarten, Sinterklaas en Driekoningen, versmelten met de kerstviering en het carnaval of, zoals in Bazel, met een gilde-optocht. Maar in Zwitserland ontdoet de Wilde Man zich eens per jaar van zijn stoffige museumstatus en danst hij door de straten. Een volk, dat zo vrijmoedig "het wilde' binnenhaalt, dat kan niet reddeloos saai zijn.