"Maatregelen nodig in Bosnië, geen schone beloften'

ZAGREB, 20 FEBR. “Als de lidstaten van de Verenigde Naties ons opzadelen met een opdracht, zonder voldoende middelen ter beschikking te stellen voor de uitvoering ervan, dan zullen we daar toch tenminste de aandacht op moeten vestigen”, zegt Peter Kessler, woordvoerder van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) in Zagreb. De secretaris-generaal van de VN kan het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen nu wel opdragen de opgeschorte transporten van hulpgoederen naar de bevolking in Bosnië-Herzegovina te hervatten, maar zonder medewerking van de oorlogspartijen daar heeft het allemaal niet zoveel zin. “We hebben nu concrete maatregelen nodig, en meer steun van de lidstaten”, aldus Kessler. “Geen schone beloften, daar hebben we stapels van”, zegt de woordvoerder en slaat met de vlakke hand op een welgevulde ordner.

De door de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, mevrouw Sadako Ogata, deze week tot ieders verrassing afgekondigde opschorting van het werk van het UNHCR in Bosnië-Herzegovina, lijkt een eerste vrucht te hebben afgeworpen. De Amerikaanse regering heeft in een démarche bij de Kroatische regering in Zagreb, deze ertoe aangespoord druk uit te oefenen op de HVO, het Kroatische leger, niet langer transporten van hulpgoederen te bemoeilijken. De activiteit van de HVO, die de moslims in Centraal-Bosnië vorige maand wilde isoleren om in de "Kroatische' gebieden de Bosnische militaire eenheden onder HVO-gezag te brengen, zorgde vorige maand tot een vermindering van de UNHCR-hulp tot 9000 ton, tegen nog 16.000 ton in december.

Verder zal in Sarajevo vandaag overleg plaatshebben over de bevoorrading van deze belegerde Bosnische hoofdstad. De eenzijdige stap van de moslim-autoriteiten daar, een hulp-boycot af te kondigen uit solidariteit met de belegerde plaatsen in Oost-Bosnië, zal daarbij ter sprake komen. Bij een eventuele hervatting van deze hulp, die in de stad wordt gedistribueerd door plaatselijke organisaties, zal nauwelijks enige vertraging optreden. In de opslagplaatsen van het UNHCR in Sarajevo, en de hangars van het vliegveld van Sarajevo liggen tweeduizend ton aan hulpgoederen klaar, genoeg om Sarajevo ongeveer tien dagen in leven te houden.

Gecompliceerder liggen de zaken in Oost-Bosnië, waar een kolonne hulpgoederen vandaag een nieuwe poging zou doen de steden Gorazde en Zepa te bereiken. Onder leiding van de Franse generaal Philippe Morillon, de commandant van de VN-troepen in Bosnië-Herzegovina, werd vannacht met man en macht geprobeerd een groot gat te dichten in de weg naar Gorahacekzde vanuit Rogatica, waar het konvooi eerst dagenlang was opgehouden door onwillige Servische milities. Die zien niet in waarom een moslim-enclave in het door hen gecontroleerde gebied moet worden bevoorraad met voedsel en medische hulpgoederen.

Morillon had de order van mevrouw Ogata, de hulpverlening te staken, naast zich neergelegd, daarbij gebruikmakend van het feit dat de chauffeurs in sommige konvooien militairen zijn, die onder zijn bevel vallen. Twee andere konvooien, waaronder die voor de nog nimmer door het UNHCR bevoorrade moslim-enclave Cerska, zijn echter naar hun basis teruggekeerd.

Alles wijst erop dat de opschorting van de hulp de laatste dagen weinig goed heeft gedaan aan de verhouding tussen het UNHCR en de VN-vredesmacht in Bosnië, UNPROFOR-2. “Als het UNHCR de transporten hervat, dan zijn we daar klaar voor. Tenslotte is de begeleiding van die transporten onze taak daar”, aldus UNPROFOR-woordvoerder Shannon Boyd in Zagreb, die op de hele zaak verder niet wil ingaan.

Op het UNPROFOR-hoofdkwartier in Zagreb weet men sinds gisteravond zeker dat men maandag, als het VN-mandaat in Kroatië eigenlijk is afgelopen, niet de koffers hoeft te pakken. De Veiligheidsraad heeft nu immers een laatste voorlopige verlenging van de UNPROFOR-aanwezigheid tot 31 maart besloten waarbij nog volstrekt onduidelijk is wat er na die datum zal gebeuren. Bovendien krijgt UNPROFOR in Kroatië, in navolging van UNPROFOR-2 in Bosnië-Herzegovina, nu ook het recht zich desnoods met de wapenen tegen bedreigingen te weer te stellen.

Niet te vroeg, menen Nederlandse militairen van het verbindingsbataljon in privé-gesprekken. Bij de recente uitbarsting van Servisch-Kroatische vijandelijkheden hebben sommigen in benarde omstandigheden verkeerd. “We wisten dat er een groepje Serviërs ons te grazen wilde nemen, en stonden met de kogelvrije vesten en de UZI's klaar om ons te verdedigen. Maar een Servische commandant heeft ze tot kalmte gebracht”.

En zo gaat de internationale bemoeienis met de Joegoslavische burgeroorlog verder, steeds stroever en moeizamer, naar het schijnt.