LIMBURG

De beide Limburgen inzet van staatkundige verwikkelingen tussen de Duitse Bond, Nederland en België na 1839 door Dr. G. J. B. Verbeet 75 blz., Bijnens (Stationsstr. 91, Lanaken België), f 35,-- geen ISBN

Het is 13 februari 1919. Het Luikse mannenkoor "La Legia' geeft in het Staargebouw in Maastricht een concert uit dankbaarheid voor de gastvrije opvang die Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog in Limburg hebben genoten. Maar sommige Maastrichtenaren zien er een politieke manifestatie in die, zeggen ze, de bedoeling heeft de Belgische gebiedsaanspraken op Limburg te onderstrepen. Het komt na het concert tot ernstige ongeregeldheden. De tram waarmee de Luikse zangers Maastricht willen verlaten, wordt bekogeld met modder en stenen. Het dagblad De Limburger Koerier, dat de anti-Belgische houding heeft aangewakkerd, publiceert met graagte een gedicht van een zekere J. H. Hendrickx: ""Limburg, ze willen een deel van je volk, Limburg ze loeren op een stuk van je grond. Stormklokken luidt! Mannen, loopt uit! Volk van Limburg wij durven er voor te vechten.'

De Maastrichtenaar dr. G. J. B. Verbeet heeft deze geschiedenis beschreven in een boekje dat gaat over het Belgische "annexionisme' tussen 1916 en 1919. De wortels van de kwestie liggen in 1839 toen Nederlands en Belgisch Limburg - tot 1794/1795 één in het prinsbisdom Luik - van elkaar werden gescheiden. Sindsdien maakte Nederlands Limburg onder het Huis van Oranje als hertogdom deel uit van de Duitse Bond. Belgisch Limburg viel toe aan het koninkrijk België. Volgens Verbeet was dat een kunstmatige scheiding omdat de inwoners van beide Limburgen veel met elkaar gemeen hadden en nog steeds hebben. ""De scheiding was de slechtste beslissing die voor beide Limburgen genomen had kunnen worden,' schrijft hij, ""Beter was geweest ze ongedeeld bij Nederland danwel bij het Koninkrijk België in te delen. Naar de wensen van de bevolking, die ongetwijfeld voor België geopteerd zou hebben, werd niet gevraagd. De staatslieden beslisten.'

Verbeets boek is interessant omdat het een episode in de Belgisch-Nederlandse geschiedenis beschrijft die tot nu toe tamelijk onderbelicht is geweest en wellicht de aanleiding was voor de nog altijd enigermate tweeslachtige houding in Limburg ten opzichte van "Holland'. Duidelijk blijkt dat het vooral Luikse industrie-elen waren die gedurende de negentiende eeuw interesse in Nederlands Limburg toonden, en dat vooruit vanuit het oogpunt van economische expansie. Zo werden onder meer in Maastricht de aardewerkfabrieken Société Céramique en in Eijsden de zinkwitindustrie met Luiks kapitaal gevestigd en namen Waalse kapitaalverschaffers deel in de Limburgse kolenindustrie.

Met die Belgische investeringen werd waarschijnlijk ook de kiem gelegd voor Limburgse sympathie voor de Belgische annexatiepogingen: door Holland zo geminacht werd zij als liefdespartner daardoor bevattelijker voor de avances van een ander. Van Holland, zo luidde de algemene opvatting, was niet veel te verwachten. ""Hollanders', had een vooraanstaande Limburger - de vermogende J. C. baron van Scherpenzeel-Heusch uit Baarlo gezegd - ""zijn uitgesproken handelaren, die als cou-ponknippers louter in hun eigen belangen geïnteresseerd zijn. Men moet daar in Limburg niets van verwachten'.

Niet geheel onterecht was dit oordeel. In 1892 constateerden Nederlandse Limburgers in de nota "Limburgsch verval' dat van de nationale rijksbegroting slechts 1/366ste deel in Limburg was besteed. De Nederlandse interesse voor de provincie werd pas gewekt toen in de Limburgse ondergrond steenkool bleek te zitten. Anderzijds vond België, toen het land nog tijdens de oorlog met Duitsland in geallieerd verband aanspraak ging maken op Nederlands Limburg - mogelijkerwijze in ruil voor Pruisisch Gelderland danwel Oost-Friesland - niet onaanzienlijke Limburgse notabelen op haar weg.

Op 1 Maart 1919, een psychologisch juist moment, bezocht de toenmalige koningin Wilhelmina Limburg. Het wereldvermaarde mannenkoor Maastrichter Staar zong : ""Wij willen Limburg houden.' De koningin was van oordeel dat Nederland trots kon zijn op de Limburgers. ""Na dit bezoek waren de kansen voor België in Nederlands Limburg eigenlijk verkeken', schrijft Verbeet, ""Limburgers werden Nederlanders, wat iets anders is dan Hollanders.'