KIO-affaire is net een schelmenroman; Spaanse regering in het nauw door opeenstapeling van schandalen rond Kuwait Investment Office

MADRID, 20 FEB. Net voor minister Solchaga vorige week verantwoording kwam afleggen in het parlement over de omvangrijkste faillissementsaanvraag uit de geschiedenis van Spanje, vond er een kleine diefstal plaats in het ministerie van economische zaken. Achttien computerbanden met alle informatie over de transacties van het Kuwait Investment Office (KIO) verdwenen uit de archieven. De bewindsman kon de Kamerleden meedelen dat hij aangifte van het misdrijf had gedaan en dat de politie geen sporen van inbraak had gevonden. Hij zei bovendien dat een kopie van de verdwenen informatie zich nog in een centrale computer bevond. De oppositie ontving de mededeling met hoongelach. De voormalige directeur van KIO in Spanje, die door zijn opdrachtgevers van fraude wordt beschuldigd, bood aan de gegevens opnieuw te leveren. In de tientallen met sluiting bedreigde bedrijven van het doodzieke KIO-imperium gingen de arbeiders intussen door met hun bezettingen, demonstraties, gijzelingen, protestmarsen en hongerstakingen.

Voor de zesendertigduizend personeelsleden van de Grupo Torras (zoals de houdstermaatschappij van KIO in Spanje heette) en de naar schatting zestigduizend man die in toeleveringsbedrijven van het lot van de groep afhankelijk zijn, is het een schrale troost dat de affaires van hun werkgever zich steeds verder ontwikkelen volgens het patroon van de klassieke Spaanse schelmenroman, waarin iedereen iedereen bedriegt en alle middelen geoorloofd zijn. Of, zo men wil, als een Arabisch sprookje, waarin de wonderlijkste dromen waarheid worden. Voor de werknemers telt vooral het harde gegeven dat KIO niet van plan is nog verder in hun bedrijven te investeren en dat de overheid zich niet geroepen voelt een reddingsoperatie te betalen. De eerste fabrieken zijn al gesloten.

De regering van Koeweit heeft tot twee keer toe geprobeerd een strafklacht toegelaten te krijgen tegen haar voormalige vertrouwenslieden in Spanje, maar de rechter oordeelde deze week ook in hoger beroep dat eventuele misstappen van de directie maar in de behandeling van de faillissementsaanvraag moeten worden meegenomen. De Koeweiti's zeggen zeker vier en mogelijk vijf miljard dollar aan hun operaties in Spanje te zijn kwijt geraakt. Zij menen dat Torras-topman Javier de la Rosa zich via speculatie, onoverzichtelijke verkoopoperaties tussen verschillende bedrijven binnen de holding en het uitbetalen van immense commissies aan zichzelf en zijn vrienden illegaal heeft verrijkt. Tot die vrienden behoorden behalve een groepje invloedrijke Catalaanse advocaten en zakenlieden, ook de directeur van het KIO-hoofdkwartier in Londen, Fouad K. Jaffar, en Mohamed Fahd al-Sabah, een lid van de koninklijke familie. In Koeweit is intussen beslag op de bezittingen van Jaffar en al-Sabah gelegd.

Terwijl de Spaanse regering dankzij de absolute meerderheid van de socialistische partij in het parlement vorige week het instellen van een onderzoekscommissie wist te voorkomen, beleefde Koeweit de absolute primeur van dit fenomeen. Na de Golfoorlog is de macht van de heersende familie niet meer zo ongelimiteerd als voorheen en deze week verscheen dan ook een op aandringen van de oppositie aangewezen clubje Koeweitse parlementariërs in Madrid om na te gaan waarom er zulke enorme verliezen zijn geleden, hoe De la Rosa en Jaffar ten minste een half miljard dollar op hun eigen rekeningen konden laten overboeken en waar de 700 miljoen zijn gebleven die volgens de accountants geheel spoorloos zijn.

De la Rosa beschouwt de aanval als de beste verdediging. Tegenover de Koeweiti's houdt hij vol dat al zijn transacties via brievenbusmaatschappijen in belastingparadijzen als Bermuda, Gibraltar, de Kanaaleilanden en Nederland (waar hij ondermeer gebruik maakt van de firma's Doferas Finance, Intermutual Trustees en Wienerwald BV) vooraf zijn goedgekeurd door de allerhoogste autoriteiten en daarbij wordt gesuggereerd dat ten minste een deel van het geld gebruikt is tijdens de Golfoorlog. In de Spaanse pers heeft De la Rosa laten uitlekken dat in elk geval een deel van de vermiste 700 miljoen verdeeld zou zijn onder politici van zo ongeveer alle belangrijke partijen en dat hij het zijn plicht als staatsburger zou achten om een lijst met namen van betrokken te publiceren, indien hem het vuur al te na aan de schenen wordt gelegd. De lijst zou intussen al aan het Koeweitse ministerie van justitie zijn overhandigd.

Minister Solchaga voelde zich intussen in het Huis van Afgevaardigden gedwongen te verklaren dat de Spaanse regering op haar beurt ook een strafzaak tegen KIO overweegt en wel wegens valsheid in geschrifte. De bestuurders maakten voor hun omvangrijke investeringen in Spanje sinds 1986 gebruik van de financieringsmaatschappijen Kokmeeuw en Koolmees, besloten vennootschappen gevestigd te Rotterdam. Het kabinet zou niet hebben geweten dat zich achter deze namen de regering van Koeweit verschool en er van uit zijn gegaan dat het ging om particuliere investeerders uit het emiraat. Solchaga kon moeilijk een andere verklaring geven, want de investeringen van KIO zijn nimmer behandeld in de ministerraad en dat is een voorwaarde die de Wet op de Buitenlandse Investeringen in het geval van aankopen door een buitenlandse mogendheid ondubbelzinnig stelt. De conservatieve oppositie, die bloed rook, kondigde onmiddellijk aan dat ook zij nu mogelijkheden ziet voor een strafproces en wel tegen de wetsovertreders Solchaga en Gonzalez. “Het verdwenen geld bevindt zich nog in Spanje”, verweerde de minister zich zwakjes. “Ik weet alleen niet waar.”

Ook de linkse oppositie en de vakbonden verwijten de overheid dat zij veel te weinig controle uitoefent op buitenlandse investeringen en in het geval van KIO's Grupo Torras zelfs kwistig met subsidies heeft gestrooid om de entree van de nieuwe eigenaren aantrekkelijk te maken. Alleen al het chemieconcern Ercros, op dit terrein het grootste van Spanje, ontving omgerekend zo'n tachtig miljoen gulden. De kunstmesttak van Ercros sloot in de afgelopen weken vijf van de veertien fabrieken en de getroffen arbeiders aarzelden geen moment om de schuld daarvoor bij de overheid te zoeken: in Cartagena staken ze vorige maand het regionale hoofdkwartier van de socialistische partij in brand.

De KIO-affaire zal dan ook zonder twijfel bij de verkiezingen van dit najaar een rol spelen en nog meer schade doen aan het al geteisterde imago van de regering-Gonzalez. De socialistische politici worden dagelijks door nieuwe incidenten en ontwikkelingen in het schelmenstuk herinnerd aan wat er misging tijdens de gouden jaren van de investerings-boom in Spanje. Voor de deuren van Solchaga's ministerie is de ene groep demonstranten nog niet uitgeschreeuwd, of de volgende meldt zich aan. Wil hij tijdens het weekeinde naar zijn landelijke geboortestreek Navarra ontsnappen, dan komt hij onvermijdelijk langs het monument dat KIO en De la Rosa hebben neergezet aan de kop van de grootste boulevard in het zakendistrict van de hoofdstad. "De poort van Europa' heten de twee half-afgebouwde kantoortorens die volgens een spectaculair ontwerp schuin over de weg steken en waaraan het werk is stilgelegd na het faillissement van de met Koeweits kapitaal opgerichte firma "Prima Onroerend Goed'.