Hinderlijke gebaartjes in goed bedoeld stuk over Belle van Zuylen

Voorstelling: Belle of Geen talent voor ondergeschiktheid door toneelgroep De Kern. Tekst en regie: Ineke ter Heege; spel: Ineke ter Heege, Rutger Weemhoff, Jan-Jaap Jansen. Gezien: 16/2 Bovenzaal Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 21/2, daarna elders t/m 27/4.

Terwijl de loeiende muziek van Frank Boeyen, Harry Sacksioni en Raymond van het Groenewoud doordringt tot buiten de muren van de grote zaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg, klinkt in de Bovenzaal van het gebouw beschaafd clavecimbelspel. We zijn terug in de achttiende eeuw op slot Zuylen, "een burcht van kuisheid en devotie' zoals Belle van Zuylen haar ouderlijk huis spottend noemt. Ze is inmiddels de twintig gepasseerd en nog steeds niet getrouwd. Alleen door zich op te sluiten in het huwelijk kan ze zich onttrekken aan het ouderlijk gezag en zich in vrijheid bewegen, schrijft ze aan Constant d'Hermenches, een als een Don Juan bekend staande libertijn aan wie zij al haar geheimen toevertrouwde.

Naast literair werk schreef Belle van Zuylen (1740-1805) in de loop der jaren honderden brieven aan uiteenlopende mensen, onder wie haar latere echtgenoot baron De Charrière. Dat regisseuse Ineke ter Heege die brieven aangreep om voor toneelgroep De Kern het stuk Belle of Geen talent voor ondergeschiktheid te schrijven is niet moeilijk te begrijpen. Uit de vaak indrukwekkend lange epistels rijst een duidelijk beeld op van een scherpzinnige, hartstochtelijke vrouw die zich niet wilde conformeren aan de heersende regels. "De dwang van de welvoeglijkheid' was voor haar ondraaglijk.

Ter Heege, die in de voorstelling ook de hoofdrol speelt, heeft in een reeks korte scènes het accent gelegd op de platonische maar broeierige relatie tussen Belle en d'Hermenches. De vijftien jaar durende correspondentie tussen die twee wordt in een lange flashback uit de doeken gedaan in de vorm van dialogen. Eigenlijk zijn het gesproken brieven want conform de werkelijkheid ontmoeten d'Hermenches (Rutger Weemhoff) en Belle elkaar op het toneel slechts zelden. De Charrière (Jan-Jaap Jansen) vermoedt dat zijn vrouw in gedachten meer bij d'Hermenches is dan bij hem en jaloers constateert hij dat zij hem buiten spel zetten.

De drie acteurs, van wie Jan-Jaap Jansen een paar dubbelrollen voor zijn rekening neemt, hebben mij slechts matig kunnen overtuigen: hun spel blijft te veel steken in goede bedoelingen en hinderlijke toneelgebaartjes. Tegelijkertijd gaat er een soort bekoring uit van de toewijding waarmee ze hun rollen spelen en van de zorg die aan de enscenering is besteed. Op de historiserende uitvoering met pruiken, kaarsen en ganzeveren is in feite niets aan te merken, zij het dat deze aanpak wel erg keurig is en daarom weinig verrassends te bieden heeft.