HET MOOISTE CARNAVAL TER WERELD

Het Carnaval van Trinidad. Voertuig in de speurtocht naar nationale identiteit door Peter van Koningsbruggen 285 blz., geïll., ISOR (Postbus 80140, 3508 TC Utrecht) 1992, f 24,- ISBN 90 5187 131 7

Een tweedaags seminar over carnaval onder voorzitterschap van de minister van cultuur zelf. Zoiets kan alleen maar in Nederland, dacht ik. De secretaris van de minister die het maken van een bandopname van de discussies verbiedt en een clubje veiligheidsfunctionarissen dat alle buitenlanders zonder pardon de zaal uitzet, waarna ze door de secretaris van de minister stiekem toch weer worden toegelaten. Dat kan in Nederland niet, wist ik, en het gebeurde dan ook in Trinidad.

Trinidad is het enige land ter wereld waar carnaval het nationale cultuurgoed bij uitstek is en ook de enige sociale gebeurtenis die een gevoel van nationale identiteit en trots oproept. Zoiets als Koninginnedag in Nederland, maar dan veel langer en veel grootser en vooral zonder veel concurrentie.

Vrouwen doen onderzoek naar vrouwen, zwarten naar zwarten, homo's naar homo's, zijn het nu ook feestgangers die onderzoek doen naar carnaval? Vorig jaar leek het daar even op, toen een carnavalsvierder uit Bergen op Zoom er in slaagde een reclamebrochure over het Bergense carnaval als proefschrift te vermommen. Dit jaar is er weer een carnavalsproefschrift, maar het is allemaal heel wat serieuzer aangepakt, zoals je mag verwachten van een Utrechtse cultureel antropoloog, die al bijna veertig was toen hij afreisde naar Trinidad om daar het carnaval te bestuderen.

Peter van Koningsbruggen is teruggekomen met Carnaval in Trinidad, een meeslepend geschreven verhaal over het carnaval zelf en de intrigerende historische, sociale, etnische, culturele en politieke achtergronden van dit feest der feesten. Weinig liefhebbers van carnaval zullen het hem kwalijk nemen dat hij helemaal niets zegt over de manier waarop hij het onderzoek heeft uitgevoerd en voor de meeste liefhebbers zal er zeker teveel theorie en beschouwing in de tekst zitten, maar daar staan weer heel veel liedteksten, smakelijke anekdotes en mooie, maar helaas matig afgedrukte foto's tegenover.

GOEDE TROUW

Meer dan welke andere wetenschapper ook geniet de antropoloog het voordeel van de twijfel, of beter gezegd, de veronderstelling van goede trouw. Wie weet er in Nederland nu wat van Trinidad en Tobago, een eilandenstaat voor de kust van Venezuela, ongeveer zo groot als Gelderland - niet groot dus, maar alle Nederlandse Antillen kunnen er bij elkaar toch zo'n vijf keer in. De bevolking van ruim 1 miljoen bestaat in hoofdzaak uit Creolen en Indiërs (de schrijver V. S. Naipaul is een van hen) en leeft vooral in en om de hoofdstad Port of Spain, volgens Van Koningsbruggen een stad waarbij vergeleken Paramaribo een "stiltecentrum' is.

Tijdens het carnaval bereikt het lawaai orkaansterkte en staan overal op straat torenhoge geluidsinstallaties opgesteld. Toch weer Nederland op Koninginnedag dus en niemand weet de toestand beter samen te vatten dan de altijd nurkse Naipaul: ""Port of Spain is the noisiest city in the world. Yet it is forbidden to talk.'

Trinidad is een raar eiland. Al heel vroeg Spaans bezit bleef het bijna onbewoond tot het einde van de achttiende eeuw, toen er zich nogal wat Franse planters met hun slaven vestigden. In de loop van de negentiende eeuw kwam Trinidad onder Brits bestuur en werden - net als later in Suriname - grote aantallen contract(land)arbeiders in India aangeworven. Sinds de onafhankelijkheid bestaat Trinidad uit een zeer gemengde bevolking met een bovenlaag van vooral blanke en lichtgekleurde nakomelingen van de oorspronkelijke Europese immigranten, een middenklasse van vooral kleurlingen en zwarten, en een lagere klasse van hoofdzakelijk zwarten en in mindere mate kleurlingen.

Carnaval kwam met de Franse planters mee en werd geleidelijk ook een feest van de (bevrijde) slaven, die er hun eigen feesten als het ware invoegden. De Engelsen hadden niet veel op met carnaval, vreesden ook de kans op rebellie onder de door drank en dans verhitte massa's, en de Indiërs hadden hun eigen carnaval - het Hosein festival - dat veel later in het jaar plaatsvond. Nog altijd is het echte carnaval een feest waar de Indiase gemeenschap van Trinidad maar marginaal bij betrokken is, ook al beleven ook zij het grote carnaval van Port of Spain als een nationale manifestatie van grote allure en zijn zij er net zo goed trots op.

Dit is een van de vele paradoxen, dilemma's en tegenstellingen die volgens Van Koningsbruggen zo typisch zijn voor de Trinidese samenleving en tijdens het carnavalsfeest zowel tot uitdrukking komen als tijdelijk worden opgeheven. In een nog relatief jonge samenleving, bestaande uit veel, onderling zeer verschillende groepen met ook zeer uiteenlopende economische belangen, is niet alleen nauwelijks sprake van een nationale identiteit, maar is ook de ontwikkeling daarvan zeer moeilijk.

Carnaval is in Trinidad een van de weinige sociale instituties die een gevoel van gemeenschap, van onderlinge binding weten op te roepen en bovendien ruimte laten voor politieke satire, spot en omkering van sociale rollen en verhoudingen. Het is uitlaatklep en bindmiddel tegelijk.

COMPETITIE

Carnaval is niet alleen feest in de vier of vijf dagen voor Aswoensdag. Maanden en weken van tevoren is men al aan het werk en meer nog dan in Europa heeft veel van de voorbereidingen het karakter van een competitie. De calypsozangers strijden om de gunst van het publiek voor de beste en meest aansprekende carnavalsliederen (die veel meer dan hier nog een politieke of actuele lading hebben), de steelbands - orkesten van tegen de honderd man - zijn verwikkeld in voorrondes voor de nationale finale op de zaterdag voor carnaval, en de maskeradegroepen - de carnavalsverenigingen van Trinidad - bereiden zich voor op hun spectaculaire optreden op de zondag vóór carnaval.

Het straatcarnaval speelt zich af op maandag (Jouvert Morning) en dinsdag (Mardi Gras) en na de grote optocht van de maskeradebands en de muziekwagens is er dan nog een laatste groots volksfeest dat uiteraard eindigt als Aswoensdag begint.

De opzet van het feest in Trinidad is niet eens zo veel anders als in Nederland en net zoals hier heeft carnaval zich pas geleidelijk ontwikkeld tot zijn huidige vorm. Geweld en obsceniteit zijn in de loop van deze eeuw door ten dele strenge overheidsmaatregelen geleidelijk teruggedrongen. De steelband is zelfs ontstaan in reactie op een officieel verbod de opzwepende Afrikaanse trom nog langer te gebruiken.

Meer en meer zijn ook de middenklassen en zelfs de hogere klassen zich met het carnaval gaan bemoeien. De vitaliteit en de inhoud van het carnaval komen onveranderlijk nog voort uit de lagere sociale klassen, maar organisatorisch heeft de middenklasse er nu stevig greep op gekregen. In toenemende mate wordt het carnaval ook Amerikaanser van stijl, de glitter, de glamour en de show nemen toe, de kosten worden hoger en de commerciële exploitatie steeds dringender. Het carnaval van Trinidad is nog steeds geen toeristencarnaval, maar dat zal niet lang meer duren.

REPUTATIE

Hoewel Van Koningsbruggen wel erg veel van de ontwikkeling en de problemen van Trinidad in verband brengt met de groeiende betekenis van carnaval, is hij heel trefzeker in het aangeven van de verscheurdheid van de middenklasse tussen het verlangen naaar "respectabiliteit' naar Westers model aan de ene kant en de verlokking van "reputatie' naar Caribisch of Afrikaans model aan de andere kant. Het is een tegenstelling die de hele Westindische cultuur kenmerkt, de tegenstelling tussen man en vrouw, tussen informele groep en formele structuur, tussen eigen en "koloniale' waarden, tussen seksuele vrijheid en ingetogenheid, tussen actie en orde, tussen huis en straat, tussen zwart en blank.

Carnaval is natuurlijk bij uitstek een zaak van "reputatie', maar is tegelijkertijd omgeven door een kader van respectabiliteit (tot miss- verkiezingen toe). Het feest is het forum waarin de discussie over nationale tegenstellingen en politieke problemen op een redelijk veilige en nadrukkelijk geestige manier kan plaatsvinden. Bovendien is het bij uitstek het podium voor het vertoon van nationale trots en grootheid van het ""mooiste volk ter wereld'. Dat daarmee vooral de lichtgekleurde blanken of de bijna blanke kleurlingen worden bedoeld, blijft dan verder onbesproken. Van de carnavaleske pracht en de praal geniet iedereen evenzeer als van de muziek, de dans en de drank, die het feest zijn onstuimige karakter geven.

Ik vrees dat Van Koningsbruggen het carnaval van Trinidad wel een wat al te zware symbolische en rituele lading geeft. Het is voor hem de metafoor van het zoeken naar eenheid in een zeer heterogene bevolking geworden. De wat verhevener carnavalsvierders hier hebben ook wel eens de neiging aan carnaval een diepere betekenis toe te kennen. Daarbij wordt dan vooral naar vroeger gewezen en vergeten dat dit vroeger voor de meeste carnavalsvierders helemaal niet bestaat.

In ons land is carnaval voor een belangrijk deel een "invented tradition'. Van Koningsbruggen laat het carnaval van Trinidad zien als een "tradition of inventions', het carnaval verandert zelf en verandert minstens ten dele mee met de veranderingen die zich in de samenleving voordoen. Dat de verbinding zo direct ligt als Van Koningsbruggen suggereert, betwijfel ik en zal de duizend deelnemers en de tienduizenden toeschouwers vandaag in de "National Panorama Finals' van de steelbands in Port of Spain ongetwijfeld een zorg zijn. Er moet gespeeld, gedanst en gezongen worden: ""It is forbidden to talk.'