GEK

Meneer en mevrouw zijn gek door Yvonne Keuls 266 blz., Ambo 1992, f 30,- ISBN 90 263 11 95 8

Als er één film is die de beeldvorming van de psychiatrie in onze tijd definitief lijkt te hebben bepaald, dan is dat "One flew over the cuckoo's nest' met in de hoofdrol Jack Nicholson die zich als psychiatrisch patiënt laat opnemen en zich steeds meer ontpopt als een onruststoker die het hele systeem op zijn kop zet. Een systeem waaraan hij trouwens uiteindelijk ten ondergaat. De elektroshockbehandeling die hij moet ondergaan wegens recalcitrant gedrag gaf de kijker het gevoel dat hier iets onoirbaars gebeurde.

Voor het schrijven van Meneer en mevrouw zijn gek bracht Yvonne Keuls een jaar lang temidden van patiënten in diverse psychiatrische ziekenhuizen door, met als domicilie Psychiatrisch Centrum Bloemendaal. Keuls produceerde een meeslepend verhaal over wat daar zoal omgaat, maar trapt helaas soms wat al te gemakkelijk in de val van het cliché. Zo doet het gekostumeerde bal aan het eind van het boek erg veel denken aan de befaamde boottocht in bovengenoemde film.

Ook het titelverhaal is niet echt origineel, maar is te geestig om onvermeld te blijven. In de huiskamer van paviljoen Statenkwartier, staat op zekere dag een man met gedempte stem in een microfoontje te praten: ""Kast honderdvijfenzeventig. Nog een kast driehonderd. Kleurentelevisietoestel vijfhonderd. Tafel en tien stoelen vierhonderd.' Naast hem staat een uitdagend gekleed meisje voortdurend in een map te rommelen. Af en toe zet ze een streepje of een kringetje als de man even zijn hand oplicht. Twee bewoners komen er wat verbaasd bij staan. ""Wij mankeren natuurlijk ook wel wat. Maar déze zijn écht gestoord', zo staat op hun gezichten te lezen. Op vragen blijft het tweetal, die van de brandverzekering blijken te zijn, Oostindisch doof. Eén van de patiënten zegt dan wat ze allen denken: ""Meneer en mevrouw zijn gek.'

Ernstiger dan de clichés vind ik het feit dat in dit boek de innerlijke drama's, de verstilling en verwoesting van de levens van sommige psychiatrische patiënten veel te weinig worden belicht. Daarentegen wordt het gedrag van lastpakken zó levensecht beschreven, dat je als lezer elke inrichting het liefst zou willen mijden. Neem die verschrikkelijke Ida Been die in een rolstoel zit en met een stuurse kop door het leven gaat. Er is geen land met haar te bezeilen. Ze weigert de verplichte eigen bijdrage te betalen zodat zelfs haar broer èn de administratie van het ziekenhuis met hun handen in het haar zitten.

Toch krijgen de meeste hoofdrolspelers op den duur iets sympathieks, zoals de gedreven wielrenner die in menig hoofdstuk opdoemt en die uiteindelijk belandt in een isoleercel waar hij bespied wordt door het alziend oog van de camera.

Soms vroeg ik me af of Keuls wel goed weergaf wat een enkele psychiater haar over de gang van zaken had verteld. Zo wekt ze de indruk dat het gebruikelijk is in de psychiatrie om een patiënt die dood wil en bij wie geen verbetering meer valt te verwachten, over te plaatsen naar een afdeling waar minder bescherming is, zodat de patiënt ""zijn gang kan gaan'. ""Met die overplaatsing erken je tegelijkertijd iemands recht om over zijn eigen leven te beschikken. Dit betekent dat je vanzelf in een situatie glijdt waarbij je je neerlegt bij het onvermijdelijke van sucide', laat ze een psychiater zeggen. Als deze weergave juist is, dan lijkt me dit een bedenkelijke visie: zelfmoord plegen oké, maar doet u het alstublieft niet hier.

Op één punt is het boek inmiddels achterhaald. Zo wordt de houding van de Hoofdinspectie voor Geestelijke Volksgezondheid en van Justitie inzake euthanasie en hulp bij sucide in het boek nog hypocriet genoemd. De richtlijnen voor melding hierbij waren namelijk alleen van toepassing op lichamelijk zieken en niet op psychiatrische patiënten, zo liet de Hoofdinspectie de Nederlandse artsen nog geen twee jaar geleden weten. Daarin is zeer onlangs verandering gekomen op grond van het oordeel dat een werkgroep van de inspectie over dit onderwerp kenbaar maakte. Bij psychiatrische patiënten is hulp bij suïcide, zij het in uitzonderlijke gevallen, volgens de inspectie niet langer uitgesloten. Net als bij lichamelijk zieken geld in deze gevallen dus ook dezelfde meldingsprocedure.