Fokker negeerde vluchtweg naar de Chinese vliegtuigbouw; Peking lokt Westerse vliegtuigbouwers met groeiende markt en lage lonen

ROTTERDAM, 20 FEBR. Een aanzoek van een Chinese vliegtuigbouwer aan de Nederlandse collega Fokker lijkt op het eerste gezicht op de belangstelling van de Indiase en Zuidafrikaanse truckbouwers voor de bijna failliete vrachtwagenfabriek Daf: een luchtige voetnoot in de tragische geschiedenis van de teloorgang van de Nederlandse industrie. Het deze week bekend geworden bezoek dat de Chinezen vorig jaar brachten aan het ministerie van economische zaken om de belangstelling voor Fokker te melden, wordt in de wereld van de luchtvaart en vliegtuigbouw echter uiterst serieus genomen.

De Britse vliegtuigbouwer British Aerospace (BAe) - bijvoorbeeld - zit nu aan tafel met de Chinezen, die eerder met Fokker in zee wilden. De Britten hopen in het Verre Oosten te ontsnappen aan de wurggreep van de Europese vliegtuigmarkt. Niet alleen drukken door de overheid gesteunde bouwers als het Duitse Deutsche Aerospace (Dasa) en het Franse Aerospatiale gezamenlijk ongesubsidieerde bouwers zoals Fokker en BAe over de rand, ook zijn de markten in Europa en de VS door de kopersstaking bij de tobbende vliegtuigmaatschappijen zeer moeilijk.

De economische groei in China daarentegen is op het moment zo groot, dat menige fabrikant in het Westen weer de aloude rekensom van een-miljard-Chinezen-maal-mijn-produkt beginnen te maken. Jaarlijks groeit het bruto nationaal produkt in China 11 procent met als uitschieters de kustprovincies met een groei van twintig procent. Die groei krijgt naar alle waarschijnlijkheid binnen enkele jaren een nieuwe impuls als de munt yuan inwisselbaar wordt tegen Westerse valuta.

Het ligt voor de hand dat in een land waar een provincie alleen al de omvang heeft van een Europees land, de luchtvaart fors zal meegroeien. “China is een groeimarkt. Om die reden is een project in dat land een reële optie”, zegt analist R. Chaillet van CLN Oyens en Van Eeghen. De Nationale Investeringsbank (NIB) rekent erop in toenemende mate vliegtuigen in onder meer China te financieren. “Duidelijk is dat de kansen van de luchtvaart in het Verre Oosten liggen. We hebben net een Boeing 747 mede-gefinancierd voor Air China Airlines en iets langer geleden een zelfde toestel voor Korean Airlines.”

Alleen al in het kustgebied zijn voor de regionale vluchten zo'n 100 middelgrote (100 plaatsen) vliegtuigen nodig, terwijl voor de kortere afstanden nog niet eens schattingen zijn gemaakt. De regeringen van de provincies die nu in plaats van Peking het voortouw hebben bij de economische ontwikkeling, werken dan ook nauwgezet aan de opbouw van een van een vliegtuigindustrie. De vliegtuigfabriek NAMC in Nanchang schrijft in een brochure “voortdurend bezig te zijn met het openen van nieuwe terreinen met hoogontwikkelde vliegtuig-industriële technologie”. De fabriek in Nanchang is een van de vier grote vliegtuigfabrieken in China, die min of meer met elkaar zijn verbonden: de andere staan in Xian, Shanghai en Harbin.

De Chinezen hebben op dit moment als grote aantrekkingskracht dat zij betrekkelijk goedkoop kunnen produceren. “Het loonpeil is laag genoeg om daar tegen redelijke prijzen te kunnen assembleren”, zegt Chaillet. China claimt onderdelen te kunnen maken tegen prijzen die minder dan de helft zijn van de kostprijs die Dasa-dochter MBB rekent aan Fokker voor de bouw van de rompen van de F100.

Bij een bezoek van Fokker-directeur E. van Assem aan China, vorig jaar december, liet deze zich ontvallen dat de Chinezen voorlopig niet meer kunnen dan onderhoud. Dat de Chinese industrie echter al verder is, bewijst de joint venture met het Amerikaanse McDonnel Douglas, die de 140-zitter MD 82 assembleert volgens internationaal erkende normen. “Die FJ-licence betekent dat de kwaliteit aanwezig is”, zegt de NIB.

Dasa, dat op het punt staat Fokker over te nemen, is duidelijk wel overtuigd van de technische kwaliteiten van de Chinezen. In januari van dit jaar bezocht een vertegenwoordiging van Dasa de provincie Jianxi, melden bronnen in China. Dasa wilde voor het geval de overname doorging eens kijken of de assemblage van de Fokker 100 niet in China kon worden gedaan in plaats van in Nederland. De Chinezen weigerden daarover te praten, omdat zij een 51 procentsbelang in Fokker te weinig vinden om Dasa een echte eigenaar te kunnen noemen. Bovendien wrijven de Chinezen de Duitsers de mislukking aan van het gezamenlijke project voor de ontwikkeling van de 75-zitter MP75 enkele jaren geleden.

China houdt echter belangstelling om door middel van een joint venture dan wel fusie met een Westerse onderneming hoogwaardige technologie binnen te halen. “Rompen en vleugels kunnen zij mogelijk maken, maar de elektronika van een cockpit zie ik daar op dit moment nog niet vervaardigd worden”, is de verklaring van de NIB. De Chinezen hebben daarbij in principe de voorkeur voor een betrekkelijk klein en neutraal land zoals Nederland. Frankrijk (Aerospatiale) schoffeert de autoriteiten met de te openlijke leveranties van oorlogsvliegtuigen aan Taiwan, terwijl de confrontatie-politiek van Hong Kong-gouverneur C. Patten China niet al te mild stemt tegenover Groot-Brittannie (British Aerospace).

Tegen deze achtergrond toonden NAMC in Nanchang en SAMF in Shanghai vorig jaar belangstelling voor samenwerking met Fokker. “We zijn zeer genteresseerd om de Nederlandse vliegtuigbouwer (Fokker) uit te nodigen om gezamenlijk een turbo/jet vliegtuigen voor de plaatselijke, regionale en internationale markt te ontwikkelen en te produceren. De gezamenlijk produktie moet worden vastgelegd in ene wettelijke vennootschappelijke constructie, waarover beide partijen het eens moeten worden”, schreef topman He Fukang vorig jaar september. De Chinese gretigheid bleek ook uit de vlotte - noodzakelijke -toestemming van de Industrie voor Nationale Defensie in de provincie Jianxi, waarvan Nanchang de hoofdstad is.

De bedoeling was om de vleugels en rompen van de F100, die nu bij respectievelijk Shorts (Bombardier) en MBB (Dasa) worden gemaakt, te produceren in Nanchang onder de paraplu van een joint venture. In een later stadium zouden F100-toestellen in China worden geassembleerd voor de Chinese markt. Op nog langere termijn zouden ook gezamenlijk de nieuwe toestellen F70 en F130 kunnen worden gebouwd na een eventuele fusie.

De financiering van een dergelijk project is volgens deskundigen geen probleem. China kent de zogeheten Exim-banken, een samensmelting van een gewone bank en een soort Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij. Internationale banken stoppen geld in het nieuw te vormen bedrijf, afgedekt met Chinese staatsgaranties. De NIB daarover: “Geld lijkt er genoeg te zijn”. Borg daarvoor staan de al geruime tijd aanwezige Hong Kong-banken en de Taiwanezen, die de grootste investeerders in China zijn.

Hoewel China alleen al een aardige afzetmarkt is voor bijvoorbeeld de F100-toestellen die nu onverkocht op Woensdrecht staan, heeft de Nederlandse overheid zijn beurt voorbij laten gaan. Een brief namens de Chinezen aan premier R. Lubbers en minister J. Andriessen (economische zaken) van 24 oktober werd nooit beantwoord. Economische Zaken: “Er is hier ook een bemiddelaar geweest, maar die hebben we verwezen naar Fokker zelf.” De Chinezen weigeren Fokker rechtstreeks te benaderen, als niet eerst een gesprek met de regering heeft plaatsgevonden.

BAe heeft de voor Fokker bestemde plaats aan de onderhandelingstafel ingenomen: in een brief van 24 november liet de directie van BAe de Chinezen weten veel interesse te hebben in samenwerking. Op dit moment spreken de partijen over een versmelting voor de kleinere JT-toestellen, twintig tot zestig zitplaatsen, die onder de vooroorlogse type-naam Avro de lucht in zullen gaan. Gesproken wordt ook over een eventuele deelname van Taiwan Aerospace als derde partij, waarvoor de Chinese autoriteiten al toestemming hebben gegeven.

Taiwan Aerospace is al een partner van BAe in het segment van de middelkleine RJ-vliegtuigen, 70 tot 115 stoelen, en heeft in de joint venture 140 miljoen pond gestopt in ruil voor de technologische kennis. Zo is BAe bezig om twee problematische produktsegmenten veilig te stellen in het Verre Oosten. Met de forse order uit Midden Oosten voor de defensie-poot lijkt BAe buiten Europa zijn financiële tekorten aardig onder controle te krijgen.

Voor Fokker is de deur niet helemaal in het slot gevallen. Mocht de overname door Dasa toch niet doorgaan, dan blijft de Nederlandse vliegtuigbouwer welkom. De eerste maanden van de onderhandelingen met de Chinezen zal de Nederlandse overheid Fokker in leven moeten houden, want dan heeft China natuurlijk niet zo veel haast meer met het neertellen van geld.