FLEXIBEL FUNDAMENTALISME

De bastaarden van de profeet. De gevaren van het islamitisch fundamentalisme door Raschid Mimouni 141 blz., Thoth 1992, vert. L. Berends en J. Wesselius (De la barbarie en général et de l'intégrisme en particulier 1992), f 26,50 ISBN 90 8680 54 4

De verkiezingsoverwinning van het Islamitisch Reddingsfront (FIS) in Algerije in 1991 plaatste democraten voor een dilemma: moest een democratische verkiezingsuitslag ook gerespecteerd worden wanneer daardoor fundamentalisten aan de macht kwamen? De Algerijnse econoom en romanschrijver Raschid Mimouni heeft niet zoveel moeite met deze vraag. Er is niets mis met democratie, vindt hij, maar Algerije is er voorlopig nog niet rijp voor, dat blijkt wel uit de verkiezingsuitslag.

Het boek waarin hij dit betoogt werd verleden jaar in Frankrijk bekroond met de Prix Albert Camus en verscheen onlangs in Nederlandse vertaling als De Bastaarden van de Profeet. Een westers publiek wordt hier toegesproken door een verwesterde Algerijnse intellectueel die ziet hoe het tij in zijn land zich tegen hem keert. Wij leren hoe de Algerijnse maatschappij verscheurd raakte in een Franstalige elite en een van de macht uitgesloten Arabischtalige massa. Hoe de leiders door een inefficiënte moderniseringspolitiek het land in een crisis stortten van armoede en vervreemding en zo hun geloofwaardigheid verspeelden. Hoe de Algerijnse intellectuelen steeds verstek lieten gaan en hoe de Algerijnse massa's zich uiteindelijk gingen verzetten met een ideologie van eigen maaksel.

Voor een Europeaan is het moeilijk zich dat voor te stellen, legt Mimouni vol begrip uit, maar de Arabische wereld is vervallen tot een magische, irrationele denkwijze. Ziekten worden niet meer verklaard uit slecht functionerende organen maar uit ""kwade sappen'' die door medicijnmannen bezworen moeten worden. De islam wordt zo opgevat als een toverformule ter bezwering van de huidige crisis: omdat de verspreiding van de islam ooit tot het hoogtepunt van de Arabische beschaving leidde, zou een letterlijke navolging van die tijd dus weer een periode van voorspoed brengen.

De Algerijnse fundamentalisten worden gedreven, schrijft Mimouni, door afgunst en een behoefte aan revanche. Volgens hem willen Algerijnse jongeren graag deelnemen aan de moderne westerse cultuur maar omdat ze ervan worden uitgesloten, geven ze van de weeromstuit daar op af. ""Dat veel van deze arme drommels uiteindelijk in de moskee terechtkomen, is niet omdat ze het geloof hervonden hebben maar omdat ze genieten van de opruiende taal der fundamentalisten.''

MET VOETEN GETREDEN

Mimouni betoogt dat de letterlijke navolging van de Shari'a (islamitische wet) wel moet leiden tot een totalitair bewind waarin vrouwen zullen worden onderdrukt, mensenrechten met voeten worden getreden en intellectuelen en kunstenaars tot de eerste slachtoffers zullen behoren. Als klap op de vuurpijl tracteert hij ons op een spectaculaire dominotheorie. Een fundamentalistisch Algerije zou tot een fundamentalistische omslag in heel Noord-Afrika en uiteindelijk tot de hereniging van het oude islamitische rijk kunnen leiden. Speciale aandacht krijgt de nog nauwelijks door het Westen opgemerkte ""rijzende ster van een radicaal en turbulent fundamentalisme'', de Soedanese leider Hasan al-Turabi, die in dit verband ""nog van zich zal doen spreken''. Een dergelijke islamitische hereniging vormt, zegt Mimouni, een grote bedreiging voor Europa. Saddam Hussein zou zich erbij aansluiten, men zou ""al gauw de beschikking hebben over atoombommen'' en door middel van de migrantengemeenschappen zou Europa genfiltreerd worden ""met terroristische netwerken''.

In literair opzicht, dat mag niet onvermeld blijven, is Mimouni's essay de moeite waard. Het is mooi eenvoudig geschreven en vol geestige anekdotes die de frustraties en de verscheurdheid van de Algerijnse samenleving inzichtelijk maken. Maar wat Mimouni wil, blijft onduidelijk. Hij is tegen fundamentalisten maar erkent dat je er niet omheen kan. Als enige uitweg ziet hij een compromis met een gematigd fundamentalisme, maar daarin blijkt hij vervolgens zelf niet te geloven. Het is aan de lezer om vast te stellen dat er slechts twee scenario's overblijven: een burgeroorlog in Algerije of een totalitair fundamentalistisch bewind dat uiteindelijk zal voorgaan in een confrontatie tussen Europa en de islamitische wereld.

CULTURELE ERFENIS

Is dat fundamentalisme nou echt zo gevaarlijk als Mimouni ons wil doen geloven? In Europa hebben discussies rond falende ontwikkelingshulp velen tot de overtuiging gebracht dat moderniseringsprojecten alleen kans van slagen hebben als ze aansluiting zoeken bij de culturele tradities van de mensen voor wie ze bestemd zijn. Door erop te staan dat de eigen culturele erfenis als vertrekpunt wordt genomen voor ontwikkeling doen de fundamentalisten in feite weinig anders dan het in de praktijk brengen van dit inzicht. Dat betekent echter niet dat zij die cultuur opvatten als een onveranderlijk gegeven.

Ten onrechte vereenzelvigt Mimouni de fundamentalistische ideologie met de eis tot een letterlijke navolging van de shari'a, of van de levenswijze uit de tijd van de profeet. De fundamentalistische beweging herbergt echter een grote verscheidenheid aan opvattingen. Een belangrijke trend in die beweging kenmerkt zich juist door een uitdrukkelijk verzet tegen letterlijke navolging van wat dan ook en door de eis van een herinterpretatie van de traditie in het licht van de huidige situatie.

Op die manier wordt het mogelijk de islam te verzoenen met moderne opvattingen over democratie en mensenrechten. Dr. Hassan al-Turabi, door Mimouni ten tonele gevoerd als fundamentalist par excellence, houdt er dergelijke flexibele islam-opvattingen op na. Dat deze op het moment niet in de praktijk worden gebracht in Soedan, rechtvaardigt hij met een argument dat Mimouni bekend in de oren moet klinken: Soedan is er nog niet rijp voor.