Een vorst in verwarring; De kracht van de kraton

Het valt niet mee om koning te zijn in een republiek. Vorst Paku Buwono XII van Surakarta, nazaat van Javaanse koningen, regeert alleen nog over zijn paleis in Solo en ook aan die heerschappij wordt geknaagd. Van de schamele subsidie uit Jakarta kan hij zijn hof niet onderhouden. In zijn financiële nood vatte de vorst het plan op om een deel van de kraton, het in Javaanse ogen heilige paleiscomplex, beschikbaar te stellen voor de bouw van een luxe hotel, met als belangrijkste geldschieter een zoon van president Soeharto. Dit reddingsplan stuitte op fel verzet van een nog in het paleis wonende koningsdochter, prinses Koes Moertiyah. Zij dreigde in hongerstaking te zullen gaan als het prinsessenverblijf tot hotel zou worden gedegradeerd, zo schreef Dirk Vlasblom hier op 24 oktober vorig jaar.

De "kraton-affaire' heeft inmiddels een staartje gekregen. Onlangs kreeg de rebelse dochter steun van hogerhand: de gouverneur van Midden-Java vindt het hotelplan strijdig met de Monumentenwet. De prinses achtte de tijd rijp om het conflict bij te leggen, waarop de koning belet vroeg bij president Soeharto. Zo werd de zaak op zijn Javaans geschikt: vorst en president zien stilzwijgend af van het hotel en om beide heren gezichtsverlies te besparen, eist de prinses haar overwinning niet op. Toch is Paku Buwono XII verbitterd. Ontmoeting met een aangeslagen vorst en vader.

De koninklijke garde staat blootsvoets aangetreden in de tuin van het paleis en presenteert de blanke sabel. De genodigden verschijnen in de hofdracht van Surakarta (Solo); de heren in zwarte jasjes en bruine kain, op de rug een kris, gevat in een geborduurde ceintuur. Hun fraai gekapte gades maken kleine trippelpasjes, de voeten gevangen in strak gewikkelde batik.

Hovelingen begroeten ons met samengevouwen handen en wijzen de weg naar de Sasana Sewaka (Hoog-Javaans voor "plaats waar men zijn opwachting maakt'), het overdekte paviljoen voor de ingang van de koninklijke vertrekken, waar de dans zal worden opgevoerd. We nemen plaats op antieke stoeltjes aan de noordzijde. Het is dinsdag 26 januari 1993, maar de Javaanse kalender vermeldt Selasa Kliwon, 2 Ruwah 1925. Vandaag viert Sri Susuhunan Paku Buwuno XII, vorst van Surakarta, de 49ste verjaardag van zijn troonsbestijging.

Het is twaalf uur precies. Boven de kraton trekken de regenwolken weg en breekt de zon door. Terwijl de gamelan nauwelijks hoorbaar speelt, komt de vorst naar buiten en neemt plaats op de gouden troon die staat opgesteld in de Sasana Sewaka. Hij is in koninklijk ornaat: een blauwe takwo (kort jasje met overslaande borststukken), een hoge fez en een witte gebatikte kain met koraalmotief.

Dan komen de broers en de vijftien zonen van Paku Buwono XII op door het gangpad tussen de genodigden. Zodra hun blote voeten de marmeren vloer raken, gaan zij in de hurkhouding; kruipend zoeken de prinsen een plaatsje naast de troon. Ten slotte trekken de sentana dalem, Solonezen die ooit door de vorst in de adelstand zijn verheven, in processie naar het paviljoen. In het aangezicht van de susuhunan gaan de "vazallen' met gevouwen handen op de knieën om vervolgens kruiselings plaats te nemen op de vloer.

Om half een zwelt de koorzang aan. Op de tonen van de gamelan schrijden negen danseressen langs de troon naar voren. Ze zijn zwaar opgemaakt en gekleed in goud en groen, de kleur van Dewi Loro Kidul, de door Javanen vereerde Godin van de Zuidzee. Bijna twee uur lang dansen zij, in een gewijde atmosfeer van wierook en bloemengeur, de Bedhaya Ketawang. Deze sacrale dans symboliseert de liefdesband tussen Dewi Loro Kidul en Senopati, de stamvader van de Javaanse vorsten, en wordt alleen opgevoerd tijdens het jaarlijkse troonfeest van de susuhunan van Surakarta. In het paleiskoor dat de eeuwenoude verzen zingt, ontwaar ik drie prinsessen, onder wie Gusti Koes Moertiyah, de dochter die vorig jaar een paleisrevolte ontketende.

Marktdag

Voor de hovelingen is deze 49ste viering meer dan een jaarlijkse hoogtijdag. Voor de eerst keer sinds Paku Buwono XII de troon besteeg, valt de herdenking op een dinsdag, op Kliwon - de eerste marktdag -, èn in Wuku Julungwangi, de negende Javaanse week. Op zulk een uitzonderlijke dag zou Dewi Loro Kidul zijn geboren, de mystieke gade van de Javaanse vorsten die in het paleis "hare majesteit de koningin' heet. ""Dit is een heel gunstig teken'', vertelt prins Haryomataram, een oom van de susuhunan. ""Het zou erop kunnen duiden dat het onheil nu definitief bezworen is.''

Voor de kraton van Surakarta begon "het onheil' in 1985, toen een deel van het koninklijk paleis in vlammen opging. De oude koningin-moeder, die in 1984 overleed, had gewaarschuwd dat er na haar dood iets vreselijks zou gebeuren. Haar zoon, die in 1944 - hij was nog een kind - als Paku Buwono XII zijn jong gestorven vader opvolgde, verloor tijdens de Indonesische Revolutie al zijn wereldlijke macht. Sindsdien prefereerde hij het uitgaansleven van Jakarta boven de kraton met zijn strenge hofregels. Menige Javaan zag in de brand een teken; de koning had zijn plicht verzaakt.

President Soeharto van Indonesië, een Javaanse boerenzoon die een verre nazaat huwde van een Solonese prins, stelde de helft van zijn jaarsalaris beschikbaar voor de restauratie van de kraton Surakarta. Op die manier verwierf de president medezegenschap over het paleis en - zo fluisteren Javanen - verloor de koning zijn wahyu (goddelijke kracht) aan Soeharto.

De inmiddels weer opgebouwde kraton wordt nog steeds bedreigd, maar nu door chronisch geldgebrek. De tijd dat de susuhunan van Surakarta beschikte over ruime inkomsten uit landerijen en suikerfabrieken is voorbij. De bezittingen buiten de paleismuren zijn aan de staat vervallen en alle kosten, zoals het salaris van de driehonderd paleisbedienden, moeten worden betaald uit een overheidssubsidie van zesduizend gulden per maand.

Vorig jaar besloot Paku Buwono XII om de hulp in te roepen van een particuliere geldschieter. De zakenman in kwestie, een zoon van president Soeharto, wil binnen de paleismuren een luxe hotel bouwen, waar gefortuneerde toeristen zich "gasten van de koning' kunnen voelen. Dat project zou niet alleen de vervallen zuidelijke vleugel, maar ook de keputren, het prinsessenverblijf, opslokken. Het stuitte dan ook op verzet van een van 's konings ongehuwde dochters, de 33-jarige Gusti Koes Moertiyah.

Kosmologie

Mbak Moer, een afgestudeerd javanologe die haar leven lang in het paleis heeft gewoond: ""Het kraton-complex belichaamt de Javaanse kosmologie. Het sacrale karakter van de kraton, waar nog dagelijks wordt geofferd aan de Godin van de Zuidzee en waar de pusaka, de eeuwenoude erfstukken der Javaanse vorsten, worden verzorgd, zou door een dergelijk hotel worden geschonden.'' De prinses uitte haar bezwaren tegenover de plaatselijke pers en kreeg enthousiaste bijval van buiten de muren. In oktober demonstreerden Solonese studenten voor de paleispoort met de leuze: ""Handen af van de kraton.''

De politiek machteloze susuhunan ziet zichzelf nog steeds als heer van het paleis en voelde zich door het verzet van de prinses aangetast in zijn gezag als vorst en vader. Hij weigerde zijn "opstandige' dochter in het openbaar van repliek te dienen, maar binnen de familiekring liet hij weten voet bij stuk te houden. Volgens ingewijden heeft de vorst van de investeerder een miljoen gulden voorschot ontvangen en dat schept verplichtingen. Naar verluidt zou president Soeharto vorig jaar zelf hebben ingestemd met het project en die hogere macht durft de susuhunan niet te trotseren.

Zijn dochter wel. Koes Moertiyah groeide in korte tijd uit tot een media-persoonlijkheid en haar optreden bracht heel wat in beweging. De prinses kreeg steun uit onverwachte hoek toen Ismail, de gouverneur van de provincie Midden-Java, op 29 november een brief schreef aan het gemeentebestuur van Solo waarin hij het hotelplan bestempelde als ""in strijd met de Wet op beschermd cultuurgoed''. Ismail, zelf een Javaan, heeft de oude adel in het verleden wel vaker gebruuskeerd. Toen de Mangkunegaran, een kleine Solonese prins en een verre neef van mevrouw Soeharto, enkele plaatselijke bestuurders in de adelstand wilde verheffen, werd hij door Ismail in het openbaar teruggefloten. De gouverneur duldt geen dubbele loyaliteit van zijn ambtenaren; in Midden-Java is hij het "hoogste gezag'.

De 35 kinderen van de susuhunan zijn verdeeld; de prinsen vrezen de gunst van hun vader - en daarmee de kans op troonopvolging - te verspelen en durven niet openlijk de kant van hun zuster te kiezen. Maar de koninklijke familie in ruimere zin - de honderden nazaten van Paku Buwono's groot- en overgrootvader - voelde zich plotseling verantwoordelijk. Aan de vooravond van het troonfeest van 26 januari richtten zij een vereniging op van trah (koninklijke nakomelingen) onder leiding van prins Haryomataram, een oom van de vorst, die de kraton financieel uit het slop wil helpen. Geen gek idee, want onder de trah zijn heel wat geslaagde zakenlieden.

Reddingsplan

De minister van financiën, Sumarlin, vroeg een vertrouwensman, de Javaanse zakenman Sumargono, om als tussenpersoon te fungeren tussen zijn departement, de koning en diens kinderen. Op donderdag 21 januari vergaderde Sumargono en zijn team in Jakarta met een delegatie uit Solo, onder wie Koes Moertiyah en vijf broers en zusters, over een reddingsplan voor de kraton. Na afloop van dat beraad begaf het gezelschap zich naar het hotel in Jakarta, waar Paku Buwono XII logeert als hij de hof-besognes beu is. Het was inmiddels twaalf uur in de avond en de koning had geen trek meer in bezoek, maar na een telefoontje van Sumargono besloot hij de delegatie te ontvangen.

Enkele dagen later, na afloop van de plechtigheid in de kraton, vertelt Koes Moertiyah hoe die ontmoeting in zijn werk ging:

""Vader had al laten doorschemeren dat hij alles door de vingers wilde zien, als ik bereid was mijn excuses aan te bieden. Verder had ik gehoord dat president Soeharto zelf van mening was dat het hotel niet per se in de kraton hoefde te komen en dat er wel een andere locatie kon worden gezocht. Ik vond het dan ook tijd om de kwestie met vader bij te leggen. Die avond in Jakarta vroeg ik de heer Sumargono om mij als eerste aan het woord te laten. Ik heb voor vader de sembah (diepe buiging met de gevouwen handen voor het gezicht) gemaakt en gezegd: "Sinuwun (majesteit), als U van mening bent dat ik me jegens U heb schuldig gemaakt aan overmoedig en ondoordacht optreden, dan vraag ik vergeving. Zegt U maar welke straf ik verdien.' Waarop hij antwoordde: "Nu, zo hoeft het ook weer niet. Laat dit een les zijn.' En hij besloot: "Ik wens niet gedwongen te worden een hotel te bouwen als dit een breuk in mijn familie betekent.' "Wie dwingt U dan?' vroeg ik, maar hij gaf geen antwoord.''

Op donderdagavond 28 januari werd de susuhunan van Surakarta op zijn verzoek ontvangen door president Soeharto. Het gesprek vond plaats onder vier ogen in Soeharto's ambtswoning aan de Jalan Cendana in Jakarta. De Indonesische pers zweeg in alle talen over de ontmoeting en ik besloot mijn kennismaking met de koning te hernieuwen. Tijdens de korte audiëntie op zijn troonfeest, enkele dagen eerder, zei Paku Buwono XII me dat hij bereid was tot een gesprek.

Hofregels

Als ik na twee uur wachten voor de zoveelste maal vanuit de lounge van het hotel naar de ingang kijk, zie ik een vaag bekende figuur door de draaideur komen, klein van stuk, met een kort geknipt, grijs hoofd en een donkere bril. Als hij me ziet staan, glimlacht hij met een blik van herkenning. We schudden elkaar de hand, want de kraton is ver weg en in internationale hotels houdt men zich niet aan hofregels. ""Heeft U lang moeten wachten?'' vraagt hij zacht.

Op het eerste gezicht treft hij me als jeugdig voor zijn 67 jaren, met zijn rimpelloze huid en de spitse neus van een wajang-pop, een Indonesisch schoonheidsideaal. Maar als hij met me oploopt naar het restaurant, licht gebogen, met wat stijve pas, is hij een kwetsbare grijsaard. Als de susuhunan spreekt, moet ik de oren spitsen, want zijn stem heeft nauwelijks volume en dreigt verloren te gaan in het geroezemoes van eters en het gerinkel van bestek. We bestellen een glas en klinken. ""Gezondheid, zaligheid en een lang leven'', zegt hij in vloeiend, maar wat archaïsch Nederlands. In de loop van het gesprek zal hij op emotionele momenten overgaan in het Indonesisch.

Zachtjes begint hij te vertellen. ""Ik was voor het eerst van mijn leven in Nederland in 1938, toen ik samen met mijn vader het huwelijk van Juliana bijwoonde. Een paar maanden na thuiskomst, in maart '39, overleed Paku Buwono X en werd mijn vader verheven tot susuhunan. Toen Paku Buwono XI in 1944 stierf, werd ik troonopvolger. Ik was weliswaar de jongste zoon, maar vader had mij aangewezen. Tot nu toe ben ik susuhunan van Surakarta, maar, eerlijk gezegd, onder heel andere omstandigheden dan mijn vader.''

Het gesprek komt op dynastieke zaken, zoals de uitblijvende aanwijzing van een troonopvolger. De vorst: ""Kijk, mijn opvolger als susuhunan moet een zoon zijn die weet en die kan en die handelt volgens de adat-wetten van de kraton. De regel van de kraton is dat het de oudste zoon wordt, prins Hangabehi. Welnu, zijn gewoonten zijn nog niet zoals het hoort [hij was onlangs in een echtscheiding verwikkeld en zou psychische problemen hebben, red.]. Van al mijn zoons is op het ogenblik nog niemand naar mijn zin.''

Zegen

De oude koning heeft inmiddels al zes selir (bijvrouwen) genomen, van wie er drie nog in leven zijn. Eén leeft er gescheiden van hem in Jakarta. Waarom heeft hij nooit een permaisuri (koninklijke gemalin) gekozen? De koning: ""Mijn moeder wilde niet hebben dat haar plaats werd ingenomen door mijn gemalin. Wie je ook als koningin kiest, zei ze, je krijgt mijn zegen niet, ook al ben ik al dood.''

Gehoorzaamt hij dan nog steeds aan zijn moeder? (Voor het eerst met stemverheffing): ""Ja natuurlijk. Zij heeft mij immers gebaard? Ik moet haar wel gehoorzamen, hoewel zij er niet meer is. Ik was ooit verliefd op Raden Ayu Mooryati (de "keizerin' van de traditionele cosmetica), maar zij wilde het niet hebben. Tot nu toe is het belangrijkste dat er vrouwen voor mij zorgen. Tegen hen zeg ik: ik kan onmogelijk ingaan tegen mijn moeder, tenzij je haar die mij op de wereld heeft gezet, die tegelijk vader en moeder voor me was en mij heeft geholpen op de troon te komen, kunt vervangen. De rest is niet belangrijk. Van een vrouw kan ik morgen scheiden, maar van een koningin niet.''

De koningin-moeder was kennelijk een sterke vrouw. Lijkt prinses Koes Moertiyah op haar grootmoeder? Geprikkeld: ""Ze lijkt op haar moeder, mijn derde bijvrouw, bij wie ik vijf zonen en vijf dochters heb. Zij is al acht jaar geleden gestorven. Drie jaren voor haar dood werd ze brutaal. Jawel. Mijn moeder hield niet van haar. Niet alleen Moertiyah, alle meisjes van mijn derde bijvrouw zijn een beetje erg brutaal.''

Kan hij bevestigen dat er op 21 januari een verzoening heeft plaatsgehad met zijn dochter? De koning: ""Jawel. Misschien is ze wel gekomen op aandringen van deze heren van minister Sumarlin. Tja. Ze kwamen hier aan om twaalf uur 's avonds.''

Was dat een verrassing voor hem? ""Niet een verrassing, haar verloofde had al eens eerder aangedrongen op een ontmoeting, eventueel buiten de kraton. Ze kwam binnen, is een beetje gaan huilen - zo gaat dat - en heeft om vergiffenis gevraagd. Ten slotte vroeg ze wat voor straf ik haar wilde geven. Het zal haar innerlijke rust hebben geschonken. Ik heb geen straf uitgesproken. Ik heb alleen gezegd: laten we hieruit leren dat we de opdracht van onze voorouders moeten uitvoeren. Daar hoort bij dat de susuhunan wordt gerespecteerd, ook al beschikt hij niet meer over dezelfde macht als vroeger.

""Weet u, mijn kinderen denken bij zichzelf: hij is eigenlijk geen echte koning meer, ze negeren mij een beetje. (Luid): Ik heb dan misschien geen macht meer, maar krachtens de adat ben ik nog steeds De Vorst, met alle spirituele kracht van dien. Wat heeft ze nog te vertellen als ik God vraag haar het leven te benemen? Want ik ben de vader, (zeer luid nu) ik heb haar gespoten, op deze wereld gedrukt en tot mens gemaakt. Ja toch?'' Vergeet ze dat dan, majesteit? ""Misschien wel, door omstandigheden, door politieke beïnvloeding van vriendinnen en vrienden die die naam niet waardig zijn.''

U zou gezegd hebben: voor mij is de eensgezindheid van de familie belangrijker dan een hotel.

""Ja, dat is waar. Dat heb ik ook tegen de directeur-generaal van toerisme, Joop Ave, gezegd: Joop, een gebouw is in een oogwenk uit de grond gestampt, maar als de eensgezindheid van een familie eenmaal is verbroken, dan is die niet een-twee-drie hersteld. Een vete is moeilijk!''

Respect

Nog niet zolang geleden vertelde Koes Moertiyah hoe ze na de Grote Brand van '85 naar het Zuidzeestrand ging, waar ze Dewi Loro Kidul zou hebben ontmoet. Die vertelde dat de brand haar werk was, ""omdat de Javanen geen Javanen meer zijn''. De koning knikt: ""Dat is het juiste woord. De regels zijn vervaagd, ook die van het paleis. Daarom moeten we nu een weg zoeken om de kraton te behouden; er moet geld op tafel komen. We redden het niet door de traditie af te schaffen, maar alleen met respect voor de opdracht van onze voorouders.''

Majesteit, u bent susuhunan onder de Republiek. Kan de staat u een opdracht geven die indruist tegen uw plichten als nazaat van Senopati?

Fel: ""Dat is uitgesloten. Zo'n geval kan zich voordoen, maar dat wil ik niet. En hij (Soeharto) weet dat precies! Hij is de hoogste macht in de staat, maar ik ga over de kraton. En dat moet ook gouverneur Ismail zich goed realiseren. Het heeft geen pas om mij voor te schrijven wat ik wel of niet mag doen binnen de muren van mijn paleis. Er ligt een presidentieel besluit van 1988 dat mij de zeggenschap geeft over de kraton. Laat Ismail dat nog maar eens lezen, voordat hij zulke brieven schrijft en mij in de rug aanvalt! Ik heb de indruk dat Soeharto het niet eens is met deze brief. De president mag dan de macht hebben - en de verhoudingen zijn niet geheel zoals het hoort -, als Javaan weet hij heel goed hoe het zit.''

Hoe is uw ontmoeting met de president verlopen?

""Ik mag daar geen uitspraken over doen. Ik wilde verslag uitbrengen over het conflict dat rond de kraton is gerezen, want hij is tenslotte staatshoofd en zonder hem was het paleis na de brand nooit meer herbouwd. Ik had de indruk dat hij een beetje viste naar mijn plannen. Want voor dat presidentieel besluit van 1988 zijn er nog geen uitvoeringsbepalingen. Maar over de hoofdzaak zijn we het eens.''

Dat de kraton als centrum van de Javaanse cultuur behouden moet blijven?

""Dat spreekt toch vanzelf! En dat gebeurt ook. Ik ben tenslotte degene die de Bedhaya Ketawang in ere heeft gehouden, een hoftraditie die nu al eeuwen oud is. U was daar zelf getuige van. Bewijst dat niet genoeg?''

De vorst beëindigt het gesprek en neemt afscheid: ""Meneer, hier laat ik het bij; ik heb nog gasten. Morgen ga ik terug naar Solo, want ik ben na het troonfeest hals over kop vertrokken om de president te ontmoeten. En ik moet de danseressen nog betalen.''