Consument dupe van bananenoorlog

Vorige week besloot de Raad van Europese Landbouwministers, op voorstel van de Europese Commissie, om de invoer van bananen uit Midden- en Zuidamerikaanse landen - de zogeheten dollarbananen - drastisch te beperken ten gunste van de invoer van bananen uit de zogenoemde ACP-landen; dat zijn voornamelijk voormalige koloniën van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze beslissing is buitengewoon nadelig voor de Midden- en Zuidamerikaanse bananenproducenten en voor de handelaren in die bananen. Ook zal de Europese consumentenprijs voor bananen enorm stijgen.

Deze kwestie heeft terecht veel aandacht gekregen, omdat het om meer gaat dan het bananenprobleem alleen. In de eerste plaats zet de EG met deze beslissing haar geloofwaardigheid in de GATT-onderhandelingen op het spel. Daar pleit de EG immers voor liberalisering van de wereldhandel, terwijl zij zich in de bananenkwestie puur protectionistisch opstelt. Dat verzwakt de positie van de EG in de GATT-onderhandelingen en ten opzichte van de Verenigde Staten. Ook is het onredelijk dat Europese boeren wordt gevraagd offers te brengen ten behoeve van een liberaler landbouwbeleid, terwijl de EG de bananenproducenten in de ACP-landen op onliberale wijze bevoordeelt.

In de tweede plaats is de bananenbeslissing een voorbeeld van het doordrukken van de werkelijke Franse opstelling in de EG, die protectionistisch is en die altijd kijkt naar het korte-termijnbelang van Frankrijk en van de vroegere Franse koloniën. Helaas heeft het Verenigd Koninkrijk, dat altijd op de bres zegt te staan voor vrijhandel, zich hier aan de zijde van de Fransen geschaard. En zoals bijna altijd was de geraffineerde Franse onderhandelingstactiek erop gericht de Zuideuropese landen mee te krijgen; wederom met succes. De Nederlandse opstelling in de onderhandelingen heeft het Frankrijk en Engeland niet moeilijk gemaakt. In december was minister Bukman vóór de beperking van de invoer van dollarbananen en in februari was hij tegen. Die volledige ommezwaai is inhoudelijk weliswaar toe te juichen, maar heeft de Nederlandse onderhandelingspositie in de EG natuurlijk verzwakt. En ook dat gaat verder dan bananen alleen.

In de derde plaats is het bananendrama een voorbeeld van het ondemocratische besluitvormingsproces in de EG. Nadat de beslissing bij meerderheid was genomen in de Landbouwraad hadden de nationale parlementen het nakijken, terwijl het Europees Parlement evenmin zeggenschap hierover heeft. Het zoveelste voorbeeld van het democratisch tekort in Europa. De Nederlandse regering dient zich dan ook veel actiever dan sinds de ondertekening van het Verdrag van Maastricht in te zetten voor de verbetering van het democratisch gehalte van de EG. In ieder geval zou het Europees Parlement het laatste woord moeten hebben over alle beslissingen die in de EG-ministerraad bij meerderheid worden genomen.

Wat de bananen betreft zijn consumenten, producenten en handelaren nu de dupe, tenzij de GATT deze beslissing van de EG nog ongedaan weet te maken. Het is te betreuren dat minister Bukman niet bereid was positief te reageren op het verzoek om ook namens Nederland deze zaak in het GATT aanhangig te maken. Het is ook onbevredigend dat de minister evenmin bereid was in te gaan op het verzoek de Duitse regering te steunen in haar gang naar het Europese hof van justitie, teneinde ook daar te trachten de bananenbeslissing recht te zetten.